De Suriname-connectie

“CORRUPTIE is pas een probleem als het in de krant staat.” Volgens deze definitie van de Rotterdamse hoofdinspecteur Pijl kan de regering in elk geval niet ontkennen dat zij een probleem heeft in de vorm van een “Suriname-connectie”. De twee "politie-ministers' hebben dezer dagen laten weten dat er een onderzoek loopt naar infiltraties van de Surinaamse drugsmafia in het Nederlandse overheidsapparaat. Volgens de woordvoerder van de Amsterdamse politie is dat korps bij het onderzoek betrokken.

Aan de Tweede Kamer is een vertrouwelijk gesprek toegezegd dat eind volgende week zal plaatshebben. Zo laconiek kan de regering zich er echter niet vanaf maken. Nederland heeft grote bezwaren tegen de wijze waarop het opsporingsapparaat in Suriname functioneert. Het komt de geloofwaardigheid niet ten goede wanneer de Nederlandse overheid zelf ook besmet blijkt te zijn. De berichten over infiltratie hebben trouwens ook implicaties die de Suriname-connectie te buiten gaan. Is de interne politie-organisatie voldoende afgestemd op signalen van normafwijkend gedrag, juist nu de verleidingen van het wereldje van de zwaardere criminaliteit toenemen? Biedt de wet op de politieregistraties werkelijk voldoende waarborgen voor de omgang met gevoelige politiegegevens?

MINISTER Hirsch Ballin (justitie) heeft trouwens nog iets anders uit te leggen. Kan het werkelijk zijn dat de Centrale Recherche Informatiedienst in 1985 een operatie tegen de plaatsvervanger van Bouterse afblies omdat een en ander “politiek te gevoelig” lag? De vorige minister, Korthals Altes, zegt dat hij pas later heeft gehoord van de vermoedelijke rol van de Surinaamse legertop. Deze summiere mededeling laat nog wel de nodige varianten open. Het ministerie van justitie kan het daar moeilijk bij laten.

Een "landmark' in het panorama van verloedering dat zich bezig is te ontvouwen vormt de onmiskenbare ergernis van de Amerikanen, met name de drugsjagers. Politiek gesproken zijn het grote Amerika en het kleine Nederland reeds enige tijd verwikkeld in een subtiel menuet rondom de vraag wie nu het voortouw moet nemen om Suriname daadwerkelijk aan te pakken. Dat Nederland vooral wat betreft mogelijke militaire actie een "sur place' betracht is verstandig. Maar dat moet niet tot diplomatiek immobilisme leiden. En daar ziet het nu naar uit.