WAO'ers gaan er fors op achteruit

DEN HAAG, 4 SEPT. Veertigduizend arbeidsongeschikten gaan er als gevolg van de nieuwe kabinetsplannen tussen de vijfhonderd- en tweeduizend gulden per maand op achteruit. Een bijna even groot aantal mensen moet tussen de drie- en de vijfhonderd gulden per maand inleveren.

Dit blijkt uit berekeningen van de Sociale Verzekeringsraad (SRV) die volgende week zullen worden gepubliceerd. Volgens de SVR zullen uiteindelijk minstens 248.000 mensen worden geconfronteerd met een inkomensachteruitgang. Hierbij gaat het uitsluitend om de uitkeringsgerechtigden die behoren tot de groep "oude gevallen'. Dat wil zeggen: de mensen die op 1 juli volgend jaar, als de nieuwe regeling ingaat, al arbeidsongeschikt zijn én jonger zijn dan vijftig jaar. De uitkering van deze arbeidsongeschikten wordt, afhankelijk van de leeftijd, na één tot drie jaar "bevroren' op het huidige niveau, totdat de uitkering zo laag is dat hij wordt "ingehaald' door de mensen die na 1 juli 1992 arbeidsongeschikt worden.

Voor de groep "nieuwe WAO-ers' geldt dat men, afhankelijk van zijn leeftijd, één tot vijf jaar een volledige WAO-uitkering krijgt, maar daarna terugvalt op een uitkering op minimumniveau (AAW) met een eventuele toeslag die hoger wordt naarmate men ouder wordt. Omdat de "nieuwe' arbeidsongeschikten wel met de inflatie meestijgen en de "bevroren' uitkering niet, kan het 1 tot 22 jaar duren voordat "oude' WAO-ers zo laag zijn gezakt dat ze door de arbeidsongeschikten in de nieuwe regeling worden ingehaald.

Een uitkeringsgerechtigde van 40 jaar met een modaal inkomen ontvangt op dit moment een bruto uitkering van 2660 per maand. Met de nieuwe kabinetsplannen ontvangt hij nog twee jaar een uitkering die meestijgt met de prijzen, maar daarna wordt hij bevroren voor een periode van zeven jaar. Uiteindelijk zal zijn uitkering met 510 gulden per maand zijn gedaald.

Volgens de SVR worden vooral jonge arbeidsongeschikten met een relatief hoog laatstverdiend salaris getroffen door de nieuwe kabinetsplannen. Een arbeidsongeschikte tussen de 32 en de 37 jaar met een laatst verdiend (bruto) inkomen van meer dan 3500 gulden wordt 13 tot 22 jaar bevroren. Dat betekent een inkomensverlies van 870 tot 2000 gulden.

Voor de groep van 67.000 mensen met een gedeeltelijke uitkering is de inkomensachteruitgang moeilijk te becijferen, omdat deze niet alleen afhangt van de leeftijd en het oude salaris, maar ook van de mate van arbeidsongeschiktgheid. Van 26.000 mensen zijn op dit moment onvoldoende gegevens beschikbaar om hen in te delen.