FRANK CAPRA 1897 - 1991; Amerikaanse Droom

De gisteren op 94-jarige leeftijd in Palm Springs overleden Amerikaanse filmregisseur Frank Capra was in verschillende opzichten de laatste der Mohikanen. Met Capra, die in 1961 zijn laatste film produceerde en regisseerde (A Pocketful of Miracles), sterft de generatie uit van de grote Hollywoodregisseurs van de jaren dertig en veertig, die debuteerden in de periode van de stomme film en veelal nog in Europa geboren waren.

Frank Capra's wieg stond in 1897 in een Siciliaans dorpje. Op zesjarige leeftijd emigreerde hij met zijn ouders naar het land van de ongekende mogelijkheden. Als geen ander van de buiten Amerika geboren regisseurs stond Capra voor het positieve geloof in de Amerikaanse Droom, voor de overwinning van mensen van goede wil en een bijna kinderlijk rechtvaardigheidsgevoel. Het adjectief "capraësk' heeft in de jaren vijftig een beetje negatieve klank gekregen, omdat toen het realisme van de door televisiedrama en method acting geïnspireerde regisseurs weinig ruimte liet voor het naïeve idealisme van iemand die in wonderen gelooft. Maar steeds vaker wordt er door de huidige Hollywoodfilmers teruggegrepen op de warmte en de humor van het oeuvre van Capra. Op zijn eigen computergestuurde manier is Steven Spielberg waarschijnlijk de beste representant van de renaissance van Capra's blik op de wereld, waarin materialistische cynici de schurken vormen, en kleine, gewone mensen met geloof in eigen kunnen de helden.

Capra's vlegeljaren zouden model kunnen staan voor een van zijn eigen films, met James Stewart als alter ego van de regisseur. Zijn vader was sinaasappelplukker in Californië en moest de monden van zeven kinderen vullen. Door banjo te spelen en kranten te verkopen financierde Capra jr. zijn studie in de scheikunde, maar na de Eerste Wereldoorlog kon hij geen emplooi vinden. Via twaalf ambachten en dertien ongelukken wist hij in 1922 een kleine maatschappij in San Francisco zo gek te krijgen hem een korte film te laten regisseren. Capra realiseerde zich dat hij dit vak eerst goed zou moeten leren en vond tegen kost en inwoning een betrekking als assistent in een filmlaboratorium. Hij werd aangenomen als "gagman', die voor Hal Roach de grappen moest bedenken van de Our Gang-serie, maar zes maanden later ontslagen. In 1925 engageerde Mack Sennett Capra als schrijver voor komiek Harry Langdon. Na een jaar regisseerde hij twee eenakters met Langdon, maar toen die succesvol bleken, zette de ster Capra op straat en claimde de films zelf gemaakt te hebben. In 1927 regisseerde Capra in New York het filmdebuut van Claudette Colbert, een flop. Terug in Hollywood werkte hij weer enige tijd voor Sennett en ontmoette weinig later Harry Cohn, studiochef van Columbia Pictures, die Capra een contract bood als regisseur. De samenwerking met de populistische Cohn zou van goud blijken. Capra's eerste klassieke film, bekroond met een Oscar, was in 1934 de komedie It Happened One Night, met Colbert en Clark Gable als toevallige bedgenoten, gescheiden door een denkbeeldige "muur van Jericho'. De depressiejaren waren de ideale voedingsbodem voor de volgende hits, die alle getuigden van een diep vertrouwen in de nobelheid van de gewone man: Mr. Deeds Goes to Town, Lost Horizon (een exotische variant, gesitueerd in Shangri-La), You Can't Take It With You en Mr. Smith Goes to Washington. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zette Capra zijn vaderlandsliefde om in een directe filmische inspanning voor de overwinning van het Goed op het Kwaad: hij werd de maker van de meest invloedrijke serie leger-propagandafilms onder de titel Why We Fight, waarvan de eerste (Prelude to War) in 1942 Capra een vierde Oscar opleverde. Een andere aflevering, over Japan, co-regisseerde hij met Joris Ivens.

Tussen de bedrijven door bewerkte Capra een populaire klucht tot de superieure Hollywoodkomedie Arsenic and Old Lace. Ik geloof dat ik nooit zo gelachen heb bij een film als om het door Capra geregisseerde gezicht van Cary Grant. In 1947 produceerde, regisseerde en schreef Capra zijn onbetwiste meesterwerk, It's A Wonderful Life, object van een nog steeds voortdurende cultus. Niet alleen met Kerstmis wordt deze op het scherp van de snede tussen kitsch en emotie balancerende tragikomedie regelmatig door de televisie uitgezonden. Net als James Stewart, geruïneerd en gedesillusioneerd, van de brug wil springen, neemt een engel hem aan de hand mee en bewijst hem dat hij voor heel veel mensen onmisbaar is. Het is uiterst moeilijk om bij It's A Wonderful Life onberoerd te blijven, maar deze ultieme Capra-film was tegelijkertijd bijna het einde van zijn bloeiperiode. Hij regisseerde nog een voortreffelijke komedie met Katharine Hepburn en Spencer Tracy (State of the Union, 1948) en daarna maar vier andere films, die verre achterbleven bij zijn niveau. De tijd had Capra ingehaald, sneller en meedogenlozer dan hij in een van zijn Amerikaanse sprookjes had kunnen bedenken. Maar de historie is rechtvaardig, en heeft Frank Capra beloond met eerherstel en genoeg tijd van leven om dat zelf nog mee te mogen maken.