Wapenstilstand? Niet in Petrinja

BREST (Joegoslavië), 3 SEPT. “Vertel maar aan die Van den Broek van u, dat de Serviërs het papier niet waard zijn waarop hun handtekening staat”, zegt een oude man die bij het vallen van de avond over de brug komt aansloffen. Een plastic zak is alles wat hij heeft kunnen meenemen uit Petrinja, een Kroatisch stadje ongeveer zestig kilometer ten zuiden van Zagreb, waar het onder auspiciën van de EG bereikte staakt-het-vuren in Joegoslavië gisteren is gesneuveld, nog geen tien uur nadat het in Belgrado was ondertekend.

Tanks van het Joegoslavische leger hebben het centrum van het stadje grondig verwoest, vertellen de vluchtelingen. “Ze schoten op alles wat bewoog, ook op burgers, het was vreselijk. De meeste mensen zijn nog in de stad, durven de kelder van hun huis niet uit. Want de tanks zijn wel terug in de kazerne, maar er zijn sluipschutters”. De katholieke kerk in het centrum is door de tanks eveneens beschoten, vertellen ze, net als het gerechtsgebouw en een school.

De Kroatische Nationale Garde en het leger beschuldigen elkaar ervan, met schieten te zijn begonnen. Had de bevolking van Petrinja verwacht, dat na de ondertekening van het staakt-het-vuren, maandagochtend, de al maanden verwachte aanval op Petrinja zou uitblijven, vragen we. “Natuurlijk niet”, klinkt het honend op het dorpsplein van Brest, het laatste dorp voor Petrinja, aan de stalen brug over de Kupa. “Vanochtend hebben ze met uw minister getekend, en vanmiddag hebben ze het gevierd met hun wapens”, zegt een man.

Over de velden zweeft 's avonds de rook van in brand geschoten huizen van Petrinja. De brug is met explosieven voor een eventuele vernietiging gereed gemaakt. Een kleinere brug verderop is door de Kroaten al opgeblazen. Men vreest een opmars van de militairen naar Zagreb. De weg daarheen is sinds zondag van tankversperringen en barricades van vrachtwagens voorzien. Het doorgaand verkeer maakt gebruik van stoffige landwegen in de buurt.

Hier in Brest zien we enkele honderden leden van de Kroatische Nationale Garde, die in de duisternis in de richting van de rivier marcheren. Het schieten, dat rond twaalf uur 's middags begon, is juist rond zeven uur opgehouden. Slechts af en toe hoort men vanuit de richting van de stad een salvo van een mitrailleur of een kleine ontploffing. Er is vreselijk geschoten, vertellen vluchtelingen: met mortieren, met mitrailleurs, met tanks.

In het donker nadert over de brug een auto, van waaruit het bevel aan de politieagenten komt, in deze gevechtspauze naar Petrinja terug te keren. Lopend begeven zij zich op weg. Het politiebureau ligt aan de andere kant van het stadje, naast een van de twee kazernes van het Joegoslavische leger in Petrinja. Het stadje ligt in het donker: elektriciteit en telefoon zijn afgesneden. Een gardist vertelt van zijn eenheid, belast met de verdediging van de worstfabriek, te zijn afgesneden nadat hij een gewonde naar een ziekenhuis in Zagreb had gebracht. Iedereen is bang dat de gewapende Serviërs, die de dorpen ten zuiden en oosten van Petrinja al maandenlang controleren, in de nacht zullen binnentrekken en een slachting onder de Kroatische bevolking zullen aanrichten.

Het optreden van het leger is gedeeltelijk waargenomen door 46 binnen- en buitenlandse journalisten, die zich bij het begin van de gevechten in een van de kazernes bevonden en de hele dag hebben vastgezeten, voordat zij door pantserwagens van de Kroatische politie en het leger de stad zijn uitgeloodst. Een van hen, Dan Damon van het Britse Sky News, vertelde na terugkeer in Zagreb dat het eerste schot van buiten de kazerne leek te komen. Hij zei echter verrast te zijn door de omvang van het militaire antwoord van het leger, waarbij behalve tanks ook artillerie en Stalin-orgels zouden zijn gebruikt.

Het optreden van het leger in Petrinja, waarvan de verovering door de Servische extremisten vele malen is aangekondigd, illustreert een der structurele zwakten van het onder de auspiciën van de EG bereikte staakt-het-vuren: de Joegoslavische legerleiding heeft het akkoord niet ondertekend. Het leger trekt zich niets meer aan van de instructies van het burgerlijk gezag, oftewel president Stipe Mesic, een Kroaat. De commandant van het garnizoen in Petrinja, Slavko Tarbuk, weigerde gistermiddag een gesprek met de Kroatische premier, die zich in een bemiddelingspoging naar het stadje had begeven, in een op een dieplader geplaatste pantserwagen. Een deel van de legerleiding heeft eerder laten weten grote bezwaren te hebben tegen de komst van EG-waarnemers, omdat zij die als voorboden van een buitenlandse militaire interventie beschouwt, en als handlangers van de opstandige Kroatische leiding.

De volgende ochtend zijn de bewoners van Petrinja bezig de scherven van hun vensters bij elkaar te vegen. Tenminste één woonhuis in dit buurtje is door een voltreffer geraakt. Gelukkig was de bewoonster niet thuis, ze werkt in Duitsland, vertellen omwonenden. Aan gene zijde van de ingezakte resten van de brug over de Petrinjcica is het nog erger, zegt men.

Aan het einde van de straat zijn de resten van een vrachtwagen te zien. Maar ook aan deze kant van de brug zijn overal de inslagen van kogels te zien. Aan de overkant staan ambulances, een eerste schatting spreekt van twee doden en twaalf gewonden aan de kant van de Kroaten. Het Joegoslavische leger heeft bekend gemaakt dat drie soldaten zijn gedood. Er is vanochtend niet geschoten in Petrinja, maar het aburige dorp Sunja ligt onder mortiervuur. Ook de districtshoofdstad Sisak is vannacht door granaten getroffen.

De Kroatische radio maakte vanochtend melding van nog meer bestandsschendingen, waaronder een massamoord op veertig burgers in het dorp Berak, in Oost-Slavonië, waarover echter nog geen duidelijke berichten zijn. Het centrum van Osijek zou door granaten getroffen zijn. Het hotel van Sisak biedt vandaag plaats aan honderden vluchtelingen uit Petrinja, die over de landwegen in de omgeving naar de stad blijven komen. Anderen zijn naar Zagreb gegaan. Voor hen allen is de komst van EG-waarnemers in ieder geval te laat gekomen.