Jeltsin maakt kans als hij van Gorbatsjov leert

Meer dan zestig jaar lang is de democratie in de Sovjet-Unie een stalinistische façade geweest: een vals uithangbord op de gevel van de partijdictatuur, die winkel waar vooral fopartikelen onder nepnamen werden verkocht. Democratie was er één van, want zestig jaar is het woord democratie misbruikt voor de dictatuur van Stalin en, na zijn dood, de dictatuur van de partij-elite.

Pas zes jaar geleden kwam daar op bescheiden schaal verandering in. Michail Gorbatsjov begon zowaar de zaken bij hun naam te noemen. Het uithangbord werd weggehaald, de verkoop van de nepartikelen werd overgelaten aan de filialen in Peking, Pyongyang en Havana, de vestigingen in Oost-Europa werden geprivatiseerd en onder Gorbatsjov werd een nieuw assortiment aangeschaft en werden de oude vervalste kasboeken en de eufemismen weggedaan. Het woord socialisme kreeg een nieuwe inhoud. Het woord democratie ook.

Achteraf gezien gebeurde dat natuurlijk allemaal te langzaam en met teveel haperingen, compromissen en fouten. Bovendien: het initiatief kwam altijd van Gorbatsjov, zijn revolutie was er een van boven.

De staatsgreep van twee weken geleden maakte pijnlijk duidelijk dat Gorbatsjov in zijn promotiebeleid van de afgelopen jaren een slangenest aan de borst heeft gekoesterd dat hem, zodra het de kans schoon zag, terzijde schoof om in naam van allerlei achterhaalde idealen de socialistische orde te herstellen. Gorbatsjov moest na zijn bevrijding aangeslagen toegeven een collectie Brutussen te hebben benoemd.

Toch is het de vraag of Gorbatsjov veel keus had toen hij die latere verraders promoveerde. De afgelopen twaalf tot achttien maanden heeft de Sovjet-leider, geconfronteerd met harde tegenwind, een beleid van moeizame compromissen moeten voeren. De promotie van mensen als Janajev, Pugo, Krjoetsjkov en Jazov was maar ten dele een kwestie van de verkeerde inschatting van Gorbatsjov, ze was óók een resultaat van die compromissen met de conservatieven. Als Gorbatsjov die compromissen niet had gesloten en die latere verraders niet had benoemd, zou hij wellicht al veel eerder het slachtoffer zijn geworden van de conservatieven. Dan was de Sovjet-Unie, achteraf gezien, op dit moment veel verder van huis geweest en had de conservatieve coup, of de ontmanteling van Gorbatsjovs leiderschap, zich wellicht al vele maanden geleden voltrokken en wellicht met meer succes.

Gorbatsjov heeft in 1985 de perestrojka ontketend aan het hoofd van een kleine groep medestanders. In de loop van de afgelopen zes jaar heeft hij een taaie guerrilla moeten leveren tegen een oppermachtig apparaat dat voor zijn hervormingen niets voelde. Zijn compromissen vervreemdden hem van het team van medestanders waarmee hij begon - de Sjevardnadzes en Jakovlevs die van hem wegliepen - en leidden uiteindelijk tot de coup.

De les die zes jaar perestrojka tot en met de coup oplevert ligt voor de hand: net zo min als Nikita Chroesjtsjov dertig jaar geleden is Gorbatsjov in staat geweest de Sovjet-Unie op zijn eentje te democratiseren en te hervormen, hooguit bijgestaan door wat verlichte medestanders. Ook in zijn geval nam het apparaat de winkel over toen het zich daartoe in staat achtte.

Gorbatsjovs relatieve falen - als daarvan kan worden gesproken - is dat hij al in een vroeg stadium de bevolking van zich heeft vervreemd en zich tot een geïsoleerd gevecht aan de top heeft laten dwingen, een gevecht waarin hij weinig medestanders had. Na de aanvankelijke euforie over de nieuwe stijl en de nieuwe taal hield de bevolking het wat Gorbatsjov betreft al snel voor gezien. De democratisering liep vast, Gorbatsjov inspireerde niet meer en slaagde er ook niet in de bevolking duidelijk te maken wat hij wilde. Gorbatsjov voerde belangrijke democratische hervormingen door, zoals vrije parlementsverkiezingen, maar niet hij werd er populair van, maar anderen, Boris Jeltsin voorop.

Op zichzelf is dit aspect van de hervormingen niet zo bijzonder. In de strijd van nieuw tegen oud is het al duizenden jaren een minderheid die het nieuwe wil en het moet opnemen tegen een meerderheid die het oude wil bewaren en het daarbij aflegt. In de Sovjet-Unie is het deze eeuw niet anders gegaan. In naam van de meerderheid is in de Sovjet-Unie het nieuwe buiten de deur gehouden, tot en met de relativiteitstheorie, de cybernetica, jazz en rock 'n roll, abstracte kunst en sociologie. Gorbatsjov heeft sinds 1985 tegen een meerderheid moeten vechten en hij heeft dat spel kundig gespeeld, maar niet kundig genoeg.

Die les lijkt op het ogenblik van toepassing op de man die voor alles van de afloop van de staatsgreep heeft geprofiteerd: Boris Jeltsin. Als hij de Russische samenleving wil hervormen, zal hij het anders moeten aanpakken dan Gorbatsjov. Hij zal bovenal de hervorming van boven - Gorbatsjovs methode - moeten inruilen voor een hervorming waarin een actieve rol voor de bevolking is weggelegd. Hij zal in die zin Gorbatsjovs werk moeten afmaken en een burgerlijke samenleving moeten scheppen, een waarin burgers voor zichzelf, en aldus voor de samenleving werken, waarin de staat niet als stalinistische nachtwaker fungeert, maar waarin deze zich terugtrekt: tachtig van de honderd ministeries moeten worden ontmanteld, twaalf van de achttien miljoen bestuursfunctionarissen moeten een andere plaats krijgen buiten het bestuursapparaat.

Doet hij dat niet, dan zal het apparaat - miljoenen uitgerangeerde en zeer kwade partijbonzen en -bonsjes - zich hergroeperen en tegen hem in de aanval gaan. En dat apparaat mag verslagen lijken, het is niet uitgeteld: het beschikt over ervaring, contacten, het beschikt over economische zeggenschap en over een ruim reservoir van rancunes.

Een snelle democratisering lijkt de enige manier om te verhinderen dat de coup wordt herhaald. De Russen lijken rijp voor een grotere mate van participatie. Niet wegens hun houding tijdens de coup: "het volk' heeft tijdens de recente coup een belangrijke rol gespeeld, maar doorslaggevend waren ze niet: die tien- of honderdduizend mensen rond burgemeester Sobtsjak in Leningrad of Boris Jeltsin in Moskou. De coupplegers hebben het uiteindelijk afgelegd tegen hun eigen knulligheid en de verdeeldheid bij de strijdkrachten: als die verdeeldheid er niet was geweest, was een bestorming van het Witte Huis van Boris Jeltsin een fluitje van een cent geweest. De Russen lijken veel meer rijp voor een grotere participatie door de ruime meerderheid waarmee mensen als Sobtsjak en Jeltsin eerder dit jaar zijn gekozen en door de herhaalde nederlaag van de conservatieven bij de verkiezingen van de laatste jaren.

Of Boris Jeltsin de participatie gestalte kan geven weet voorlopig niemand. De krachtpatser uit de Oeral vertoont af en toe wat autoritaire trekjes die hier en daar aanleiding hebben gegeven tot verontruste geluiden. Jeltsins optreden vertoont al te vaak de subtiliteit van de stoomwals en de gratie van een tank. Zijn decreten over Gorbatsjovs hoofd heen, zijn gebiedsaanspraken op andere republieken en zijn harde hand van zuiveren wekken veel vertrouwen in zijn dadendrang maar weinig in zijn vermogen tot luisteren, tolerantie en inbinden.

Aan de andere kant is Jeltsin nog niet op de proef gesteld. Hij heeft de wind mee en maakt er gebruik van. Hij was de eerste die instemde met de onafhankelijkheid van de Balten, zijn decreten ten tijde van de staatsgreep zijn ook netjes teruggedraaid, hij heeft na de coup zonder morren ingestemd met de teruggave van wat rechtens des keizers - Gorbatsjov - is en hem valt vooralsnog dus niets te verwijten.

Een heel andere vraag is of de Russen weten wat democratie en participatie is. Veel gelegenheid om het te weten te komen hebben ze nooit gekregen. Hun Oktober-revolutie (of Oktobercoup) was nog geen drie dagen oud of Lenin schafte in één van zijn eerste decreten "tijdelijk' de persvrijheid af, en die persvrijheid werd tijdens de jaren twintig wel ten dele hersteld, maar na 1929 onderdrukt tot Gorbatsjov kwam. De ervaringen van de Russen met democratie en participatie zijn nog onvergelijkelijk veel beperkter dan die van de Oosteuropeanen, die nog terug kunnen vallen op ervaringen in het interbellum en op nauwere contacten met het Westen. Dat maakt de verantwoordelijkheid van Jeltsin (en Gorbatsjov, en de leiders van de republieken, en zelfs het Westen) nog groter. Voor een handige leider als Jeltsin is op dit moment niets makkelijker dan de Sovjet-burgers met populistische en nationalistische leuzen, een nieuwe driekleur en gebiedsaanspraken achter zich te krijgen. Het wordt pas moeilijk als er impopulaire maatregelen moeten worden genomen en uitgelegd. Dat kon wel eens een belangrijker test worden voor Boris Jeltsin dan de uitdaging die van het achttal stuntelaars rondom Gennadi Janajev uitging.

Jeltsin verdient het voordeel van de twijfel: de tijd zal moeten leren in hoeverre er in Boris Jeltsins brede Siberische borst een nieuwe tsaar dan wel een democraat huist. Veel keus is er trouwens niet: na Jeltsin en Sobtsjak komt heel lang niets.