Een en ander

Kan het Nederlandse socialisme los gezien worden van het socialisme in de wereld?

Terwijl er elders een heuse beeldenstorm gaande is, blaast de PvdA een stormpje aan van krenten, centen en procenten. Van burenruzie en ellebogenwerk. Het socialisme in een glas water.

Er bestaat niet één raakpunt meer tussen het Hollandse socialisme en de realiteit, hoe druk het handjevol PvdA-scribenten dat nog een laatste schijn moet handhaven van een soort intellectueel kader ook in de weer is met het citeren van de ene na de andere buitenlandse cultuurfilosoof.

Roept men soms een internationaal vulkanologencongres te hulp bij het verklaren van een lokale molshoop?

Nee, van de maan gezien is het Nederlandse socialisme een autistisch kind onder een glazen stolp.

Het speelt met zijn blokkendoos, innig tevreden over zichzelf. Het stapelt zijn rood-wit-blauwe blokken op elkaar en gooit ze weer om. Met een beate glimlach, maar onvermijdelijk zal het stikken.

De heuse beeldenstorm woedt elders. Wat een sensatie die te mogen meemaken! Lenin met zijn neus in een rioolput. De oprichter van de KGB languit in het gras. Bloedeloos in hetzelfde stof waarin hij, dorstend naar bloed, zovele miljoenen liet kreperen. De snijbrander in de bronzen kont van een apparatsjik. Honderdduizend kilo's gewichtigheid, omgesmolten tot supermarkt-karretjes.

Het enige wat, naast de hysterische proporties, aan de beelden nog opvalt is hun lelijkheid.

Socialisten schijnen een innige liefdesband te onderhouden met foeilelijke beelden.

Men zou bijna gaan geloven dat de burgemeester en de wethouders van Amsterdam de enigen in Nederland zijn die nog iets van de Internationale begrijpen.

Maar dit terzijde.

Men maakt de jongste beeldenstorm mee en men begrijpt de haat en de opgekropte woede van de bevolking jegens alles waarvan die bovenmenselijke beelden het symbool vormden - van een politiek systeem dat zich identificeerde met de georganiseerde misdaad en de willekeur van de macht.

Socialisten schijnen innig gefascineerd te worden door de onderwereld.

Opnieuw - ik kan het niet helpen - moet ik aan Amsterdam denken, aan de enige stad met een bestuur dat mijn definitie omtrent een Nederlands socialisme zonder bindingen met de realiteit van een grote buitenwereld lijkt te logenstraffen.

Aan het Leidseplein aldaar werd onlangs een door de onderwereld gedreven cash and carry-bedrijf in narcotica gesloten omdat de bazen een bezoeker hadden willen doodslaan die hen niet aanstond - hij beging, meen ik, de ten hemel schreiende fout gratis naar het toilet te willen. Per speciaal decreet van de burgemeester werd het bedrijf, een ware melkkoe voor de penoze, nagenoeg onmiddellijk weer heropend.

Maar dit terzijde.

Men begrijpt - de beeldenstorm ziende - de opgekropte woede en men zou het ook hebben begrepen als het om beelden was gegaan met een onvergelijkelijke artistieke waarde. Ineens ziet, dankzij de actualiteit, de geschiedenis er anders uit. Al je aangeleerde ideeën over de wandaden tegen de cultuur die gepleegd werden toen het Romeinse Rijk ten onder ging en toen de Hervorming alle beelden in katholieke kerken tot puin sloeg verdwijnen als sneeuw voor de zon - niet om cultuurbarbaren die kunst vernielden ging het, het doorslaggevende was de vreugde, sterker dan alles, van een afrekening met het gehate.

Machtigen komen en verdwijnen, en hun kunst wordt meegesleept in hun val. Moeten we daar - zelfs achteraf - om treuren als die kunst tot symbool was verworden van een ijdele tiran of een kliek?

Het vernielen van eerbewijzen, van beelden, van plaquettes, zelfs van socialistische kunst als die zou bestaan - het valt in het niet bij de opluchting over het verdwijnen van het socialistische tuig dat zichzelf met die imponerende signalen streelde.

In Nederland, intussen, is men onverstoorbaar doende een zaal in het parlementsgebouw naar Marcus Bakker te vernoemen. Ik zei het al, men leeft er onder een glazen stolp. Ondanks het reëel bestaande socialisme in Amsterdam.

Maar dit terzijde.