Snikhoekjes tussen de kinderboeken

Stichting Kinderboek-Cultuurbezit, Hoofdstraat 4, Winsum (Gr.). Telefoon: 05951-3663. Dinsdag t-m vrijdag 10.00-12.00 en 14.00-17.00 uur.

Ze wist wel dat kinderboeken veel konden betekenen, maar sinds Toos Saal-Zuurveen het enige kinderboekenmuseum van Nederland bestiert, is ze pas waarlijk doordrongen van de immense emotionele schok die het weerzien met een simpel kinderboek kan veroorzaken.

Sinds de opening in '86 krijgt ze uit heel het land mensen op bezoek. “Zo was er een vrouw die als meisje van vijf tijdens de Slag om Arnhem met haar moeder in een schuilkelder had gezeten. Haar moeder had toen in paniek maar één boek meegenomen. Ik geloof dat het ging om Guusje van de Goudsbloem van Rie van Rossum. Dat boek hebben moeder en dochter samen die hele vreselijke week gelezen en herlezen. De moeder is overleden en bijna haar hele leven zocht de dochter naar dat ene, verloren gegane kinderboek”, vertelt ze.

“Toen ze het hier eindelijk vond, drukte ze het als een baby stevig tegen zich aan. Ze moest huilen en een van mijn medewerkers die dat zag, heeft haar even apart genomen en haar alle tijd gegeven om haar emoties te verwerken. De vrouw omarmde natuurlijk niet dat boek, maar haar moeder, dat zág je gewoon. Ze wilde het boek niet eens lenen, want na bijna een halve eeuw kende ze het nog steeds uit haar hoofd. En dit geval is eigenlijk één van velen... Er liggen hier altijd tissues klaar in een la, en tussen de boekenrekken zijn zogenaamde ”snikhoekjes' ingericht zodat mensen in alle rust kunnen bijkomen van hun emoties.”

Toos Zuurveen (1943) zucht blij. Haar energie is bijna tastbaar en je begrijpt hoe zij vanuit het niets haar eigen kinderboekenmuseum uit de grond heeft gestampt. Van B en W van haar dorp Winsum (12 km boven Groningen) mocht de stichting voor een symbolisch bedrag het oude gemeentehuis uit 1907 huren. Toos knapte het met een paar toegewijde medewerkers op. Museum en bibliotheek worden gerund door enthousiaste vrijwilligers.

Bij de opening bezat men 3.000 jeugdboeken en een hoop lege ruimte. Nu staan er 25.000 jeugdboeken op de planken en de collectie groeit nog dagelijks. Nog steeds worden alle boeken geschonken. Gekocht wordt er niets. En de Stichting Kinderboek-Cultuurbezit, waarvan zij directeur is en die het museum annex uitleenbibliotheek en studiecentrum beheert, heeft nog nooit een cent subsidie van de overheid ontvangen. Het Rijk werkt dus (nog) niet mee, het publiek en speciale fondsen (Anjerfonds, Zomerpostzegels en andere) gelukkig wel. Toch blijft het tobben met de financiën en Toos moet bedelen bij het leven.

Maar de boeken stromen binnen! Door schenkingen uit het hele land zijn nu al meer dan 40.000 boeken verzameld, waarvan er 25.000 gecatalogiseerd zijn. Ook wat deze schenkingen betreft, spelen zich soms emotionele taferelen af. Zo komen er af en toe ouders bedremmeld de kinderboeken van hun overleden kinderen aan de liefdevolle handen van Toos Zuurveen en haar staf toevertrouwen.

De collectie van het museum omvat kinderboeken vanaf 1780. Elk kinderboek is welkom, hoe triviaal en onbetekenend misschien ook; een kinderhart maakt zo'n onderscheid niet en de Stichting Kinderboek dus ook niet. Dat is terug te vinden in de titel die Toos Zuurveen aan haar volgend jaar te verschijnen standaardwerk wil geven, Van Zedenleer tot Bruintje Beer. Een voorproefje van deze sociaal-historische studie is al te koop in de vorm van de zeer leesbare catalogus Van jongs af aan geleerd, die hoort bij de gelijknamige tentoonstelling die tot half september te zien is in de Universiteitsbibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen. Er zijn daar zo'n 150 jeugdboeken te bezichtigen, een dwarsdoorsnee van de collectie van de Stichting Kinderboek.

Toos Zuurveen begon op haar vijftiende met het schrijven van pittige meisjesromans en jeugdboeken. Voor haar studie heeft ze duizenden kinderboeken moeten lezen. Ze is ervan overtuigd dat uit al die kinderboeken een interessant tijds- en maatschappijbeeld valt te distilleren van het kind, het kindbeeld en het kinderboek door de eeuwen heen. Het jeugdboek blijkt bij uitstek het voertuig te zijn (geweest) waarin de heersende waarden en normen worden overgedragen.

Het museum-de bibliotheek is open voor iedereen. De toegang is gratis en alle boeken zijn gratis te leen. Op verzoek wordt per post verzonden. Menige bezoeker op zoek naar verloren kindergeluk komt met uiterst vage aanwijzingen, al te vaak kent men titel noch auteur. Voor de directrice en haar staf is het een sport zo'n boek toch te vinden; ze vergelijkt het met het oplossen van een cryptogram.

Zo belde eens een mevrouw van 84 dat ze op haar vierde een prentenboek had bezeten dat zoiets als Het rode bietje zou heten, met een tekening van een meisje met een spinneweb aan haar neus. “Die lieve dame zei: ”Nu, kind, dan vind je 't zeker wel', en verder vertelde ze geëmotioneerd dat ze het boek voor haar dood absoluut nog eens wilde lezen. Ik ging op zoek, maar vond niets dat op ”rode bietjes' leek of dat verwees naar die tekening. Ik ben toen systematisch gaan zoeken: welke prentenboeken bestonden er in de tijd dat die mevrouw vier was? Eindelijk vond ik het. Je moet voor dit werk een beetje Fingerspitzengefühl hebben. Het boek heette De Kleine Kroot in Droomenland. Het beeld van het meisje met het spinneweb was in feite maar een heel klein onderdeel van een illustratie. Ik belde haar tevreden op en weet je wat ze zei? ”De Kleine Kroot? Ja, lieve kind, dat zei ik toch al!' Maar we bezaten het helaas nog niet.

“Toevallig kwam die zelfde week een Haagse dame op bezoek die vertelde dat een oom van 91 het boek thuis had liggen. Maar toen ze hem er om vroeg wilde hij het onder geen beding uitlenen - laat staan cadeau doen! Toen heeft ze het gefotokopiëerd en de tekeningen ingekleurd met potlood. Vervolgens kwam alles in een mooie ringband en stuurde ze het ons op als cadeautje. Toen we de oude dame konden berichten dat we haar De Kleine Kroot konden lenen, barstte ze in tranen uit. En ik riep haastig. ”Nu moet u niet doodgaan, hoor!' ”