"Regeling voor studiekosten lage inkomens onvoldoende'

DEN HAAG, 4 SEPT. De regeling die onder meer lagere inkomensgroepen een tegemoetkoming in de studiekosten in het voortgezet onderwijs moet garanderen, is ontoereikend. Voor kinderen onder de zestien jaar geldt een maximale tegemoetkoming van ƒ 300, terwijl de schoolkosten voor bijvoorbeeld het lager beroepsonderwijs veel hoger liggen (jaarlijks ƒ 685).

Dit concludeert het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting in een onderzoek naar de regeling. Deze wordt straks een belangrijk instrument voor minister Ritzen (onderwijs) om de aangekondigde lesgeldverhogingen voor de lagere inkomens te compenseren. Het NIBUD constateert dat als die verhogingen met bijna 300 gulden doorgaan, de regeling nog minder toereikend wordt dan ze al is.

De maximale tegemoetkoming van ƒ 700 voor leerlingen van 16 en 17 jaar blijkt wel toereikend. De schoolkosten voor deze leeftijdgroep liggen namelijk volgens het NIBUD niet veel hoger dan voor de groep jonger dan 16 jaar. Alleen voor deelnemers aan het middelbaar beroepsonderwijs, waar de gemiddelde kosten ƒ 950 per jaar bedragen, is de ƒ 700 niet toereikend. Ook voor het MBO wil Ritzen de lesgelden fors verhogen.

Ritzen schrijft in zijn begroting voor 1992, die zaterdag in deze krant uitlekte, de studiekostenregeling verregaand te willen vereenvoudigen. De dertien schijven zou hij met ingang van 1 augustus 1992 willen terugbrengen tot drie. De laagste inkomens gaan er daarbij volgens Ritzen iets op vooruit. De middengroepen houden ongeveer dezelfde rechten die ze nu al hebben. Daarbij wordt echter wel de inkomensgrens waarbij men nog recht heeft op een vergoeding voor lesgeld, boekengeld of reiskosten verlaagd van ƒ 58.000 naar om en nabij de ƒ 50.000. Boven die grens ontvangt men vanaf volgend jaar geen tegemoetkomig meer.

Volgens het NIBUD is de MAVO van alle typen voortgezet onderwijs het goedkoopst. De jaarlijkse schoolkosten bedragen daar ƒ 525. Het HAVO volgt met ƒ 640, terwijl de kosten op het VWO ƒ 695 zijn. De meeste kosten worden gemaakt aan boeken en de bedragen die de school vraagt voor materiaal, uitstapjes of werkkleding.