Verspreiding van kernwapens moet worden voorkomen; Ter Beek wil snel akkoord over tactische kernwapens

DEN HAAG, 4 SEPT. De nieuwste ontwikkelingen in de Sovjet-Unie bieden een grote kans om zo snel mogelijk af te komen van nucleaire wapens voor de korte dracht (tot 500 kilometer, red.). Zelfstandigheid van deelrepublieken in de Sovjet-Unie mag niet leiden tot verspreiding van kernwapens.

De overbodigheid van kernwapens voor de korte dracht is volgens minister Ter Beek van Defensie de laatste weken nog eens extra duidelijk geworden. Hij wil dat de omwentelingen in de Sovjet-Unie politiek benut worden. De huidige ontwikkelingen onderstrepen, na de eenwording van Duitsland en het terugtrekken van Sovjet-troepen uit Oost Europa, nog eens de louter politieke rol van kernwapens. Als buitenlandse politiek en defensie gereserveerd blijven voor de Unie - hetgeen al door een aantal leiders van de deelrepublieken is onderschreven -, en dat ook werkelijk zo blijft, dan kunnen er volgens Ter Beek snel zaken worden gedaan met de Sovjet-Unie.

“Ik moet nog overtuigd worden van de voordelen van een uitonderhandeld verdrag in de traditionele zin over kernwapens voor de korte dracht, hoewel ik er niet tegen ben. Een verdrag levert immers grote verificatieproblemen op. Wat mij betreft gaat het sneller. Eliminatie is in het voordeel van zeer velen.”

Hij ziet veel meer in een politieke overeenkomst met de Sovjet-Unie waarbij kernwapens voor de korte dracht bij de grenzen van de Sovjet-Unie worden weggehaald en een aantal systemen wordt vernietigd. Overigens moet een wederzijdse verplichting gelden.

Het afsluiten van een verdrag kost veel meer tijd. Ter Beek wil ook de mogelijkheid niet uitsluiten om al eenzijdig wapens voor de korte dracht op te geven “gelet op het feit dat de veiligheidspolitieke betekenis van die wapens buitengewoon gering is.” Dat eenzijdig terugtrekken of vernietigen kan niet buiten de bondgenoten om maar moet in goed overleg gebeuren. Ter Beek hoopt dat de NAVO-top in Rome in begin november al een besluit over neemt over het sneller afschaffen van nucleaire wapens voor de korte dracht die op land zijn geplaatst.

Uiteindelijk zou het Westen met de Sovjet-Unie een overeenkomst moeten sluiten over een minimale afschrikking met kernwapens. Het Westen moet geen geïsoleerde beslissing nemen over nieuwe raketten aan boord van vliegtuigen en schepen (TASM, tactical air to surface missile, red.), zo meent hij. Het moet een onderdeel zijn van een totaal pakket van nucleaire afschrikking op een zo laag mogelijk niveau. Nucleaire wapens moeten in de toekomst "truly weapons of last resort' zijn: een uiterste, immers politiek, middel.

Overigens vindt Ter Beek wel dat nieuwe nucleaire raketten aan boord van vliegtuigen en schepen nodig zijn om de veiligheidsrelatie van Europa met de Verenigde Staten te handhaven. Nederland zal de nucleaire taak van de F16 gevechtsvliegtuigen niet afschaffen. Bij het vaststellen van een minimale nucleaire afschrikking kunnen de Franse en Britse kernwapens in het overleg met de Sovjet-Unie niet langer buiten beschouwing blijven.

Ter Beek is ervan overtuigd dat het vetorecht dat president Jeltsin van Rusland voor het inzetten van nucleaire wapens heeft opgeëist een extra veiligheidsgarantie geeft. “Het geeft een extra sleutel in de commando-keten.” Hij verwacht dat de Sovjet-Unie zich zal houden aan de afgesloten verdragen over de vermindering van strategische wapens (START). Wel is het van belang dat het START-verdrag zo snel mogelijk wordt geratificeerd en dat controle op het naleven van het verdrag wordt uitgevoerd.

Dat een aantal deelrepublieken kernwapenvrij wil worden noemt Ter Beek “redelijk geruststellend”. Als een aantal republieken in de Sovjet-Unie over kernwapens voor de korte dracht (reikwijdte in de Sovjet Unie tussen de 18 en 300 kilometer) zou gaan beschikken is volgens Ter Beek het veiligheidspolitieke risico voor het Westen in rechtstreekse zin gering. “Iets anders is dat bij de onderlinge strijd in de Sovjet-Unie, zeker als daarbij territoriale aanspraken een rol gaan spelen, het bezit van tactische kernwapens een extra drukmiddel kan opleveren. Maar de veiligheid van het Westen wordt niet rechtstreeks bedreigd.”

Het feit dat Sovjet-divisies voor het merendeel bestaan uit manschappen en officieren die niet afkomstig zijn uit de deelrepublieken waar ze zijn gelegerd (behalve in Rusland), geeft een extra garantie dat de centrale leiding en de generale staf de beslissing in handen houden over de inzet van nucleaire wapens. “Tot nu toe heb ik niet gehoord dat deelrepublieken ook over eigen kernwapens willen beschikken. Ik zie bij hen die gretigheid niet. Maar mocht het opkomen dan moeten we die proliferatie natuurlijk tegengaan. Overigens heeft de Sovjet Unie in het verleden het non-proliferatie verdrag ondertekend en houdt zich daaraan.”