Verpleegkundigen samen verder in Nieuwe Unie '91

UTRECHT, 4 SEPT. Iedereen loopt op zijn tenen in het hoofdkantoor van de Nederlandse Maatschappij voor Verpleegkunde (NMV) en de vereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden In Opstand (VVIO). Aan de vooravond van een congres over "de toekomst van het vak', dat vandaag op enkele honderden meters afstand van het NMV- VVIO-kantoor in de Utrechtse Jaarbeurs wordt gehouden, wordt de laatste hand gelegd aan de organisatie van het evenement. Het is niet zomaar een congres; NMV en VVIO zullen zich er als één nieuwe organisatie voor verpleegkundigen en verzorgenden presenteren. Na twee jaar sleutelen is de fusie een feit.

De Jaarbeurs is historische grond voor de VVIO. Begin 1989 vond de toen pas enkele maanden oude "actiegroep' de tijd rijp om een protest-bijeenkomst te beleggen. De organisatoren huurden een zaal in het vergadercomplex met plaats voor ongeveer 1.200 demonstranten; het werden er 6.000.

De vakbond AbvaKabo, die aanvankelijk geen oog leek te hebben voor de groeiende onvrede bij verpleegkundigen, sprong op de acties in door na de bijeenkomst in Utrecht de looneis met anderhalf procent te verhogen tot vijf procent. Een opmerkelijk succes voor een actiegroep die slechts enkele maanden daarvoor was geboren, op 18 november 1988, als gevolg van een kleine advertentie in de Volkskrant. "Agenten verdienen weinig, verpleegkundigen nog minder. De tijd is rijp voor actie'. De annonce van verpleegkundige G. Breuer was het begin van een ware opstand in haar beroepsgroep. Verpleegkundigen en verzorgenden zouden het niet langer pikken: het moest maar eens afgelopen zijn met de hoge werkdruk en de lage salariëring. De vakbonden waren tot dat moment niet in staat geweest de onvrede in hun gelederen te kanaliseren. Daar hadden ze een luis in de pels voor nodig: de VVIO.

Tweeëneenhalf jaar later zijn er mede als gevolg van VVIO-acties honderden miljoenen guldens extra besteed om de werkdruk te verminderen en de lonen (zij het bescheiden) te verhogen en ligt een rapport op tafel van een "zware adviescommissie'. De commissie-Werner, genoemd naar AMC-directeur Werner, stelde in opdracht van staatssecretaris Simons (volksgezondheid) de diagnose van een met zijn imago sukkelende en ondergewaardeerde beroepsgroep. Aan de hand van aanbevelingen die de commissie onlangs heeft gedaan, zal de nieuwe organisatie van verpleegkundigen vandaag de marsroute uitstippelen voor opwaardering van het vak.

“Het rapport van de commissie-Werner was niks nieuws in die zin dat er geen creatieve oplossingen werden aangedragen”, zegt M.M. de Heer, tot vandaag stafmedewerker van de NMV. “We hadden het liever wat concreter gehad.” A. Slappendel, beleidsmedewerker: “Het was niet zo moeilijk om de problemen op een rij te zetten. Dat hadden wij al vaker gedaan. Maar de status van zo'n commissie had onze beroepsgroep nodig. Er ligt nu een objectief rapport over de problemen van verpleegkundigen en verzorgenden en alle betrokken partijen - werknemers, werkgevers en overheid - zullen nu tot actie moeten overgaan. Er is al genoeg overleg en discussie geweest. Op het congres krijgt iedereen huiswerk mee.”

De vakbonden die ook de belangen van verpleegkundigen en verzorgenden behartigen, behalve AbvaKabo de CNV-bond CFO, kunnen zich schrap zetten. Een groot aantal leden van beide bonden zal overstappen naar de nieuwe vakorganisatie. Die verwachting is onder meer gebaseerd op een onderzoek van het bureau Interview. “Wij zijn sterk concurrerend omdat wij er uitsluitend voor verpleegkundigen en verzorgenden zijn. Dat is onze specialisatie en dat zal de beroepsgroep aanspreken. De afgelopen jaren is wel gebleken dat er behoefte is aan een vakorganisatie die op inhoudelijke gronden eisen stelt aan arbeidsomstandigheden.”

Hoewel fusiebesprekingen al binnen een jaar na het ontstaan van de VVIO op gang kwamen, is een mogelijk samengaan in beide kampen lange tijd met scepsis bekeken. Initiatiefnemer VVIO (6.000 leden), met zijn imago van "wilde bond', liep volgens Slappendel op tegen de angst net zo bureaucratisch te worden als de bestaande vakbonden, waaronder de NMV (10.000 leden). Bij de NMV, in verschillende vormen al zo'n honderd jaar actief voor verpleegkundigen, was men juist bevreesd dat het jonge-hondenimago van de VVIO de glazen van de NMV zou ingooien, verduidelijkt De Heer: “Wij hadden realiteitszin, zo werd er bij ons geredeneerd, en we waren bang dat die jongens en meiden van de VVIO in een gezamenlijke organisatie hun wil zouden doordrukken zonder bijvoorbeeld rekening te houden met de opgebouwde relaties.”

De vrees voor verlamming bij de VVIO werd overwonnen toen besloten werd in de nieuwe vakorganisatie een "pressiegroep' te creëren die net als de VVIO snel acties kan organiseren. “Signalen van de werkvloer willen we meteen oppikken”, aldus Slappendel. Behalve de pressiegroep is er het "service-loket', waar leden terecht kunnen met vragen en problemen, zowel op het beroepsinhoudelijke als het arbeidsvoorwaardelijke vlak. Het contact met de leden wordt onderhouden via elf regiokantoren. Korte communicatielijnen moeten garant staan voor "snel en slagvaardig optreden'.

Terwijl medewerkers van NMV en VVIO zichtbaar nerveus van het ene vertrek het andere inschieten, geeft Slappendel het maandblad van de nieuwe organisatie, met naam en logo, "onder embargo' uit handen. “Ik kom je persoonlijk vermoorden als je het voor woensdag in de krant zet”, waarschuwt ze. Voor de zekerheid gaan de zorgvuldig bewaarde geheime naam en het beeldmerk in een grote envelop. Woensdagochtend om 11.00 uur mag de wereld weten dat NMV en VVIO voortaan verder gaan als Nieuwe Unie '91, kortweg NU '91, eerder niet.