Gevallen vogel

DE NEDERLANDSE defensie blijft ondanks het einde van de Koude Oorlog een peperdure aangelegenheid en daarom wenst de Tweede Kamer accurate en volledige informatie om de vinger op de pols te kunnen houden. Deze parlementaire wens wordt onvoldoende gehonoreerd in de brief die de staatsscretaris van defensie, Van Voorst tot Voorst, vorige week naar de Kamer stuurde. Daarin schetst hij de behoefte aan transportvliegtuigen voor de op te richten mobiele luchtbrigade.

De bewindsman begint zijn brief met de opmerking dat de twaalf F-27-transporttoestellen, die al een kwart eeuw bij de luchtmacht vliegen, zo spoedig mogelijk naar de schroothoop of het luchtvaartmuseum moeten verdwijnen. Feit blijft dat geen van deze F-27's meer dan zeventienduizend vlieguren heeft gemaakt, terwijl ze goed zijn voor negentigduizend vlieguren. Volgens fabrikant Fokker zouden ze na een fikse opknapbeurt mee kunnen tot in de volgende eeuw. Toegegeven: in het kader van de luchtmobiele brigade schiet de capaciteit van de F-27 tekort. Maar voor een aantal deeltaken - personen- en gewondenvervoer, lichter transport - blijft dit vliegtuig wel degelijk bruikbaar.

OVER DE mogelijkheid om luchttransportcapaciteit te huren, te leasen of zonodig te vorderen in plaats van te kopen, laat Defensie zich even resoluut als negatief uit. Getuige de brief aan de Tweede Kamer spelen daarbij de frustrerende ervaringen tijdens de Golfcrisis een rol. Nederland had immers de grootste moeite om Patriot- en Hawk-batterijen naar Turkije over te brengen. Er was toen echter sprake van een extreme situatie met een extreme concentratie van geallieerde vliegtuigen in het Midden-Oosten. Zozeer zelfs dat een hardnekkig aangeboden squadron Nederlandse F-16-jagers nergens bij de frontlijnen welkom was. Bovendien schortte het toen aan politieke daadkracht van kabinet en Kamer. Gebrek daaraan kan door de aanschaf van een bepaald type toestel nooit worden afgekocht. Op dit punt is opheldering en nadere discussie nodig.

Dat geldt evenzeer het besluit van de staatssecretaris om Fokker als potentiële leverancier van middelgrote transportvliegtuigen ten behoeve van de luchtmobiele brigade te laten vallen ten gunste van Spaanse en Italiaanse concurrenten. De argumentatie waarmee Defensie de kandidatuur van de Fokker-100 QC afwijst, is weinig gedetailleerd en wordt door de Amsterdamse vliegtuigbouwer voor een belangrijk deel weerlegd. En over eventuele kansen voor de kleinere Fokker-50, waarop Defensie langdurig zegt te hebben gestudeerd, wordt in de brief aan het parlement helemaal niet gerept. Fokker beklaagt zich over de afstandelijke en ongeïnteresseerde houding van Defensie en over de onmogelijkheid om een formele dialoog te voeren. Het ministerie ontkent dit en repliceert dat Fokker uit alle macht probeert de behoeftenstelling van de luchtmacht zodanig te veranderen dat zijn produkten aan bod komen.

IN EEN POGING dit dispuut doorzichtiger te maken zal de vaste Kamercommissie voor defensie later deze maand Fokker en Defensie afzonderlijk horen alvorens de brief van de staatssecretaris te bespreken. Dat is verstandig. Het streven van het ministerie naar een optimale besteding van defensiegelden is zonder meer legitiem. Tegelijkertijd opereert Defensie niet in een vacuüm maar in een samenleving die zucht onder bezuinigingen en waarin de overheid ook nog eens grootaandeelhouder is van Fokker, dat kampt met teruglopende orders. Als dus zou blijken dat de verschillen tussen Fokkers produkten en die van de Spaans-Italiaanse concurrentie niet bijzonder groot zijn, mag ook voor het ministerie van defensie en de luchtmachtgeneraals gelden dat het hemd nader blijft dan de rok.

En dat staat dan nog helemaal los van de vraag: wat voor defensie wil of kan Nederland zich veroorloven nu het hele internationale veld schuift en elk strategiepapier al na een maand of wat verouderd lijkt. Dwars door het dispuut over transportvliegtuigen zweeft immers ook nog onuitgesproken een levensgroot vraagteken als het gaat om de zin van dit alles. Kortom, hoogste tijd voor de politiek om eens wat uit te leggen.