Onttroonde recordhouder na 23 jaar weer in de publiciteit; Beamon is niet meer onsterfelijk

MIAMI, 4 SEPT. Om zeven uur 's ochtends ging vorige week vrijdag de telefoon. Even veronderstelde hij dat de matineuze beller hem alsnog wilde feliciteren. Op de dag na zijn 45ste verjaardag was het Bob Beamon niet vergund uit te slapen. Baemon hoorde het nieuws van de presentator van een radioprogramma. Opeens was hij klaar wakker. De Amerikaan was na 22 jaar en tien maanden zijn wereldrecord kwijt geraakt, dat eigenlijk voor de eeuwigheid bestemd was. Het telefoontje had hem zo verbaasd, dat de naam van 's werelds beste verspringer hem even was ontgaan. Niet Carl Lewis dus, die al een decennium vergeefs jacht had gemaakt op die magische 8,90 meter.

Beamon wist dat Mike Powell in staat was zijn legendarische record naar de geschiedenis te verwijzen. Een maand geleden had hij hem nog getroffen. Over records hadden ze het niet gehad. De atletiekwereld had het nieuwe record gereserveerd voor Lewis, ongeslagen in 65 wedstrijden. Het verraste Beamon dat zijn opvolger net zo plotseling opdook als hij zelf op 18 oktober 1968 bij de Olympische Spelen in Mexico-stad. “Ik was een beetje in de war.” Zoals ook op die dag, waarvan hij later zei even tussen tijd en ruimte te hebben gezweefd.

De vrijdag verliep anders dan Beamon had voorzien. De directeur van Dade County Parks and Recreation Department had daar wel begrip voor. Als leider van het sportprogramma voor randgroepjongeren heeft Beamon doorgaans niet zo veel aanloop. Die ochtend moest hij om half twaalf een persconferentie geven omdat hij niet meer aan de afzonderlijke verzoeken kon voldoen. Het telefoontje in de vroege ochtend was gevolgd door talloze andere.

In de middaguren klonk zijn stem hees. Het zou de meest vermoeiende dag in 23 jaar worden. “Het is een grote dag in de geschiedenis van de sport”, verklaarde hij niet zonder gevoel voor theater met een handvol microfoons aan zijn lippen. “Ik wist wel dat dat record een tijdje zou standhouden. Dat het nu eindelijk is gebroken, moet als natuurlijke progressie worden beschouwd.” Een jaar geleden had hij zijn verrichting nog eens op waarde geschat. “Zonder arrogantie, er is sindsdien geen prestatie geleverd, die enigszins met die van mij is te vergelijken.”

De Amerikanen hielden Bea mon voor een eensdagvlieg. Na de Spelen van Mexico, waar zijn landgenoten Tommy Smith en John Carlos demonstreerden voor Black Power, heeft hij zijn verbazingwekkende verrichting bij lange na niet kunnen benaderen. Hij beklom het podium destijds niet met een zwarte baret en zwarte handschoen, al deelde hij wel de opvattingen van de militante zwarte atleten. Het stoorde Beamon niet dat hij pas op de dag dat zijn record met vijf centimeter werd verbeterd, weer in het felle schijnsel van de publicitieit verscheen.

Sinds tien jaar leidt Beamon een sportprogramma in zijn woonplaats Miami. Bijna dagelijks vertelt hij zwarte kansarme tieners zijn eigen levensverhaal. Dat gaat over de maatschappelijke kansen die sport hem heeft geboden. Afgezien van dat veelbeschreven record heeft hij wel wat om over te vertellen. De biografie van Beamon omvat veel kommer en kwel. Hij werd geboren in het Newyorkse stadsdeel Queens. Hij groeide op in een slum, waar hij een opleiding ontving tot kruimeldief. Zijn stiefvader verbleef veelal in de gevangenis, zijn moeder stierf aan tuberculose. De jonge Beamon moest naar een zogenoemde 600-school, een instelling voor zeer moeilijke opvoedbare jongens.

Toen hij naar Mexico reisde, waren zijn maatschappelijke vooruitzichten niet florissant. Hij was net gescheiden en had een aanzienlijke schuldenlast opgebouwd. Door een unieke samenloop van omstandigheden, sprong hij 55 centimeter verder dan het wereldrecord, dat in het bezit was van zijn mentor Ralph Boston en Igor ter Ovanesian, tegenwoordig voorzitter van de atletiekbond van de Sovjet-Unie. Boston had altijd al gezien, dat Beamon op een goede dag een fantastische sprong in zijn benen had.

Beamon is een typisch voorbeeld van iemand die zich via de sport aan de slum ontworstelde. Na zijn “Sprong in de 21ste eeuw” was er licht in de tunnel. In San Diego kon hij psychologie studeren; in Miami werkt hij nog aan zijn promotie. Zo af en toe gaat hij naar atletiekwedstrijden kijken. Meestal als anoniem toeschouwer. Voor zo ver zijn werkzamheden het toelaten, leidt Beamon een rustig leven. “Het is niet zo dat Mike Powell mij iets ontnomen heeft”, zegt hij. “Integendeel. Die sprong van toen heeft me een in ieder geval de schijn van onsterfelijkheid bezorgd en me daarnaast veel opgeleverd.”

Beamon doelt niet op financieel gewin, pas sinds de jaren tachtig valt er voor lopers en springers een redelijk tot goed inkomen te verdienen. “Door mijn succes heb ik veel vrienden gekregen. De vriendschappen bleven toen de journalisten en de tv-camera's uit mijn leven verdwenen.”