Haagse expositie over "Het Oude Hof op Noordeinde'; Van boerderij tot paleis

Tentoonstelling "Het Oude Hof op het Noordeinde'. T-m 6 okt. Haags Historisch Museum. Korte Vijverberg 7, Den Haag. Di-vr 11-17u, za-zo 12-17u. Inl 070-3646940. Brochure fl 17,50. Paleis Noordeinde is niet geopend voor het publiek.

Als je oude gravures en plattegronden van Den Haag bekijkt, valt op hoeveel tuinen en parken de stad vroeger telde. Het hele Bezuidenhout was vroeger groen. Elk huis had een tuin. Rond de statige huizen en paleizen langs het Voorhout, de Vijverberg en het Buitenhof lagen grote gazons met borders en wandelpaden, waar gefortuneerde bewoners in hun vrije tijd verpoosden. Het uitgestrekte park en de tuinen bij Sorghvliet waren tot over de landsgrenzen bekend vanwege de kleurige bloembedden, kassen met zeldzame planten en de oranjerie. Ook de 'Princessetuin' bij Paleis Noordeinde, die nu voor het grootste deel als stadspark in gebruik is, bedekte een aanzienlijk stuk grond.

In 1609 had Frederik Hendrik deze grond achter 'de gemeene landtshuyse' aan het Noordeinde gekocht voor zijn moeder Louise de Coligny. Hij liet hier, vermoedelijk naar een ontwerp van Jacob de Gheyn, een met hagen omzoomde, geometrische tuin naar Frans voorbeeld aanleggen. Louise, zelf Française en weduwe van de in 1584 vermoorde Willem van Oranje, zal ongetwijfeld geroerd zijn geweest door dit geschenk van haar zoon. De tuin veraangenaamde haar verblijf en dat van haar kinderen en gasten in het hof aan het Noordeinde.

Op een tentoonstelling in het Haags Historisch Museum illustreren plattegronden, gravures, tekeningen en schilderijen, brieven en regalia de geschiedenis van het paleis aan het Noordeinde - sinds 1984 'werkpaleis' van koningin Beatrix. Het aardige van de expositie is dat niet alleen de tamelijk dorre, bouwkundige geschiedenis van het paleis aan bod komt - van boerderij in de veertiende eeuw tot hof in Empire-stijl nu - maar dat ook de cultuurhistorische achtergronden belicht wordt. En aangezien het Noordeinde een van de belangrijkste paleizen in Nederland is - met bewoners als Amalia van Solms, koning Willem I en III en koningin Wilhelmina, en bezoekers als Maria de Medici, Voltaire en Frederik II de Grote - krijgt een expositie over de historie van het gebouw al snel een meer dan lokaal karakter.

Zo vervulde het Hof aan het Noordeinde een belangrijke rol bij het bezoek van Maria de Medici in 1638 aan Den Haag. Kosten noch moeite werden gespaard om het huis voor de Franse koninginmoeder op te luisteren. De tapijten die de muren bedekten en de snuisterijen en meubelen die de vertrekken vulden, waren zo kostbaar, zeldzaam en gevarieerd dat zelfs Maria - die toch wel aan luxe gewend was - geïmponeerd raakte. Al dit praalvertoon van stadhouder Frederik Hendrik en zijn vrouw Amalia diende een doel, namelijk het arrangeren van een huwelijk tussen hun zoon Willem en Mary Stuart, een kleindochter van Maria de Medici en dochter van de koning van Engeland. Op de expositie hangen een paar gravures die het bezoek van Maria de Medici tot in de details weergeven. Ook hangt er een portret van het bruidspaar, dat G. van Honthorst omstreeks 1648 schilderde. Prins Willem staat hier afgebeeld als een tenger mannetje met nauwelijks verhulde vrouwelijke gelaatstrekken. Mary kijkt, ondanks minimaal lengteverschil, in aanbidding naar haar man op.

De architect die het hof aan het Noordeinde voor Mary en Willem moest verbouwen en aanpassen aan de classicistische smaak van die tijd, was niet de geringste. Jacob van Campen, die ook het stadhuis op de Dam in Amsterdam ontwierp, werd door bemiddeling van Constantijn Huygens, de secretaris van Frederik Hendrik, aangesteld als bouwmeester. Geïnspireerd door de Italiaanse architect Scamozzi, verbouwde Van Campen het oude woongedeelte van het paleis tot een "corps de logis' waar haaks twee dwarsvleugels op kwamen te staan die doorliepen tot aan de straat. Om het nieuwe paleis in het bestaande stadsbeeld te passen, moest Van Campen zijn toevlucht nemen tot een aantal rigoureuze kunstgrepen. Zo werd een aantal omliggende huizen gesloopt om ruimte te scheppen. Maar dat kon niet verhinderen dat het eerste van alle classicistische principes - een harmonieuze symmetrie - niet doorgevoerd kon worden in het nieuwe paleis. Het oude Noordeinde lag immers niet precies evenwijdig aan de straat, dus het verlengde "corps de logis' ook niet. Als gevolg hiervan konden de twee dwarsbeuken niet even lang worden. Wie het Noordeinde nu goed bekijkt, ziet inderdaad dat de noordvleugel zeven traveeën telt, terwijl de zuidvleugel er maar zes heeft. Dit zeventiende-eeuwse ontwerp is in grote lijnen bewaard gebleven tot onze tijd.

Dank zij Van Campen en zijn latere assistent Pieter Post, van wie een fraai ontwerp van een schoorsteenmantel met fries en pilasters op de expositie te zien is, kreeg het huis meer allure. Toch als je het Noordeinde vergelijkt met andere koninklijke residenties in het buitenland, steekt het beslist mager af. Koninklijke grandeur valt nauwelijks af te lezen aan de gevel. Het hof ligt ingeklemd tussen omringende gebouwen en het voorplein is teleurstellend klein. Het paleis aan het Noordeinde schijnt zijn pracht binnen in het interieur te verbergen. Maar jammer genoeg is dat niet voor publiek toegankelijk.