Vakantieoord voor gehandicapten met sluiting bedreigd

HEERLEN, 4 SEPT. De Rotterdammer die met zijn vrouw, een rolstoelpatiënte, een weekje te gast is in het ORA-hotel in Heerlen, weet de oplossing om te voorkomen dat het vakantieverblijf voor gehandicapten op 1 november moet sluiten: “Ik ga Mies Bouwman bellen. Die heeft dat geld zo bij mekaar. Dit hotel mag niet dicht!” Voor hem en zijn vrouw, die al tien jaar in een verpleegtehuis verblijft, is het aangepaste hotel de enige mogelijkheid om samen vakantie te vieren: “We zijn hier al voor de vijfde keer. Mijn vrouw heeft het geluk dat ze dit jaar ook nog met de Henri Dunant mee kan, maar dan mag ik niet mee.”

De Vakantiestichting ORA (Oud-patiënten Revalidatie-inrichting Amsterdam) verwacht dit jaar een tekort van 40.000 gulden op de exploitatie van het hotel, dat 61 bedden telt. Op een jaarlijkse omzet van 6 à 7 ton lijkt dat niet onoverkomelijk, maar er is geen uitzicht op verbetering, zegt ORA-secretaris P. van der Hijden: “Dit jaar hebben we maar 7.000 overnachtingen geboekt tegen 10.000 in voorgaande jaren. Om weer een stijgende lijn te krijgen moeten we dringend moderniseren, maar daar is absoluut geen geld voor. Als we de stichting nu opheffen kunnen we nog net aan onze verplichtingen voldoen, maar als we nog meer verlies lijden, gaan we failliet.”

De prijs voor een verblijf van een week met volledig pension en dagelijkse uitstapjes bedraagt 525 gulden voor individuele gasten en wie met een groep komt, betaalt 50 gulden minder. Verhoging van die tarieven is uitgesloten, zegt Van der Hijden: “De mensen die hier komen zijn afhankelijk van een uitkering en u weet wat daarmee gebeurt. En vakantiekosten vallen nu eenmaal niet onder de bijzondere ziektekosten, die door de AWBZ of de AAW worden vergoed.”

Het low budget-hotel is in de jaren '70 gesticht door ex-mijnwerkers, die na een ongeval in de revalidatiekliniek van de Sociale Verzekeringsbank in Amsterdam verbleven. Zij maakten daar vrienden, die ze uitnodigden naar Limburg te komen, maar er bleek geen hotel te bestaan waar ze met hun rolstoel terecht konden. Aanvankelijk huurde de stichting het gebouw, een voormalig internaat, later werd het gekocht en aangepast voor rolstoel-gebruikers. Het verblijf van gehandicapten was vaak mogelijk door collectes om aan huis gekluisterde patiënten een vakantie aan te bieden.

Hoewel Van der Hijden merkt dat er de laatste tijd minder van die acties worden georganiseerd, ziet hij dat niet als de voornaamste oorzaak van de teruglopende belangstelling voor het hotel. Het probleem om begeleiders te vinden die met de gehandicapten mee willen weegt veel zwaarder: “Als een tehuis personeel meestuurt, moet het de werkdagen dubbel compenseren met vakantiedagen en omdat men meestal in de zomer komt, als de personeelsbezetting toch al krap is, zijn tehuizen daar huiverig voor geworden. Bovendien laat het comfort voor de begeleiders te wensen over. ”

Om het hotel aan te passen aan de comfort-eisen van de begeleiders en om groot onderhoud te plegen, is anderhalf miljoen gulden nodig. “We hebben er echt alles aan gedaan om aan dat geld te komen, maar het lukt gewoon niet”, zegt Van der Hijden. “Gemeente en provincie willen niet en de fondsen zeggen allemaal: wij kunnen niets geven, maar probeer eens bij die en die. Dan zijn ze mooi van ons af.”

Van der Hijden voelt er weinig voor om zijn Rotterdamse gast aan Mies Bouwman of iemand anders te laten vragen of zij nog één keer in actie wil komen. “We hebben zeven jaar geleden een grote loterij opgezet. Dat is ons slecht bekomen. Volgens een marktonderzoeker konden we daar één miljoen gulden van verwachten, maar het werd een enorm fiasco dat ons zes ton heeft gekost.

Van der Hijden, die in Limburg Statenlid en bestuurslid van een groot aantal gehandicaptenorganisaties is, ziet als enige redding voor het hotel de vergoeding van vakantiekosten uit de AWBZ. “Wij krijgen hier veel gasten uit Duitsland, België of Frankrijk, voor wie de kosten betaald worden door de ziekenfondsen, terwijl wij in Nederland denken dat we de beste voorzieningen hebben voor gehandicapten. We denken dat we een land zijn van welzijn, maar in feite zijn we alleen maar een land van welzijnsinstellingen.”