Filmfestival opent met zeedieren en vaderliefde

VENETIË, 4 SEPT. Gisteravond is, in aanwezigheid van een aantal Italiaanse hoogwaardigheidsbekleders en in afwezigheid van kopstukken uit de filmwereld, voor de achttiende keer de Mostra Internazionale del Cinema geopend, oftewel het Filmfestival van Venetië.

“Half zes is te vroeg voor pluimen en strikken”, verklaarde Venetië's regionale dagblad dat voor een filmfestival wat sobere publiek. Maar het zal ook veroorzaakt zijn door het karakter van het openingsprogramma: eerst het korte Anima Mundi van Godfrey Reggio en Phillip Glass (sinds Koyaanisquatsi voor de derde maal samen), waarin de Natuur zelf de hoofdrol speelt. En de Natuur verschijnt niet op afroep, laat staan in avondjurk. Na deze ecologische kitschvertoning (veel starende dierenogen, heel veel pijlstaartroggen en altijd het elektronische geschal van Glass) volgde Atlantis van Luc Besson. Ook in die film speelde geen filmster mee, die de openingsavond had kunnen opluisteren, want hier is de hoofdpersoon de Zee. Smaakvoller dan Reggio, maar uiteindelijk op precies dezelfde pompeuze manier bracht Besson (behalve regisseur van actiefilms als Subway en Nikita ook een hartstochtelijk diepzeeduiker) zijn associaties in beeld met wat er tussen zeebodem en -oppervlakte zoal leeft - een groep dartelende zeeleeuwen herinnert hem aan de discodansvloer, een school zilveren visjes aan een lispelende groep toeristen.

Ook gisteravond, maar los van de openingsceremonie, werd de eerste film van het hoofdprogramma vertoond, van de selectie dus, die mee zou dingen naar een van de Gouden Leeuwen. Una Storia Semplice (een eenvoudig verhaal) was de laatste roman die Leonardo Sciascia schreef voor zijn dood, Emidio Greco heeft met zijn verfilming geprobeerd net zo dicht bij de inhoud van dat boek te blijven als bij de vorm. Evenals de schrijver beoogde de cineast met een minimum aan middelen en zonder enig effectbejag een gecompliceerd verhaal te vertellen. Het is een "valse' thriller, in die zin dat de ontknoping geen opluchting brengt. In feite staat niet de gepleegde moord ter discussie, maar de verknoping van Politie, Kerk en Mafia op Sicilië. Hoe dat wordt aangegeven valt nauwelijks te benoemen, zo terughoudend gebeurt het.

Sciascia's literaire procédé levert voor de filmkunst een interessante poging op die uiteindelijk te schril uitvalt. Het lijkt of film niet duldt dat emoties volledig onderhuids worden gehouden en verhaalelementen opzettelijk onderkoeld. Alleen al doordat dat wordt onderzocht is Una Storia Semplice een waardig begin voor dit festival, dat zich opwerpt voor de artistieke film tegenover het commerciële geweld zoals dat bij voorbeeld op het filmfestival van Cannes wordt uitgestort. De concurrentie met Cannes is dit jaar fel, want de Cannes-directie heeft gedreigd om dat festival ook in september te gaan organiseren. Inmiddels heeft Jack Lang, de Franse minister van cultuur, persoonlijk zijn Italiaanse collega verzekerd dat zo'n verschuiving heus niet zonder overleg zal gebeuren. Wie echter de introductie leest die de dit jaar scheidend Venetië-directeur Guglielmo Biraghi schreef voor de catalogus, ziet dat de messen geslepen worden. Venetië heeft dit jaar een zo geweldig programma, schrijft hij, dat het de toekomst met heel wat meer vertrouwen tegemoet kan zien dan “dat Cannes, waar de mate van onrust slechts bleekjes wordt aangegeven door de wens om van datum te veranderen”.

Hopelijk blijkt, dat Biraghi inderdaad trots mag zijn. In elk geval bracht hij voor de komende tien dagen het werk van een aantal artistiek illustere namen samen met namen die in kleinere kring gelden als minstens zo nieuwsgierig makend. Gus van Sant is zo'n halfbekende cineast. Deze Amerikaan bevestigt zijn cult-status onder de prachtige titel My own private Idaho: een film die, in de sporen van David "Twin Peaks' Lynch, de val van twee jongemannen volgt. Ze leven op straat en ze komen op dezelfde manier aan de kost, voornamelijk in de prostitutie. De een zoekt zijn moeder en de ander is een provocerende rijkeluiszoon. En ieder gaat op passende manier ten onder. Van Sant creëert een vervreemde omgeving, waarin de bekende burgerwereld is uitvergroot volgens de schema's van de soap-opera. De "onderwereld' daarentegen is, ondanks geweld en schokkende gebeurtenissen, ingericht met poëzie en theater.

De mooiste film van de eerste festivaldag komt uit Marokko. Ongepolijst en soms ronduit onhandig is deze La plage des enfants perdus, maar filmmaker Jillali Ferhati vertelt meeslepend origineel het verhaal van een opgesloten, ongetrouwd zwanger meisje. De film vertelt echter niet het gebruikelijke schrijnende verhaal van een verstoten dochter. Hij roept juist de diepe liefde op van een vader voor zijn kind. Die vader verbergt zijn dochter niet om haar te straffen of te vernederen, maar omdat hij in zijn kleine dorp geen andere keuze heeft. Jillali Ferhati verweeft met dit verhaal een aantal boeiende subplots en zelfs een, bijna ongepaste maar daarom wel zo verfrissende, running gag. Het resultaat is, mede dankzij de krachtige persoonlijkheid van zijn actrice, een klein wonder.