Kernenergie kan wel bespreekbaar zijn

Onze toekomst ligt in energiebesparing en duurzame energiebronnen. Dat is de stelling waarmee de Stichting Natuur en Milieu heeft gereageerd op de artikelenserie in NRC Handelsblad over kernenergie. Die stelling onderschrijf ik van harte. Energiebesparing kan een belangrijke rol spelen bij de oplossing van milieuproblemen en moet dan ook optimaal worden benut. De vraag is alleen via welke weg die situatie kan worden bereikt.

Bij al te optimistische verwachtingen van energiebesparing moeten vraagtekens worden geplaatst. De grenzen van de mogelijkheden van energiebesparing maken het daarom des te noodzakelijker de ontwikkeling van duurzame milieuvriendelijke energiesystemen krachtiger ter hand te nemen. Door zo'n ontwikkeling zal ongetwijfeld ook in ons land een deel van de energievoorziening in de toekomst met vernieuwbare energie worden opgewekt, hoewel de ruimtelijke beperkingen in Nederland de introductie daarvan tot een langdurig en moeilijk proces zal maken. In die tussentijd zullen we ons met iets anders moeten behelpen. De eerste optie is energie-opwekking door het verbranden van fossiele brandstoffen met de daaraan klevende grote milieubezwaren, zoals zure neerslag en het broeikaseffect. De tweede optie is kernenergie die deze bezwaren weliswaar niet heeft, maar die weer met geheel andere problemen worstelt. Dat heeft geleid tot de huidige zeer lage maatschappelijke acceptatie van kernenergie.

Bootsma en Van den Biggelaar van Natuur en Milieu pleiten er in NRC Handelsblad van 6 augustus voor de huidige massale maatschappelijke afwijzing van kernenergie als democratisch fundament te aanvaarden. Zij verwijten NRC Handelsblad-redacteuren Knip en Westerwoudt , die in de lage maatschappelijke acceptatie juist aanleiding zien om te pleiten voor meer voorlichting, dat ze het democratisch beginsel selectief hanteren. Dat verwijt is echter niet op zijn plaats. Immers, iemand die graag bereid is de tegenstand van meer dan tachtig procent van de bevoking te respecteren, hoeft nog niet bereid te zijn om deze maatschappelijke voorkeur op een bepaald moment te bevriezen en tot democratisch fundament te verheffen. Dat is ook niet gedaan toen de voorkeuren precies andersom lagen. Democratie moet dynamisch blijven en de belangrijke beleidsbesluiten worden genomen door het parlement.

Een tweede aangrijpingspunt voor discussie dat in de reactie van Van den Biggelaar en Bootsma is te vinden, betreft de opmerking dat de milieubeweging graag een bijdrage wil leveren aan een substantieel debat over de toekomst van onze samenleving. Ze vinden echter dat door de artikelenreeks zo'n fundamentele discussie over de toekomst wordt gemarginaliseerd tot een discussie over enkele veiligheidsaspecten van kernreactoren. Daar kan men het mee eens zijn. Die discussie is inderdaad marginaal. Er is een veel bredere discussie nodig, maar het is begrijpelijk dat een artikelenserie zich beperkt tot een onderwerp dat kennelijk tot zoveel verschillende opvattingen, oordelen en emoties kan leiden dat een zinvolle, brede discussie niet meer mogelijk is. Alleen een onderlinge vergelijking van alle aspecten van de energieopties: duurzame energie, fossiele-brandstofenergie en kernenergie kan tot heldere keuzen bij het ontwerp van onze toekomstige energievoorzieningen leiden. Geen van de drie energiecomponenten moet daarbij worden uitgesloten als eventuele mogelijkheid.

Als men echter op basis van de huidige lage maatschappelijke acceptatie kernenergie afwijst, zal men er niet aan kunnen ontkomen om ook fossiele brandstofenergie af te wijzen. Immers de maatschappelijke weerstand tegen de inzet van fossiele brandstof, in het bijzonder kolen, is ongeveer even groot als die van de inzet van kernenergie. Als dat zou gebeuren resteert er weinig stof voor de substantiële discussie, want als energiebron blijft dan alleen duurzame energie over. De capaciteit daarvan is op dit ogenblik bijna verwaarloosbaar. Zelfs met het ambitieuze energiebesparingsplan van de Milieubeweging leidt dit voor de korte termijn alleen tot 'armoede-scenario's'.

Als het de milieubeweging werkelijk ernst is een substantiële discussie aan te gaan, moeten tenminste alle huidige energie-opties met alle voor- en nadelen in de beschouwingen worden betrokken. De doelstelling van die exercitie moet zijn zo snel mogelijk tot een betaalbaar volledig duurzaam energiesysteem te komen. De voorstanders van kernenergie zullen moeten accepteren dat hun troetelvariant van het toneel verdwijnt als de uitkomsten van zo'n studie dat helder aantonen. Wanneer de uitkomst van de studie daar aanleiding toe geeft zullen de tegenstanders van kernenergie echter op hun beurt als offer moeten aanvaarden dat kernenergie tijdelijk een rol zou kunnen spelen om de weg naar het zo fel begeerde duurzame energiesysteem zo kort mogelijk en zo milieuvriendelijk mogelijk te maken.

Als echter de discussie beperkt blijft tot de variant met duurzame energie gekoppeld aan energiebesparing, waarbij de aanlooproute via fossiele-brandstofenergie en kernenergie versperd is, kan die discussie alleen maar gaan over de gevolgen van het invoeren van die variant. Dat zal nog een substantieel debat kunnen worden want dan is aan de orde wat dit betekent voor het welzijn van de individuele burger, voor de welvaart en het comfort van elk individu, voor de werkgelegenheid, voor de economie, voor de relatie met ontwikkelingslanden, voor de concurrentiepositie van ons land, voor de geloofwaardigheid van ons land, voor onze plaats in Europa en zelfs voor ons milieu.