Ach, kappen maar voor een goedkoop raamkozijntje

Het regeringsstandpunt over het tropisch regenwoud staat vol goede bedoelingen. Maar concrete besluiten worden niet genomen. De eigenlijke beslissingen worden overgelaten aan vrijwillige consumentenacties.

Maandag praten vier Vaste Tweede Kamercommissies over het langverwachte Regeringsstandpunt Tropisch Regenwoud, een nota waar negen ministeries bij betrokken zijn geweest.

Een direct importverbod op tropisch hardhout wijst het kabinet af. Wel wil men projecten financieren om oorspronkelijk regenwoud overal waar mogelijk te beschermen. Bovendien moet er uiterlijk in 1995 een keurmerk komen voor milieuvriendelijk geproduceerd hardhout - wat dat dan ook zijn mag.

Nederland verbruikt na Japan het meeste tropisch hardhout per hoofd van de bevolking. Om onze kozijnen, deuren en beschoeiingen te timmeren wordt 60.000 hectare regenwoud per jaar gekapt. Dat zijn tien voetbalvelden per uur, dag in dag uit.

In de jaren 1985-1988 importeerde Nederland 1,8 miljoen kubieke meter per jaar, waarvan de helft meranti. Een kwart van het hout wordt weer uitgevoerd. Uit vrees voor een op handen zijnd importverbod op tropisch hardhout is de handel de afgelopen twee jaar flink opgevoerd en door de nu ontstane grote voorraden zijn de prijzen voor meranti op een dieptepunt beland.

Tien jaar geleden schatte de FAO de ontbossing in de wereld op zo'n 9 miljoen hectare per jaar. Inmiddels zijn die cijfers fors naar boven bijgesteld. Men schat nu dat jaarlijks een oppervlak van 17 miljoen hectare regenwoud (ruim viermaal zo groot als ons land) verdwijnt, terwijl nog veel grotere oppervlakten onherstelbaar worden aangetast.

Sarawak bijvoorbeeld, het Maleisische deel van Borneo, was een jaar of tien geleden nog vrijwel helemaal bebost. Daarvan is nu 40 procent verdwenen en in 1998 is waarschijnlijk al het bos verdwenen. De Fillipijnen zijn al ontbost.

Omstreeks het jaar 2040 staat in de hele wereld geen regenwoud meer overeind. Daarmee is dan de helft - en volgens moderne biologische inzichten misschien wel 90 procent - van alle plant- en diersoorten dakloos geworden, om van de miljoenen inheemse bosbewoners nog maar te zwijgen. Ontbossing leidt bovendien tot erosie en verandert het klimaat op aarde.

Het treurige aan de zaak is dat een groot deel van de commerciële houtkap verdwijnt naar tamelijk frivole bestemmingen. Japan, grootverbruiker nummer een, gebruikt gigantische hoeveelheden tropisch hout als wegwerp betonbekisting in de bouw.

In ons land gaat de import van hardhout vooral naar de woningbouw (80 procent) en de waterbouw (10 procent). In de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog, toen huizen haastig en massaal uit de grond werden gestampt, hebben vuren en grenen in ons land een slechte naam gekregen. Maar door een combinatie van oude principes en moderne technieken valt met zware kwaliteiten Europees naaldhout een uitstekend kozijn te maken. Meranti is niet persé beter, wel een stuk goedkoper.

Juist door die lage prijs zullen architecten, aannemers en woningbouwverenigingen niet uit zichzelf naar alternatieven zoeken, als Den Haag ze daarbij niet een duwtje in de goede richting geeft. Maar gemeenten die op eigen houtje hardhout wilden weren zijn al door de Raad van State teruggefloten.

Vanaf 1995, schrijft het kabinet, zal Nederland alleen nog hout importeren uit landen met een beleid gericht op bescherming van het bos en duurzame houtproduktie.

Een intrigerende gedachte. Waar moet al dat duurzame hardhout straks ineens vandaan komen? ""Ja dat is nou juist het gemene, dat schrijven ze er niet bij'', constateert dr. H.P. Nooteboom van het Rijksherbarium in Leiden. ""In de nota staat dat het duurzaam gebruik van het primair tropisch regenwoud het voortbestaan van het oorspronkelijke ecosysteem centraal stelt, waarbij de complexe levensgemeenschap zelf tegelijkertijd het produktieproces en het produkt is. Maar dat kan niet! Als je het regenwoud wilt beschermen is kappen onmogelijk.''

Een tweede punt van kritiek is dat de regering na 1995 alleen nog hout wil kopen "uit landen met een bosbeleid en beheer gericht op duurzame produktie'. Maar alle Zuidoostaziatische landen onderschrijven op dit moment al de noodzaak van duurzame bosbouw. ""Dus met zo'n definitie zou je uit al die landen rustig hout kunnen blijven importeren'', zegt Nooteboom. ""Het knelpunt is dat die duurzame produktie niet haalbaar is, noch op ecologische noch op economische gronden.''

Volgens het rapport "No timber without trees', twee jaar geleden geschreven in opdracht van de Internationale Tropisch Hout Organisatie (ITTO) wordt 0,12 procent van het tropisch hardhout uit duurzaam beheerde houtplantages geoogst. De rest komt uit maagdelijke regenwouden.

""Hart voor het regenwoud'', een samenwerkingsverband van zes milieu- en ontwikkelingsorganisaties,noemt het regeringsstandpunt een gedegen analyse en juicht de doelstelling om in de toekomst alleen nog duurzaam geproduceerd hardhout te importeren van harte toe. ""Een internationale doorbraak, die navolging verdient'', zegt Ingrid van Tienhoven van de Novib. ""Maar voor een aantal gebieden, zoals Sarawak (Noord-Borneo), is 1995 absoluut te laat, daarvoor moeten veel eerder maatregelen komen. Dat geldt ook voor de import van met uitsterven bedreigde boomsoorten als merbau en van ramin - een liaanachtige boom die het halve bos meetrekt als je hem oogst. Uiteindelijk pleiten wij voor een compleet importverbod uit primaire bossen.''

Vrijwillige basis

Opvallend vindt men bovendien dat de nota voornamelijk gericht is op het aanbod van hardhout vanuit de ontwikkelingslanden. Optimisme over een groeiend aanbod van duurzaam hardhout lijkt echter misplaatst en bovendien heeft het Nederlandse beleid daar uiteindelijk maar weinig invloed op. Om de doelstelling van 1995 te halen zou het beleid zich dus meer moeten richten op het verminderen van de binnenlandse vraag naar hardhout. ""Op dat punt is de nota echter opvallend terughoudend'', zegt Van Tienhoven. ""Men praat over consumentenvoorlichting op vrijwillige basis. Regelgeving ontbreekt. Ik denk echter dat veel consumenten zich best bewust zijn van de hardhoutproblematiek, het probleem is vooral dat dat hardhout zo schandalig goedkoop is! Wij willen graag een verbod op hardhout zien opgenomen in het Bouwbesluit, dat de bouwvergunningen op nationaal niveau regelt.''

De discussie over de vraag of dat verenigbaar is met de vrijhandelsbepalingen van EG en GATT is nog niet afgerond. Volgens de juristen van het ministerie van VROM kan milieubescherming een geldige argument zijn om een aangescherpt binnenlands milieubeleid te voeren, volgens de juristen van Economische Zaken kan dat juist helemaal niet. Importbeperkingen van Nederland kunnen voor de Europese Commissie aanleiding zijn om een zogenaamde inbreukprocedure tegen ons land aan te spannen bij het Europese Hof van Justitie. Van Tienhoven: ""Dat valt te omzeilen door het Nederlandse beleid voor te dragen voor wat men Europeanisering noemt. Zo hebben de Engelsen in 1979 met succes een eenzijdig importverbod op walvisprodukten aangekondigd vooruitlopend op Europees beleid.''

Dierenrijkdom

Dr. M.S. Hoogmoed en dr. R. de Jong van het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden spreken waardering uit voor de nu gepubliceerde analyse van de regenwoudproblematiek, maar ze zeggen er meteen bij dat zij graag meer aandacht zouden zien voor de dierenrijkdom in het regenwoud. ""Met de bomen in het bos staat alleen nog maar het decor voor de echte acteurs'', zegt Hoogmoed. Hij is de organisator van een symposium over biodiversiteit van het regenwoud deze week.

Bezoekers van het museum raken van de overweldigende soortenrijkdom wel doordrongen. Meteen bij binnenkomst deinst men terug voor twee reusachtige olifanteskeletten. Scherpe slagtanden prikken in je jas. Overal in het sierpleisterwerk schuilen hagedisjes, slangen en andere wonderbaarlijke beesten. Het trappenhuis zelf lijkt precies een ontwerp van Escher - zo'n trap waarmee je nooit boven komt. Toepasselijke symboliek voor de taxonomen, want hoe meer ze ontdekken, hoe minder ze weten. Tot voor kort hadden ze de illusie dat ongeveer 1,5 van de 5 miljoen soorten op aarde beschreven waren. Sinds de jaren 80, toen onderzoekers op het idee kwamen om insekticede boven in het tot nog toe onbereikbare kronendak te verstuiven, kwam echter een ongekende hoeveelheid nieuwe soorten naar beneden dwarrelen. Men schat nu dat er 30, misschien wel 50 miljoen soorten op aarde leven.

Er zijn nu 250.000 planten bekend. dat zullen er misschien 300.000 worden. Daarnaast leven er echter miljoenen beesten en beestjes in het bos, veelal kleiner dan een millimeter maar daarom niet minder belangrijk in het geheel. Het zijn vooral insekten, maar volgens de jongste gegevens bezitten ook talloze soorten roofmijten en aaltjes belangrijke regulerende functies in het ecosysteem.

60 tot 90 procent van alle soorten op aarde leeft in de regenwouden, die maar zeven procent van het aardoppervlak in beslag nemen. ""Dat is een wel zeer scheve verdeling'', zegt Hoogmoed. ""Die door het kappen nu aardig wordt rechtgetrokken'', vult De Jong aan. Beide onderzoekers zien de regenwouden onder hun vingers verdwijnen. ""In 1985 deed ik veldonderzoek in Brazilië'', vertelt Hoogmoed. ""Vanuit mijn hotel zat je na tien minuten lopen in weelderig, ongerept regenwoud. Toen ik daar in 1989 terugkwam was het drie kwartier lopen van dat hotel naar het dichtstbijzijnde bos en dat bos was al flink aangetast.''

Het moet hem van het hart dat het overheidsbeleid, zoals nu ook neergelegd in het Regeringsstandpunt, de bossen vooral praktisch benadert. Ze moeten hout leveren, medicinale planten, een reservoir aan wilde genen, kortom ze moeten nuttig zijn. Nergens staat met zoveel woorden dat ze beschermd moeten worden vanwege hun eigen intrinsieke waarde en toch is dat uiteindelijk waar het om draait.

""Selectief kappen is een illusie'', zegt herbariummedewerker Nooteboom. ""Het werkt alleen op papier. Vaak wordt in de eerste ronde veel meer gekapt dan wettelijk is toegestaan en controle ontbreekt. In een systeem met een rotatie van 35 jaar heeft de logger misschien maar een contract van twintig jaar, die heeft geen belang bij verdere instandhouding van het bos. Dus waarom zou hij genoeg zaadbomen overlaten als dat toch niet gecontroleerd wordt?''

Voor natuurlijke verjonging moeten niet alleen genoeg zaden overblijven, maar ook de bijbehorende bestuivers en zaadverspreiders, die op hun beurt weer van andere planten en dieren afhankelijk zijn, soorten die door de wetenschap vaak nog niet eens ontdekt en beschreven zijn. Een sprekend voorbeeld is de paranoot, die alleen maar bestoven wordt door de wijfjes van een bepaald soort grote bij, diertjes die sterk genoeg zijn om de bloemklep op te lichten. De mannetjesbijen echter hebben een bepaalde orchidee nodig waaruit ze een speciale geurstof halen om de vrouwtjes aan te lokken. Is de paranoot eenmaal bestoven, dan vormt hij als vruchten meer dan vuistgrote kogels met keiharde zaden, die op de bosgrond blijven liggen wachten tot ze door de agouti, een Zuidamerikaans knaagdiertje, worden geopend. De zaden worden eruitgehaald en als wintervoorraad opgeslagen. Vaak vergeet de agouti ze en pas dan kunnen ze gaan kiemen. Bij de houtkap laat men de paranootbomen keurig staan. Maar als die bomen daar eenzaam in een weiland vol koeien staan komt geen noot meer aan.

Een ander voorbeeld is de Rasa mala, een 70 tot 80 meter hoge boomsoort waar honingraten in zitten. Op Sabah is dat de enige boom die men na houtkap laat staan om er honing uit te halen. Eenmaal alleenstaand gaan die bomen echter zeer snel dood, want de stammen verbranden in de zon.

Als eenmaal in het bos is gekapt sterven andere bomen door beschadiging of doordat ze plotseling uit de schaduw in de felle zon zijn gekomen. Ook kiemplanten sterven door gebrek aan schaduw. Bovendien beschadigen de zware oogstmachines de bosbodem en met de houtoogst verdwijnen de voedingsstoffen uit het bos. Kunstmest en andere bosbouwkundige maatregelen betalen zichzelf niet terug.

Voor een boseigenaar, die die grond nu eenmaal in familiebezit heeft en tevens belang heeft bij het instandhouden van de werkgelegenheid op zijn terrein, kan duurzame bosbouw bij een rentevoet van 3 procent nog acceptabel zijn, maar voor een investeerder uit de stad is het niet interessant. Bij een hogere rentevoet wordt het voor alle partijen aantrekkelijker om de zaak kaal te kappen en het geld op de bank te zetten dan om te wachten op een tweede oogst.

''Pas als de hardhoutprijzen tienmaal zo hoog zijn, en als men daarbij heel voorzichtig te werk gaat, met olifanten bijvoorbeeld in plaats van bulldozers, dan zou je je kunnen voorstellen dat er een duurzame houtproduktie van de grond komt'', zegt Nooteboom.

Voor de afnemers hoeft het dan niet meer. De houtprijs is afgestemd op de wereldmarkt. Op een eerder dit jaar in Wageningen gehouden studiedag "Bouwen met tropisch hout?!' werd becijferd dat op dit moment al buitenkozijnen van vuren te maken zijn die, mits goed uitgevoerd en aangebracht, goedkoper zijn dan hardhout, kunststof of aluminium en tenminste even duurzaam. ""Vuren kozijnen uit de zestiger jaren gingen zo snel rotten omdat er te snel en te haastig gebouwd werd, met snelgroeiend goedkoop hout dat nog niet eens goed droog was en met slechte, goedkope constructies'', zegt Nooteboom. ""Daardoor heeft het Europese naaldhout voor kozijnen een slechte naam gekregen. Maar ik heb een huis uit 1924 met grenen kozijnen en die zijn nog allemaal goed.''

Meranti bestaat alleen al op Borneo in meer dan 250 soorten. Daarvan zijn er een paar goed, een heleboel matig en een aantal ronduit slecht. Ramin en Merbau, twee dure en zeer duurzame houtsoorten die hoge prijzen halen staan in Zuidoost Azië inmiddels op de Rode Lijst. Ze worden alleen uit het wild gehaald, maar niet gekweekt.

Voor een land als Indonesië geldt dat op de binnenlandse markt een zeer grote houtschaarste is ontstaan. Het huidige overheidsbeleid is zoveel mogelijk op houtexport gericht om deviezen te verdienen, maar in eigen land zijn daardoor duizenden kleine houtverwerkingsbedrijfjes al over de kop gegaan. Zelfs als dat hout in het westen geen aftrek meer vindt zijn er in zo'n dichtbevolkt land genoeg gegadigden voor.

Anders ligt het voor een dunbevolkt gebied als Sarawak. Daar zou men de bossen kunnen redden in plaats van ze naar Japan te laten verschepen. Datzelfde geldt voor Nieuw Guinea, waar de houtkap net begonnen is. Deze bossen bestaan niet overwegend uit meranti en zijn daarom minder in trek. Hun lot is dan om als houtsnippers in papier of spaanplaat te verdwijnen.

Symposium: Tropisch regenwoud, schatkamer van biodiversiteit. Zaterdag 7 september, 09.00 uur. Pesthuis, Pesthuislaan 4 in Leiden. Inl. dr. M.S. Hoogmoed, tel. 071-143844. Inschrijfgeld ƒ 50,-.

foto: Inventarisatie vanuit de kruinen; De boomkikker Hyla lemai (Venezuela); De boomslang Leptophis ahaetulla; Atelopus pulcher hoogmoedi amplexus (Suriname).