Wöltgens valt over kritiek vakbeweging

DEN HAAG, 4 sept. Fractieleider Wöltgens van de PvdA heeft gisteren kritiek geuit op de vakbeweging. Hij merkte, tijdens een rede aan de Technische universiteit Eindhoven, op dat de vakbeweging vooral actie voert als de PvdA deel uitmaakt van de regering.

Wöltgens ging in op de bijzondere relatie tussen de PvdA en de vakbeweging, vooral de FNV. Veel leden van de PvdA zijn tevens lid van de FNV, en het verzet van de vakcentrale tegen de WAO-plannen van de regering brengt tevens beroering in de achterban van de PvdA. “Ik denk dat de vakbeweging een bijzondere claim legt op de stellingname van de PvdA. Er bestaat een verwachtingspatroon dat de PvdA op dezelfde wijze behoort te reageren als de vakbeweging. Niemand zal dit zo zeggen, maar psychologisch moet het wel zo werken. Anders is de intensiteit waarmee de PvdA en het kabinet nu bejegend worden niet te verklaren”, zei hij.

Wöltgens, die vorig jaar een rede in Eindhoven hield over “eerherstel van de politiek”, ging gisteren vooral in op de moeilijkheden in de overleg-economie en de rol van de vakbeweging. Volgens de fractieleider leidt het overleg vaak tot vertraging en wordt het soms dankbaar aangegrepen om besluitvorming uit te stellen. “Hoewel de theorie van het centrale overleg tussen overheid en sociale partners nog steeds geldig is, blijkt in de praktijk steeds vaker dat het geheel van uitstel naar impasse gaat, en dat werkbare oplossingen achter de horizon verdwijnen”.

Wöltgens wees erop dat bij de invoering van de WAO in de jaren zestig werd gedacht aan een regeling voor circa 200.000 mensen. Nu gaat het aantal in de richting van de 900.000. Het kabinet heeft derhalve besloten om het aantal uitkeringsgerechtigden die een beroep doen op de WAO in 1994 te stabiliseren op het aantal van 1989. Hij zei begrip te hebben voor de commotie en wees op de gevolgen daarvan voor zijn eigen partij. “Veel PvdA-leden zijn bij de vakbeweging betrokken en omgekeerd. Een discussie in de PvdA over de WAO is dan ook tegelijkertijd een discussie met de vakbeweging”.

Toch is Wöltgens verwonderd over de felheid van de kritiek, want de FNV heeft bij de bezuinigingsmaatregelen van de kabinetten Lubbers I en II veel rustiger gereageerd. “Is het toeval dat de botsing tussen het kabinet Van Agt-Den Uyl in 1982 over de Ziektewet nu wordt herhaald? Dat de vakbeweging nu te hoop loopt op een wijze die in de tussenliggende jaren bij zeer zware - ik zeg veel zwaardere ingrepen - in de sociale zekerheid niet te zien was?”