"Westen moet Oost-Europa helpen bij energiebesparing'

De Stichting Natuur en Milieu heeft premier Lubbers ernstig gewaarschuwd dat de onderhandelingen in Brussel over een nieuwe Europese energiegemeenschap “de verkeerde kant opgaan” omdat er veel te weinig aandacht wordt gegeven aan energiebesparing en milieubescherming. In een brief heeft Natuur en Milieu een beroep op de premier gedaan, als bedenker van het plan-Lubbers voor de energiegemeenschap en als voorzitter van de Europese Ministerraad, om zijn invloed aan te wenden zodat alsnog de hoogste prioriteit wordt gegeven aan samenwerking op het gebied van energiebesparing in Oost-Europa.

Prof. Lucas Reijnders, die de brief heeft opgesteld, zegt “enorm geschrokken” te zijn van enkele gesprekken die hij begin deze maand in Brussel, met ambtenaren van het directoraat-generaal Energie van de Europese Commissie, heeft gevoerd. Daar heerst, zegt hij, de opvatting “we want to look serious”, en daarom zou er in het Handvest voor de energiegemeenschap niet te veel aandacht aan het milieu moeten worden gegeven. Een speciale werkgroep van de Intergouvernementele conferentie die zich met een protocol over energiebesparing bezighoudt heeft een planning gemaakt waarin, naar Reijnders heeft begrepen, voorlopig geen uitzicht bestaat op besparingen. “Dat gaat jaren duren en wij vinden juist dat een groot programma moet komen om de verspilling van energie in Oost-Europa aan te pakken. Daar is het milieu ook zeer mee gediend”, aldus Reijnders. Hij weet dat juist Nederland in Brussel heeft aangedrongen op meer voorrang in het ontwerp-Handvest voor milieu en besparing, maar dat heeft te weinig effect gehad, is zijn oordeel.

In de Sovjet-Unie en de andere Oosteuropese landen gaat nu nog een enorme hoeveelheid energie verloren door lekkende installaties en pijpleidingen en door het gebrek aan meetapparatuur en simpele voorzieningen als regelkranen op cv-installaties. In veel gebouwen en woningen wordt s winters de temperatuur gematigd door het openzetten van ramen. Natuur en Milieu zegt in haar brief aan Lubbers: “Het idee voor de energiegemeenschap is naar uw eigen zeggen geboren uit bezorgdheid over de enorme verspilling van energie in het voormalige Oostblok. Wij delen die zorg en menen dan ook te mogen verwachten dat besparing de hoogste prioriteit zal krijgen, maar dit blijkt thans nergens uit.”

Reijnders heeft berekend dat Oost-Europa met gebruikmaking van de beste technieken 75 procent op het energieverbruik kan besparen. Bij de huidige marktprijzen zijn investeringen in deze besparing zeer rendabel. Daarom zou er binnen het raam van de energiegemeenschap de komende vijf jaar een kredietfaciliteit moeten komen van 50 miljard gulden in de vorm van zachte leningen, die uit de besparingen kunnen worden terugbetaald.

De onderhandelingen in Brussel tenderen volgens de brief van Natuur en Milieu aan Lubbers echter veeleer naar het geven van de hoogste prioriteit aan winning van gas en andere koolwaterstoffen, het transport daarvan en nieuwe pijpleidingen naar West-Europa. Dat acht de stichting ongewenst. Reijnders vreest dat er met zo'n beleid een uitverkoop van Russische energie op gang komt en dat met de gasprijs gestunt zal worden om een marktaandeel in het Westen te krijgen.

“Ik kan me voorstellen dat je de pijpleidingnetten verbindt, om tijdelijke tekorten over en weer te kunnen aanvullen. Maar aan structurele export kleven grote risico's. Ik zou liever zien dat ze het gas voor binnenlands gebruik bewaren. Trouwens, de eerste twintig jaar heeft West-Europa niet veel meer van het Russische gas nodig, er zijn nog enorme voorraden in Noorwegen en de zuidelijke landen krijgen gas uit Algerije.”

Natuur en Milieu bepleit in de brief aan Lubbers dat de samenwerking op het gebied van kernenergie wordt gericht op een spoedige sluiting van kerncentrales in Oost-Europa. Dat kan vergemakkelijkt worden door grootscheepse energiebesparing. Reijnders erkent dat het voor de Oosteuropese regeringen heel moeilijk zou zijn om op korte termijn atoomcentrales te sluiten omdat er dan grote tekorten aan elektriciteit ontstaan waardoor de toch al wankele industrie extra moeilijkheden zou krijgen.

“Maar de energiegemeenschap richt zich nu op het verbeteren van de veiligheid van centrales. Daar hebben ze slechts enkele miljoenen guldens voor beschikbaar. Veel van die centrales zijn zo slecht dat ze niet meer veilig gemaakt kunnen worden en dat levert enorme risico's op”, zegt Reijnders. “Wij hebben daarover veel contacten met de milieubeweging in Midden-Europa, waar de nucleaire optie zeer omstreden is. Meer efficiency en omschakeling naar gascentrales zou een heel ander en veel veiliger perspectief bieden.”