Kaaiman Eilanden schorten liquidatie BCCI op

GEORGE TOWN (Kaaiman Eilanden), 4 SEPT. Liquidatie van de drie zeer omstreden vestigingen van de Bank of Credit and Commerce International (BCCI) op de Kaaiman-Eilanden is tot ten minste 16 december van dit jaar uitgesteld.

Het hoogste gerechtshof van dit Caribische belasting- en toeristenparadijs besloot hiertoe gisteren ten einde een door de grootaandeelhouders van BCCI - heerser sjeik Zayed bin Sultan Al-Nahayan en de regering van Abu Dhabi - in het vooruitzicht gestelde reddingsoperatie een kans te geven.

Het uitstel komt als een verrassing. De activiteiten van BCCI op de Kaaiman Eilanden worden in nogal wat publicaties en rapporten over het bankschandaal als de grootste boosdoeners aangewezen. Er zou zich een "bank-in-de-bank' bevinden die mogelijk miljarden dollars van cliënten heeft laten verdwijnen. Die duistere transacties zouden waterdicht zijn afgedekt door het zeer strikte bankgeheim van dit tropische luilekkerland.

Die beschuldigingen waren dan ook de reden voor Kaaimans gouverneur Alan Scott om zo snel mogelijke liquidatie van de BCCI-vestigingen te eisen. Hij benoemde in juli een bewindvoerder, Ian Wight van de firma Ross Deloitte Tohmatsu. Diens geheime rapporten, zo bleek tijdens de rechtzitting gisteren, bevatten eveneens “gegronde redenen voor de verdenking van fraude”.

Eerder kreeg BCCI S.A., de dochteronderneming die voornamelijk in het Verenigd Koninkrijk werkte, van het Hooggerechtshof in Londen uitstel van executie tot 2 december. En in Luxemburg, waar tevens de mondiale houdstermaatschappij van BCCI is gevestigd, is liquidatie zelfs tot eind december opgeschort.

Het besluit op de Kaaiman Eilanden heeft gevolgen voor ongeveer 60 BCCI-kantoren in circa 27 landen. Ook die kantoren - voornamelijk gevestigd in het Caribisch gebied en Latijns Amerika - zullen tot nader order niet definitief worden opgeheven. Een groot aantal van die vestigingen is overigens al sinds 5 juli van dit jaar gesloten in het kader van de door de Bank of England gecoördineerde internationale actie tegen BCCI.

De Kaaiman Eilanden hebben trouwens op 22 juli de vergunningen voor het uitoefenen van de bank-activiteiten door de drie BCCI-bedrijven ingetrokken. BCCI heeft hiertegen, tot nu toe tevergeefs, protest aangetekend.

Voor rechter George Harre van het Grand Court in George Town op het eiland Grand Cayman pleitten gisteren alle betrokken partijen zeer eensgezind voor uitstel van liquidatie. Voor alle betrokkenen die werden gehoord, gaf het uitzicht op een reddingsplan met een mogelijke hogere uitkering aan depositohouders en andere schuldeisers de doorslag.

Maar of het echt tot een steunoperatie van de kant van grootaandeelhouder Abu Dhabi komt, staat niet vast. “Welke hulp er precies komt moet nog worden vastgesteld. Het is absoluut niet zeker of het wel zal gebeuren. De groot-aandeelhouders hebben tijd nodig om de zaak te onderzoeken. Maar als er financiële steun komt, is er hoop dat crediteuren een redelijke in plaats van een onbetekenende uitkering krijgen", zei advocaat Robert Denman namens gouverneur Alan Scott van de Kaaiman Eilanden.

Voor de regering van deze Britse kroonkolonie staat vast dat, wat er verder ook gebeurt, BCCI in de oude vorm op haar grondgebied nooit meer het bankwezen mag uitoefenen. Er is de Kaaiman Eilanden, het snelst groeiende centrum voor offshore banking (curs) in de wereld, veel aan gelegen hun door de BCCI-affaire nogal aangetaste naam van alle blaam te zuiveren. De drie BCCI-vestigingen op Grand Cayman, een eiland zo groot als Texel, zouden onder de huidige bankvoorschriften van het land niet eens meer worden toegelaten. Maar omdat ze alle in de jaren '70 waren begonnen, vielen hun vergunningen nog onder de oude - intussen flink aangescherpte - eisen.

Zelfs in een oord als de Kaaiman Eilanden, waar een streng bankgeheim geldt en waar buitenlandse banken en bedrijven een zeer aanlokkelijke fiscale behandeling genieten, heeft de mondiale opschudding rondom BCCI grote indruk gemaakt. Regeringsadvocaat Denman: “Als ze vandaag moest beslissen, zou de regering liquidatie van de BCCI-ondernemingen onvermijdelijk achten. Om het nog zacht uit te drukken: alle 3 ondernemingen zijn insolvent en hebben geen geld om om hun (bank)zaken voort te zetten. Daar bovenop leveren de rapporten die de bewindvoerder aan de gouverneur heeft uitgebracht, aanzienlijke gronden voor de verdenking van fraude."

Dat de Kaaiman-regering toch akkoord gaat met uitstel van liquidatie houdt volgens Denman uitsluitend verband met de kans op een betere regeling voor de schuldeisers en depositohouders, “niet alleen voor de lokale crediteuren maar voor alle schuldeisers, hier en in het buitenland, van alle drie de bedrijven.

Een uitstel van 3 tot 4 maanden zal de positie van de schuldeisers materieel niet wezenlijk verslechteren, meende Denman. “Er zijn wat extra kosten maar die vallen in het niet vergeleken met de totale financiële positie van de BCCI-groep.

Uit de opmerkingen van de regeringsadvocaat valt op te maken dat de regering van Abu Dhabi (die 77 procent van de aandelen BCCI Holdings bezit) wel degelijk de nodige druk op Kaaiman Eilanden heeft uitgeoefend. “De aandeelhouders hebben duidelijk gemaakt dat zij de zaken in een ander licht zullen zien indien nu tot liquidatie zou worden besloten”, aldus Denman.

De beslissing tot het verlenen van uitstel was duidelijk “voorgekookt” in een besloten zitting. De rechter had geen seconde bedenktijd nodig om tot zijn uitspraak te komen.