Politie onderzoekt eventuele aanwezigheid zenuwgas Coupépolder

ALPHEN AAN DEN RIJN, 3 SEPT. De politie van Alphen aan den Rijn is een onderzoek begonnen naar de mogelijke aanwezigheid van twee grote containers chemisch afval, waaronder zenuwgas, op de voormalige vuilstortplaats in de Coupépolder.

Dit gebeurt in opdracht van burgemeester M. Paats naar aanleiding van tips uit de bevolking. De laadkisten met hun gevaarlijke inhoud zouden afkomstig zijn van het chemisch bedrijf Biesterfeld uit Alphen en hier in 1980 illegaal begraven zijn.

Volgens een woordvoerder van de gemeente is het bewuste feit al in 1988 aan de politie gerapporteerd. Kort daarvoor, in maart 1988, was aan het licht gekomen dat in de late jaren zeventig duizenden vaten chemisch afval illegaal in de Coupépolder waren gedumpt. “Maar er is nooit iets met die melding gedaan”, aldus de woordvoerder. “De tip zit in het proces-verbaal in de zaak-Kemp, maar dat wordt door justitie niet vrijgegeven.” Kemp is de afvaltransporteur die tot viereneenhalf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens clandestiene stortingen in de Coupépolder, waar nu een golfbaan is aangelegd. Hij is na dit vonnis in hoger beroep gegaan.

De voornaamste verklaring over de gebeurtenis in 1980 is afkomstig van gemeente-ambtenaar H. Heemskerk. Hij meldde de recherche in 1988 dat hij acht jaar daarvoor vanaf zijn bromfiets had gezien hoe twee containers van Biesterfeld vanaf een vrachtwagen in een diepe put werden neergelaten.

Heemskerk behoort tot degenen die nu door de politie zullen worden gehoord. Zo zal worden geprobeerd de exacte plaats van de begraven laadkisten te bepalen. “Er is alle reden de zaak serieus te onderzoeken”, zegt korpschef J. Molenaar, terwijl de gemeentelijke woordvoerder op de groeiende onrust onder de bevolking wijst: “De geruchten dat er zenuwgas in de Coupépolder verborgen ligt, zijn de laatste tijd in hevigheid toegenomen.”

De provincie, die is belast met sanering van de voormalige belt, moet uitmaken of er ook werkelijk naar de containers wordt gegraven. Dit gebeurt, zo heeft milieugedeputeerde J. van der Vlist toegezegd, zodra uit de verklaringen een redelijke plaatsaanduiding naar voren komt.

De firma Biesterfeld ontkent iets met de veronderstelde laadkisten vol giftig materiaal te maken te hebben. Adjunct-directeur J. Key noemt het dumpen van zenuwgas door zijn bedrijf een “wild-west-verhaal” en “de grootste kolder die er bestaat”. Volgens geruchten die in Alphen de ronde doen, zou er verband bestaan tussen deze affaire en de mysterieuze verdwijning, in juni 1986, van Biesterfeld-directeur Beijderwelle. Volgens Key slaat dat verhaal nergens op: “Dat van die containers zou zich in 1980 hebben afgespeeld, terwijl Beijderwelle in 1986 verdween. Nee, hij is nooit opgespoord en inmiddels wordt hij als overleden aangemerkt, omdat het vijf jaar geleden is.”