Genscher en Dumas prijzen Den Haag, maar niet teveel

DEN HAAG, 4 SEPT. “De verhouding tussen Hans van den Broek en mij wordt van conferentie tot conferentie beter.” De Duitse minister Hans-Dietrich Genscher kijkt bij deze mededeling onbewogen het zaaltje met journalisten in op de benedenverdieping van het Haagse ministerie van buitenlandse zaken. Het valt de aanwezigen op dat hij niet zegt dat die verhouding "goed' is. Met een schalkse grimas voegt hij er aan toe, dat hij ten opzichte van Joegoslavië steeds bij zijn standpunt is gebleven en dat de opvattingen van de Nederlandse EG-voorzitter “zo langzamerhand bij die van ons in de buurt beginnen te komen”.

De mededelingen van de Duitse minister geven enig inzicht in het verloop van de zojuist afgesloten vergadering van de ministers van buitenlandse zaken van de Twaalf. Van den Broek wordt er uitvoerig geprezen voor zijn snelle actie afgelopen zondag in Joegoslavië, waar hij met "armtwisting' alle partijen zo ver kreeg een wapenstilstand te sluiten, waarnemers in Kroatië toe te laten en akkoord te gaan met een conferentie onder auspiciën van de EG. Ze zijn ook tevreden met zijn voorbereiding van de conferentie in het Vredespaleis in Den Haag. Maar belangrijke aspecten willen Genscher en ook zijn collega Dumas zelf regelen.

De datum bijvoorbeeld. Van den Broek had op 16 september willen beginnen, om nog enige tijd te hebben de tweehonderd extra EG-waarnemers op hun plaatsen in Kroatië te stationeren, zonder dat ze risico lopen tussen elkaar beschietende partijen te geraken. Genscher en Dumas drukken door: komende vrijdag wordt voorgesteld. Het wordt zaterdag, Den Haag slechts drie dagen latend om de zaak te organiseren, compleet met agenda, conferentievoorstellen, logistieke en protocollaire problemen voor een bijeenkomst met ministers, presidenten van deelrepublieken en het Joegoslavische staatshoofd.

“Genscher en Dumas hopen uiteraard dat als de Joegoslavische partijen om de tafel zitten, het moeilijker voor hen wordt op elkaar te schieten”, zegt een hoge buitenlandse diplomaat die de vergadering heeft bijgewoond. Maar er zit volgens hem nog iets achter: naarmate de tijd van voorbereiding voor Van den Broek korter is, heeft deze minder gelegenheid met goed doortimmerde concept-voorstellen te komen. “Dan kunnen Genscher en Dumas meer zelf inbrengen, want ze willen absoluut niet dat alle eer naar de Nederlandse minister gaat.”

Het geheel door Van den Broeks ministerie bedachte plan voor een vredesconferentie wordt dus ook opgezadeld met een uit Frans-Duitse koker komend idee van een arbitragecommissie van presidenten van constitutionele hoven. De ministersvergadering loopt meer dan twee uur uit, doordat men het niet eens kon worden over de verhouding tussen de vredesconferentie en de arbitragecommissie.

De Fransen wilden dat de arbitragecommissie geheel onafhankelijk zou gaan opereren van de politieke vredesconferentie, die naar verwachting minstens een half jaar zal doorgaan. President Robert Badinter van het Cour Constitutionelle in Parijs, zo lekte gisteren uit, had tegen Dumas gezegd beschikbaar te zijn, maar op voorwaarde dat hij de vrije hand kreeg. Daar voelde Van den Broek niets voor, die begon te vermoeden dat de rechters dan de feitelijke onderhandelingen zouden kunnen gaan voeren, zonder controle van de politici. Een Nederlandse rechter zit er ook niet bij, want Nederland heeft geen constitutioneel hof.

In de slotverklaring komen daarover uiteindelijk een paar verwrongen en orakel-achtige zinnetjes terecht, die weerspiegelen dat iedereen er het zijne in moest hebben: “In het kader van de conferentie zal de voorzitter de arbitragecommissie de kwesties doorgeven voor arbitrage, en de resultaten van de overwegingen van de commissie zullen via de voorzitter worden teruggeleid naar de commissie. De procedurele regels voor de arbitrage zullen door de arbiters zelf worden vastgesteld, nadat zij bestaande organisaties op dat terrein in acht hebben genomen.”

Terwijl uiteindelijk meer dan twee uur te laat Van den Broek in de grote zaal van het ministerie, vergezeld van Commissievoorzitter Delors, de verzamelde journalisten op de hoogte stelt van het overleg, houden beneden, apart in kleine zaaltjes, Genscher en Dumas' woordvoerder de Duitse en Franse pers vast. Deze krijgt zodoende de boodschap opgedrongen dat het Frans-Duitse idee van de arbitragecommissie belangrijker is dan de vredesconferentie.

Waar de Duitsers naartoe willen, laat Genscher al voor de vergadering zonneklaar weten tegenover demonstrerende Joegoslavische soldatenmoeders voor het BZ-gebouw. De camera's van de Duitse tv lopen mee als hij zegt dat hij erkenning van Kroatië en Slovenië wil. Als hem daar naderhand een vraag over wordt gesteld, trekt hij zich terug op diplomatieke fraseologie dat Duitsland geen partij trekt voor die beide deelrepublieken, maar dat het hem slechts begonnen is om mensenrechten, vrede en dat hij tegen een politiek van voldongen feiten is. Door Servië, maar dat zegt hij er niet bij.

De twaalf ministers, die nu al sinds eind juni met de kwestie-Joegoslavië bezig zijn, zijn inmiddels voorzichtig geworden met uitspraken over de nabije toekomst. Niemand gelooft dat de wapenstilstand ook echt zal standhouden. Ook Van den Broek houdt slagen om de arm: “Als de bevolking het werkelijk wil dan kan het”, zegt hij. Hij krijgt in elk geval van zijn collega's gedaan dat er in de slotverklaring geen dreigementen worden geuit over stopzetting van de vredesconferentie als het geweld doorgaat.

Van den Broeks argumentatie tegenover zijn collega's, daags tevoren al door zijn woordvoerder Istha openbaar gemaakt, dat de conferentie niet de gijzelaar mag worden van onverantwoordelijke groepen in Joegoslavië kan men naderhand via Genschers mond terughoren. Wanneer wordt de vredesconferentie dan wèl stilgelegd? Als het federale Joegoslavische leger duidelijk bij schermutselingen betrokken blijft. Maar ook dan, zo overleggen de ministers binnenskamers zonder er naar buiten mededelingen over te doen, zal een rompconferentie gewoon blijven doorgaan, terwijl de EG-voorzitter zijn hete adem in de nek van de Joegoslavische partijen blijft blazen.