Vredestein Banden haalt bakzeil bij EZ

Vredestein Banden in Enschede (autobanden en landbouwbanden) behoeft niet meer te rekenen op "oude' investeringspremies (IPR).

Er komt definitief geen IPR voor uitbreidingen in 1986 en 1987, heeft de Raad van State in Den Haag beslist.

Met deze uitspraak zet de Raad van State een punt achter een langslepend conflict tussen Vredestein Banden en het ministerie van Economische Zaken. Volgens EZ waren de uitbreidingen bij de bandenfabriek minder dan de het verkrijgen van IPR gestelde norm. Vredestein kwam tot een hogere berekening. Naar becijfering van Vredestein gaat het om investeringen van 1,4 miljoen gulden, terwijl het ministerie niet verder komt dan 0,9 miljoen, met welke becijfering geen recht op IPR bestaat.

De Raad van State noemde de door EZ gehanteerde berekeningswijze de juiste. Vredestein, met naast Enschede ook vestigingen in Renkum en Maastricht, is onderdeel van houdstermaatschappij Vredestein te Velp waarin ook activiteiten op het gebied van onder meer industriebanden, fietsbanden, laarzen, vloerbedekking en plaatrubber zijn ondergebracht, kampt met aanhoudende ernstige verliezen. Eerdere pogingen tot het zich laten overnemen en een fusie met buitenlandse bandenproducenten zijn tot nu toe mislukt.