Steun voor EMU-voorstel van Nederland

ROTTERDAM, 4 AUG. Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië hebben gisteren in het ambtelijk vooroverleg over de totstandkoming van de Europese Monetaire Unie (EMU) steun verleend aan voorstellen die Nederland als EG-voorzitter heeft gedaan. Aan de lidstaten die tot de EMU willen toetreden worden scherpe eisen gesteld ten aanzien van inflatie, overheidstekort en monetair beleid.

Een aantal zuidelijke EG-partners verzette zich fel tegen de voorstellen.

Voor het eerst is in de Nederlandse ontwerp-tekst voor een EMU-verdrag de mogelijkheid geformuleerd dat in eerste instantie slechts zes EG-lidstaten toetreden tot de monetaire unie. Hiermee wordt het idee van een “Europa vantwee snelheden” nog eens onderstreept. In een eerder voorstel van Luxemburg (de vorige EG-voorzitter) was nog sprake van acht landen.

In het Nederlandse voorstel gaat het vooral om de derde fase, waarbij minimaal zes landen een geïntegeerd monetair beleid, compleet met één centrale bank, gaan voeren. “Lidstaten die voldoen aan de voorwaarden zullen beslissen wanneer zij tot de derde fase (van de EMU) toetreden”, aldus de ontwerp-tekst waarover de ministers van Financiën van de EG maandag in Brussel zullen vergaderen. Deze formulering lijkt vooral een geste naar de Britten.

De Nederlandse regering probeert tijdens haar voorzitterschap van de Europese Ministerraad, dat op 1 januari eindigt, overeenstemming tussen de lidstaten over de voortgang van de EMU te bereiken. Volgens het ambtelijke voorstel zou de periode van omschakeling in het monetaire en financiële beleid, die in 1994 begint, eind 1996 worden geëvalueerd. De concrete voorwaarden voor toetreding van lidstaten tot de derde fase zijn:

een inflatieniveau dat dicht in de buurt komt van dat in de EG-lidstaat met de meest stabiele prijsvorming;

een stabiele positie van de overheidsbegroting, die moet blijken uit een niet te groot financieringstekort;

het in acht nemen van de normale marge van de wisselkoers voor de nationale munt, conform het Europees Monetair Stelsel, zonder devaluaties ten opzichte van andere Europese valuta;

een voortzetting van de omschakeling van het financiële beleid, blijkend uit een renteniveau dat vergelijkbaar is met de EG-lidstaat met de grootste prijsstabiliteit.