Sjevardnadze blijft bij zijn verwijten aan Gorbatsjov

“Hij was een gevangene van de junta. Maar toen hij was teruggekeerd en een persconferentie gaf, zag ik dat hij nog steeds een gevangene is - een gevangene van zijn karakter, zijn denkbeelden, zijn manier van denken en doen.” Dit noteerde Edoeard Sjevardnadze in zijn dagboek over de putsch van 19 augustus naar aanleiding van het optreden en de uitspraken van zijn "oude kameraad' Michail Gorbatsjov. Behalve een beknopte weergave van de gebeurtenissen tijdens die "coupweek' is Sjevardnadzes verhandeling vooral een verslag van een gewetensonderzoek en een aanklacht tegen de man die althans in naam nog steeds de Sovjet-Unie leidt.

Sjevardnadze zegt dat hij zich gedurende de afgelopen twee jaar, van april 1989 af, niet had kunnen losmaken van een gevoel van depressie. Het nieuws dat hij in de vroege morgen van de negentiende augustus hoorde, was dan ook een bevestiging van zijn angst dat het tijdperk-Gorbatsjov in een dictatuur zou eindigen. Maar tegelijkertijd, zo schrijft hij, drong zich de overtuiging bij hem op dat het hier om een samenzwering van verliezers ging en dat hun onderneming tot mislukken was gedoemd.

Als tegen het einde van de putsch Sjevardnadzes gedachten steeds weer bij Gorbatsjov terugkeren, vraagt hij zich af: Wie is de schuldige, die ons zo ver uiteen dreef? “Ben ik geheel zonder schuld?” Dan volgt de verdediging. Al meer dan een jaar geleden had hij zijn vermoedens tegenover Gorbatsjov geuit over een samenzwering van ultra-reactionaire krachten die erop uit waren de perestrojka te breken. Hij had hem gedurende het hele jaar 1990 gewaarschuwd, aan de hand van feiten, handelingen, stukken, open en verborgen manoeuvres van functionarissen - van wie er uiteindelijk een aantal in het zelfbenoemde Comité voor de noodtoestand zitting had genomen. Ten slotte, toen alles tevergeefs was gebleken had hij op 20 december 1990 het Congres van Volksafgevaardigden voor de dictatuur gewaarschuwd en was hij afgetreden.

Voorbeelden: midden september 1990 zond Sjevardnadze in zijn functie van minister van buitenlandse zaken de Opperste Sovjet een ontwerp-besluit over de opzegging van het vriendschapsverdrag met de DDR. Met het oog op de ophanden zijnde vereniging van Duitsland moest dit ontwerp onmiddellijk aan de vergadering worden voorgelegd. Maar de voorzitter van de Opperste Sovjet, Loekjanov, hield het stuk achter tot aan de dag dat de DDR ophield te bestaan, op 3 oktober. Sjevardnadze werd er vervolgens van beschuldigd een dergelijk voor de internationale betrekkingen van de Sovjet-Unie gewichtig document pas op het allerlaatste ogenblik voor parlementaire beoordeling te hebben vrijgegeven.

Toen het ministerie van defensie en de generale staf in strijd met het Handvest van Parijs (vorig jaar november resultaat van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, red.) duizenden tanks uit de Europese militaire regio's achter de Oeral opstelden, protesteerde Sjevardnadze bij de president. Gorbatsjov verzocht zijn adviseur maarschalk Achromejev een onderzoek in te stellen, maar deze praatte vervolgens de kromme zaak recht. Ook Sjevardnadzes verzet tegen het onderbrengen van tanks bij de marine om ze langs die weg te behoeden voor de schroothoop, stuitte op de argumenten van de maarschalk en op het vertrouwen daarin van Gorbatsjov.

Na de vertragingsacties van de Sovjet-militairen tegen het verdrag tot vermindering van strategische wapens (START) te hebben gememoreerd (er gingen daardoor zeven maanden verloren) verhaalt Sjevardnadze van de directe aanval die op 23 juli in de krant Sovjetskaja Rossija verscheen. Volgens de ex-minister was dit een regelrechte oproep tot rebellie. De ondertekenaars waren de lieden die open of achterbaks al die jaren het beleid hadden verketterd en ondermijnd. Twee behoorden tot de putschisten. Maar wat deed de president? Hij ging met vakantie, oordeelt Sjevardnadze verbitterd. Gorbatsjov bleef doof voor de raad van vrienden die hem trouw waren gebleven.

Vervolgens roept Sjevardnadze de verklaring in herinnering die hij tijdens Gorbatsjovs gevangenschap tegenover een Franse journalist aflegde. Daarin opperde hij de mogelijkheid dat Gorbatsjov van de coup heeft geweten. Na zijn vrijlating zei de president niet op de hoogte te zijn van deze uitspraak, maar zijn gewezen minister moest maar met zijn geweten in het reine zien te komen als hij dat had gezegd. Sjevardnadze in zijn reactie daarop: “Alstublieft. Hij moet het jongste verleden analyseren. Hij had zo vaak geen idee van de gebeurtenissen om hem heen en in het land, dat een dergelijk vermoeden mijnerzijds niet helemaal uit de lucht gegrepen was”.

De verwijten komen vervolgens staccato “Nu kan ik het met alle nadruk stellen: niemand anders dan hijzelf heeft de junta door zijn achteloosheid zoveel kansen gegeven, door zijn besluiteloosheid en zijn neiging tot schipperen, door zijn gebrek aan mensenkennis, door zijn onverschilligheid jegens zijn ware strijdmakkers, door zijn wantrouwen tegenover de democratische krachten, doordat hij geen geloof hechtte aan de vesting die Volk heet. Dat volk dat zich dank zij de door hem begonnen perestrojka heeft veranderd.”

Deze tragedie had, aldus Sjevardnadze, bijna tot een nationale catastrofe geleid.