Chinese dissident vrij na druk Major

HONGKONG, 4 SEPT. China heeft vandaag de gedetineerde Hongkong-Chinese zakenman Luo Hai-shing vrijgelaten, een dag na de scherpe woordenwisseling tussen premier Li Peng en zijn Britse ambtgenoot John Major in Peking. Major is vanmiddag in Hongkong aangekomen.

Luo, lid van een vroeger prominente pro-communistische familie in Hongkong, werd na de bloedige onderdrukking van de protestbeweging in 1989 tijdens een zakenverblijf in China gearresteerd en vorig jaar tot vijf jaar veroordeeld wegens hulp aan Chinese studentenleiders om het land te ontvluchten.

Hij zat vast in een gevangenis in de Zuidchinese stad Kanton. Major vroeg gisteren de persoon lijke aandacht van Li Peng voor Luo's zaak, die van drie andere Hongkong-Chinezen en voor de hongerstakers Wang Juntao en Chen Ziming. Tijdens zijn persconferentie in Peking, gisteravond, zei Major dat de druk op China inzake de rechten van de mens onverminderd moest aanhouden en dat hij daarvan resultaten verwachtte.

“De wereld heeft de gebeurtenissen van 4 juni 1989 niet vergeten, maar wij staan voor de keuze. Enerzijds kunnen we ons tevreden stellen met verbale veroordelingen van China, waarvoor Hongkong de prijs moet betalen. Anderzijds moeten we een dialoog met de Chinese leiders voeren in het belang van Hongkong, van de rechten van de mens en voor een betere, vreedzamer wereld”, aldus Major.

Pag 8:

"China kan trend naar meer democratie in de wereld niet negeren'

Hij vertelde de Chinese leiders verder dat er een wereldwijde trend naar “meer open en meer democratische regering” is en dat China zich daar niet tegen kan immuniseren. Behalve de ondertekening van het memorandum voor de bouw van een nieuw vliegveld voor Hongkong, het hoofddoel van zijn China-bezoek, heeft Major ook in andere Hongkong-kwesties resultaten geboekt, o.a. over de instelling van een onafhankelijk opperste gerechtshof in Hongkong, dat na 1997 de plaats van de Britse Privy Council moet innemen.

De Brits-Chinese Joint Liaison Group, het diplomatieke overgangsorgaan had daarover al geruime tijd overeenstemming moeten bereiken, maar de door China in 1990 gedicteerde basiswet voor de staatsinrichting van de Speciale Administratieve Regio (SAR) Hongkong na 1997 is dubbelzinnig over de onafhankelijkheid van de rechtsorde op het hoogste niveau.

Tevens is een stuk grond geselecteerd voor de bouw van een toekomstig “waardig Brits Consulaat-Generaal”. Major was niet voldaan over de mate van democratisering in Hongkong, maar die is vastgelegd in de basiswet en kan niet zomaar veranderd worden. Later deze maand zullen voor het eerst directe verkiezingen in Hongkong worden gehouden, maar voor slechts 18 van de 60 leden van de Wetgevende Raad.

China heeft alles in het werk gesteld om vergaande democratisering in Hongkong te dwarsbomen, waarvoor de Britten medeverantwoordelijk zijn omdat zij er veel te laat mee zijn begonnen. Opmerkelijk is dat Major Li Peng niet voor een tegenbezoek aan Londen heeft uitgenodigd, hetgeen adstrueert dat de Chinezen hem tot een "capitulationistisch" bezoek in het belang van Hongkong gedwongen hebben, hetgeen de Britten als unilateraal zien. Wel zal minister van buitenlandse zaken Qian Qichen begin volgens jaar naar Londen gaan. Het vliegveldmemorandum legt vast dat de ministers van de twee landen elkaar twee maal per jaar zullen ontmoeten, om verdere vertraging in lopende zaken te deblokkeren.

Major is vanmiddag meteen na aankomst op Kaitak, het oude vliegveld van Hongkong waarvan de start- en landingsbaan in zee ligt en de verkeersgebouwen in de bebouwde kom van het krioelende schiereiland Kowloon staan, in een helikopter gestapt om het bouwterrein voor het nieuwe futuristische vliegveld op het eilandje Chek Lap Kok te gaan bezichtigen.

In april begon het voorbereidende werk voor het vliegveld, maar tegelijkertijd kreeg de Britse minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd in Peking te horen dat China het kolossale project ter waarde van 16,2 miljard dollar zou boycotten.

Strikt genomen was het een interne economische beslissing van de koloniale regering, die na de soeveriniteitsoverdracht in 1997 door de autonome Hongkong-Chinese regering van de SAR zou worden overgenomen. Maar zonder Chinese instemming uit Peking zou de particuliere sector niet investeren in een project dat na 1997 onder Chinese soevereiniteit zou moeten worden voortgezet. Het voorbereidende werk werd opgeschort.

Wat Major en zijn gevolg vandaag kunnen zien is dat de mega-trucks en bulldozers van een Japans-Nederlands consortium (Hollandsche Aannemingsmaatschappij, Maeda en Kumagai-Gumi) op volle kracht bezig zijn om het eiland te egaliseren.

Er moet 80 miljoen kubieke meter rots tot 110 meter hoog tot ontploffing worden gebracht en in zee worden geveegd om een terrein van tien vierkante kilometer te krijgen voor twee startbanen die 24 uur per dag kunnen worden gebruikt. Proefexplosies zijn in volle gang voor de "big bang' over enkele maanden.

Verder moet er een systeem van snelwegen, bruggen, tunnels en een spoorlijn dwars door de Hongkong-archipel komen om het nieuwe vliegveld met de twee miljoenensteden Kowloon en Hongkong Island te verbinden. Het geheel zal pas in het jaar 2010 klaar zijn en wie weet wat voor regime China en Hongkong dan zullen hebben.