LORD CARRINGTON; Een heer op de Balkan

"A perfect gentleman'. Zo noemde de Britse Daily Mail Lord Carrington in 1982, na diens aftreden als minister van buitenlandse zaken in verband met de Falklandoorlog. Niet veel mensen in de wereld zullen het oneens zijn met die karakteristiek. De nu 71-jarige Peter Alexander Rupert Carrington staat voor alle goede eigenschappen die aan de Engelse gentleman worden toegeschreven. Hij is onverstoorbaar, hoffelijk, intelligent, vasthoudend en is niet van zijn stuk te brengen door beledigingen of onverwachte situaties.

De Europese Gemeenschap had inderdaad geen betere voorzitter kunnen kiezen voor de Joegoslavië-conferentie, die zaterdag in Den Haag begint. Lord Carrington heeft een ruime internationale ervaring, met als bekroning de succesvolle Rhodesië-conferentie in 1979 in Londen. Bovendien heeft hij zich, voor zover bekend, niet uitgesproken over wat er met Joegoslavië moet gebeuren, dus kan hij als neutraal gelden.

Lord Carrington heeft over het algemeen weinig waardering voor ideologische schema's, en niemand heeft hem kunnen betrappen op dogma's. Hij is geen theoreticus, maar een typisch pragmatische Tory: als een situatie praktisch en werkbaar is, hoeft die niet per se formeel logisch of ideologisch verantwoord te zijn.

Hij heeft een innemende, open persoonlijkheid, of zoals een Nederlands diplomaat enkele jaren geleden zei: het is altijd plezierig om met Peter in één kamer te zijn. Het betekent niet dat Carrington een allemansvriend is, want hij kan venijnig reageren. Maar hij beweegt zich in het leven met een losheid en hardhandige amicaliteit, die verraadt dat hij van niemand orders hoeft aan te nemen.

En dat is ook zo. De zesde baron Carrington werd geboren in een gezin waar men zich, zoals een weekblad schreef, nauwelijks verstaanbaar kon maken door het gekletter van de zilveren lepels. Hij kreeg de gebruikelijke opleiding voor een Engels edelman: de kostschool Eton en de militaire academie Sandhurst. Géen universitaire opleiding, want die was een voorbereiding op werk en dat deed een Engelse edelman niet. Het hoefde ook niet, want Carrington erfde de titel, 10.000 hectare land en een omvangrijke aandelenportefeuille toen hij achttien was. Hij werd geen "farmer', zoals Britse grootgrondbezitters zichzelf met een fraai understatement noemen, maar ging na een korte carrière als officier bij de cavallerie in de politiek.

Vrij snel vervulde hij allerlei lage regeringsposten in verschillende conservatieve kabinetten, tot Edward Heath hem in 1970 benoemde tot minister van defensie. In die functie maakte hij de grootste beoordelingsfout uit zijn carrière: hij adviseerde premier Heath om het conflict met de mijnwerkers aan de kiezers voor te leggen.

Het zou overigens niet de enige verkeerde taxatie uit zijn loopbaan worden. Als onder-staatssecretaris van defensie in een eerder kabinet verdedigde hij de Britse militaire aanwezigheid ten oosten van Suez - een onhoudbare propositie gezien de status van het land. Ook verdedigde hij later, als minister van buitenlandse zaken onder Thatcher, het blanke minderheidsbewind in Rhodesië, en steunde hij de door Zuid-Afrika opgezette minderheidsregering van bisschop Muzorewa. Maar in privé-gesprekken waarschuwde hij dat Rhodesië niet het Britse Vietnam mocht worden.

Die lenigheid stelde hem in staat om én Margaret Thatcher én de onwillige Gemenebestlanden voor een grote conferentie over de toekomst van Rhodesië te winnen. Het was een van de zeldzame gelegenheden waarbij Thatcher zich liet overtuigen door een minister. Niemand anders dan Carrington was daartoe in staat. Geen ander kabinetslid durfde haar ook te benaderen zoals hij deed: luchthartig, zakelijk, relativerend, een beetje flirterig en vooral: zonder angst.

De Rhodesië-conferentie in Lancaster House werd een triomf, hoewel de uitkomst van een zelfstandig Zimbabwe met een zwarte meerderheidsregering niet precies was wat de Conservatieven wilden en verwachtten. Maar Carrington had zijn eigen agenda. Hij manoeuvreerde, charmeerde, chanteerde, presenteerde drie versies van de waarheid aan drie partijen, maar sleurde tenslotte alle partijen naar het slotdocument.

De volgende nederlaag van Peter Carrington verhoogde zijn prestige alleen maar. In 1982 werden de Britten verrast door een Argentijnse aanval op de Falklands. Een nietige eilandengroep, strategisch nauwelijks en economisch zo onbelangrijk voor de Britten - de bezitting kostte alleen maar geld - dat het Foreign Office het graag aan de Argentijnen wilde overdoen. Maar de militaire overrompeling maakte lawines van vaderlandse gevoelens los en premier Thatcher besloot oorlog te voeren.

Het eerste offensief was echter gericht tegen het ministerie van buitenlandse zaken, dat geen of volstrekt verkeerde informatie had gegeven over de Argentijnse bedoelingen. “Sack him and his whole rotten gang” schreef de Daily Mail over de verantwoordelijke minister, Lord Carrington. Hij incasseerde de verwijten en trad zelf af, ondanks verzet van Thatcher en de rest van de regering. Hij beschouwde aftreden als een erezaak, en vond het bovendien nuttig om de aandacht af te leiden van andere verantwoordelijken, zoals de minister van defensie en indirect de premier. Dezelfde Daily Mail beloonde Carrington met een lovend artikel onder de kop: "The tragedy of a perfect gentleman'.

Een honorabel man in een wereld vol opportunisten - zo ging Carrington verder door het leven, onder andere als secretaris-generaal van de Navo en de laatste jaren als - onder andere - commissaris van het veilinghuis Christie's. Indien hij de Joegoslavië-conferentie tot een goed eind weet te brengen, zal zijn naam voorgoed voortleven als die van een groot staatsman.