"Als je niet slaat ben je een doetje'; Geweld op instituut De Dreef was nodig voor "duidelijkheid'

AMSTERDAM, 4 SEPT. Hij heeft de nodige ervaring met "kinderen uit zwakkere milieu's' en stelt vast dat tegen die kinderen “aardig wordt aangemept”. Maar wat pupillen uit De Dreef overkwam sloeg volgens R. Vinke alles.

Vinke was de man die er voor heeft gezorgd dat er een onderzoek wordt ingesteld naar de misstanden bij het orthopedagogisch behandelingsinstituut De Dreef in Wapenveld. Bij de Zwolse officier van justitie D. Veurink is aangifte gedaan van mishandeling en "discriminatoire uitingen' door medewerkers van De Dreef “De klachten worden serieus genomen en de rijksrecherche is een onderzoek begonnen”, aldus Veurink.

De Dreef is een justitiële jeugdinrichting met ongeveer vijftig jongens in de leeftijd van 13 tot 21 jaar. Sommige van hen hebben een crimineel verleden, anderen kampen met "ernstige opvoedingsproblemen'. De moordenaar van de Kampense studente Ceciel Bot kwam uit De Dreef. Een kinderrechter zei over de bewoners van De Dreef: “Het zijn de moeilijkste jongens die ik heb.” Met een aantal van deze jongens kwam Vinke - leraar aan de Scholen Gemeenschap voor Beroepsonderwijs te Epe - in contact.

Op school constateerde Vinke: “Alsmaar was er wat met die kinderen. Nu eens een gebroken vinger, dan weer had iemand een striem over zijn hals - en dat kwam echt niet van het truitje dat hij droeg. En als ze ziek waren gemeld en je wilde ze bereiken waren ze onvindbaar.”

Vinke maakte eind juni 1987 voor het eerst melding van "misstanden' op De Dreef, zonder succes. Uiteindelijk kwam hij in contact met het Landelijk Steunpunt Zetten (LSZ), dat bereid was hem te steunen.

Het LSZ, geleid door de ex-pupil van de Zettense inrichting A. Bijnoord, werd in mei 1990 opgericht tijdens de acties tegen drs. F., directeur van de Zettense inrichting. De organisatie verklaart zich "tegen machtsmisbruik binnen de hulpverlening en binnen de kinderbescherming in het bijzonder'.

Afgelopen maandag werd door de AVRO een film over De Dreef uitgezonden, waarin een aantal ex-bewoners en groepsleiders zich kritisch uitlaten over "de cultuur van geweld' die op De Dreef zou heersen. Volgens een groepsleider is dat geweld nodig voor “kinderen die voor alles duidelijkheid nodig hebben”. “Het gebruik van geweld is een maatstaf geworden waarnaar je beoordeeld werd”, aldus een groepswerker. “Pas als je zelf een paar klappen had uitgedeeld werd je voor vol aangezien. Als je niet slaat ben je een doetje, en dat is nog zo.”

Een andere groepsleider zegt: “Je moest eigenlijk als een beest te keer gaan en alles bij een pupil afbreken.” Slachtoffers vullen de uitlatingen van de groepsleiders aan. Een kaalgeschoren jongen die bewusteloos was geslagen: “Toen ik bij kwam moest ik meteen weer opstaan”.

Volgens de "dissidente' groepswerkers die zich tegen het geweld keerden, was het onmogelijk om tijdens het bewind van de onlangs van het toneel verdwenen adjunct-directeur J. Ahlers kritiek te uiten. Een nieuwe leiding zette het oude beleid volgens hen onveranderd voort.

In een brief aan hun collega's schreven de geïnterviewden dat zij geen andere andere weg meer zagen om veranderingen in de Dreef aan te brengen, dan via de televisie voor het voetlicht te treden.

Volgens de huidige adjunct-directeur, H. Vos, zijn de pupillen van De Dreef “geschokt en verontwaardigd” over het beeld dat de "dissidente' groepsleiders van De Dreef schetsen. Nu al vragen volgens hem een aantal pupillen zich angstig af waar zij naar toe moeten wanneer De Dreef eventueel gesloten zou worden als gevolg van de negatieve publiciteit. Want volgens Vos is De Dreef voor velen een laatste mogelijkheid nog op het rechte pad te komen. Weliswaar, beaamt Vos, was onder Ahlers het regime “strak en rigide”, maar van het beeld van systematische terreur klopt niets. Nu al, zegt hij, hebben tientallen oud-bewoners en ouders De Dreef gebeld om hun steun te betuigen.

“Mishandelen kwam in het verleden niet voor en ook nu niet”, aldus Vos op stellige toon. Hij kijkt dan ook met vertrouwen de resultaten van het inmiddels op gang gezette justitiële onderzoek tegemoet. Over de motieven van de dissidente groepsleiders wil hij niet speculeren, behalve dat het “een politieke move” is.

Het LSZ zegt tientallen reacties binnen te krijgen op de film. “De een heeft het over seksueel misbruik, de ander vertelt dat hij door een groepsleider bijna verdronken is, een derde wil alsnog aangifte doen”, aldus een medewerker. Bijnoord spreekt van bijna zestig onderbouwde klachten. Na enig aandringen geeft Bijnoord het voorbeeld van een Islamitische jongen die varkensvlees moest eten en een ander die op laatdunkende toon homofiel werd genoemd. Ernstiger lijkt de beschuldiging dat de directie zich aan financiële malversaties zou hebben schuldig gemaakt. Gegevens hierover zouden bij justitie liggen.

De "dissidenten' hebben gezamenlijk een ondernemingsraad gevormd, omdat deze rechtsbescherming biedt. Niettemin hebben zij zich collectief ziek gemeld. Bood De Dreef voor de uitzending de "dissidente' groepsleiders geen "veilig en prettig klimaat', na de uitzending voelen zij zich er nog minder thuis.