Nieuwe geruchten over gifafval in Coupépolder

ALPHEN AAN DEN RIJN, 4 SEPT. Waar het golfterrein grenst aan de Kromme Aar, onderaan een kunstmatige heuvel, stopt het gezelschap. “Dit”, wijst mevrouw C. van Laar, “is de plek waar volgens de getuigen die twee containers begraven liggen. Containers met chemisch afval, wellicht ook gifgas of de grondstof daarvoor. Hier moeten ze zitten, een meter of tien, twaalf onder de grond.”

Van Laar, woonachtig in Alphen aan den Rijn, is kersvers lid van Provinciale Staten voor Groen Links, maar nu treedt ze nog op als gids van de streekcommissie Alphen en Omstreken, waarin ze jaren een vooraanstaande rol speelde. De commissie, een regionaal inspraakorgaan, heeft een aantal in het milieu gespecialiseerde Tweede-Kamerleden uitgenodigd om de gifbelt in de voormalige Coupépolder alsook de lopende saneringswerken in ogenschouw te nemen. Binnenkort wordt hier een damwand geslagen en daarvoor zijn bomen en struikgewas onverbiddelijk omgeploegd. Maar wat het meest tot de verbeelding spreekt, is de jongste onthulling, waar nu ook een concrete locatie bij hoort: diep onder het maaiveld hier bij de Kromme Aar zou wel eens chemisch wapentuig kunnen liggen.

Om het parlementaire bezoek, ruimschoots van tevoren gepland, extra gewicht te geven, liet de streekcommissie aan de vooravond van de excursie het container-verhaal uitlekken. Dus van toeval was geen sprake. Tegelijk werd men op zijn wenken bediend, want in opdracht van burgemeester M. Paats stelt de Alphense politie een onderzoek in door verscheidene ooggetuigen van destijds, 1980, te horen.

Bovendien maakte de provincie Zuid-Holland bij monde van milieugedeputeerde J. Van der Vlist duidelijk dat er naar de mysterieuze laadkisten zal worden gegraven dan wel "geprikt', zodra de exacte plek bekend is. Niets staat dus een doelbewuste speurtocht naar de containers meer in de weg en dat wordt daar in Alphen nog eens door Van der Vlist bevestigd. Er wordt gezocht.

's Avonds, op een bijeenkomst voor buurtbewoners in kerkelijk centrum De Bron, circuleren kopieën van een schriftelijk stuk onder codenaam Q-12. Het is een proces-verbaal uit oktober 1988, toen een regionaal rechercheteam materiaal verzamelde in de strafzaak tegen afvaltransporteur Kemp. In Q-12 doet de Alphenaar H. Heemkerk minutieus verslag van zijn bevindingen in de vroege zomer van 1980. Het was omstreeks halfacht 's avonds en hij zag hoe een dieplader twee gesloten containers van elk vier vier bij twee meter aanvoerde, waarop draglines ze in een put lieten zakken. “Van de laatste dragline kon ik alleen de top van de giek nog zien.” Om alles op de belt te krijgen, was er een brug van stalen bielzen en rijplaten over de Kromme Aar geslagen.

Met die melding heeft de politie destijds niets gedaan. Nu gebeurt dat wel, door een actie van de streekcommissie, die kort geleden het opmerkelijke ooggetuigeverslag uit het dossier-Kemp in handen kreeg.

Daar kwam nog een gerucht bij. In 1986 verdween directeur Beijderwelle van de firma Biesterfeld, een chemisch bedrijf ter plaatse, om tot op de jongste dag spoorloos te blijven. Justitie stelde een onderzoek in naar die verdwijning en zou daarbij gestuit zijn op handel in chemische wapens. "Wild-west-verhalen', zoals de huidige adjunct van Biesterfeld, J. Key, laat weten? Maar Biesterfeld is wel een dochterbedrijf van Boehringer uit Hamburg, dat in opsraak kwam door de levering van gifgas aan Irak. Zo ontstonden in Alphen de losse eindjes, die men nu aan elkaar probeert te knopen.

Terug in de Coupépolder, meer dan ooit een cause célèbre onder de Nederlandse gifbelten, beklimt mevrouw Van Laar een heuvel om de bezoekende Kamerleden op kale plekken in het gras en enkele stervende boompjes te wijzen: “Hier zijn hoge concentraties benzeen, tolueen en xyleen gemeten. In de afdeklaag vond de Heidemij een temperatuur van 73 graden Celsius. Ook stijgen er regelmatig gassen omhoog.”

Daar vlakbij trekken sportief geklede golfspelers hun trolly voort op weg naar de volgende hole. Want de sport gaat door, alle negatieve berichten over schadelijke dampen en gifgas ten spijt. Toch is bij menigeen de animo eraf, vertelt een bestuurslid van golfclub Zeegersloot. “Tientallen leden hebbenal bedankt, omdat ze niet op een gifbelt willen spelen. Ze wijken uit naar andere verenigingen.”

Ook klaagt hij, een koud pilsje in de hand, over het verdwijnen van de beplanting in het kader van de werkzaamheden die de voormalige stort van zijn omgeving moet isoleren. “Alle bomen hier aan de rand zijn omgezaagd en dat is een ernstig verlies. Voor onszelf, de club, maar ook voor de vogels, hazen en konijnen, die nu geen bescherming meer hebben. Ja, de golfbaan zelf probeert men te sparen, maar hoe lang nog?”

Kamerlid Van Rijn-Vellekoop (PvdA) is voor het eerst van haar leven op de belt. “Ik had hem wel eens gezien, maar ik was er nooit bovenop geweest. Het is goed om dergelijke locaties, die zoveel discussie oproepen, van nabij te bekijken, maar echt veel nieuws heb ik niet gehoord. Wel komt er steeds een stukje nieuws bij. Nu weer die containers. Wat ik me afvraag is: waarom hebben ze drie jaar geleden, toen die ooggetuige zijn verhaal deed, geen actie ondernomen? Wat is er simpeler dan een paar laadkisten naar boven te halen?”

Op het moment hebben zij en haar collega's geen onmiddellijke bemoeienis met de Coupépolder. De sanering of liever afscherming van de belt is een zaak van de provincie, die daarvoor in eerste aanleg zes miljoen heeft uitgetroken.

Van Rijn: “Zodra het bedrag de tien miljoen passeert, hebben wij als Kamer ermee te maken, omdat het geld dan rechtstreeks uit de rijkspot moet komen.Of de huidige sanering toereikend is? Wij houden twee criteria aan: er mag geen gevaar voor de volksgezondheid optreden en de vervuiling mag zich niet verder in het milieu verspreiden. De vraag of de maatregelen van nu aan die eisen voldoen, is nog niet te beantwoorden. Eerst moeten alle rapporten binnen zijn. Dat is juist het verbazingwekkende van dit geval: dat er steeds weer discussie oplaait over wat er feitelijk aan de hand is.”