Pittige passen en eindeloos ogenspel bij oude dansen

Dansvoorstellingen: Festival Oude Muziek. Gezelschappen: Il Ballarino (Italië); Dansensemble Folia (Nederland) en Timedance (Engeland). Gezien: 30, 31-8 en 1-9 Muziekcentrum Vredenburg, Utrecht.

Het festival Oude Muziek in Utrecht versiert zijn tienjarig bestaan met een guirlande van historische dansen. Voor het eerst kan het publiek uitgebreid kennis nemen van het dansonderzoek dat wordt verricht in Europa. Gezelschappen uit Engeland, Italië, Frankrijk en eigen land laten zien dat het pad van het amateurisme is verlaten. Zo krijgt de historische dans wellicht een vaste plek in het Utrechtse festival.

De grootste eenheid tussen dans, muziek en handeling is bereikt in de poëtische voorstelling Spectacular Dialogues. Hierin worden fijnzinnige dansen uitgevoerd door Jane Gingell en Steve Player van het Londens gezelschap Timedance. Het muzikale deel wordt subliem gebracht door Tragicomedia, o.l.v. Stephen Stubbs, de sopraan Miriam Ruggeri en Douglas Nasrawi, tenor. Een vrolijke verbinding vormen de tussenspelen door de komedianten van het TAG Teatro Venezia, Comedia del Arte gebracht door Eleanora Fuser en Alessandro Bressanello. Deze uitvoering kreeg terecht een staande ovatie.

De dansen in dit programma zijn gebaseerd op 17de-eeuwse bronnen uit Italië en Spanje. Aan het Milanese hof danste men met een statisch bovenlijf, waarvan alleen de richting van de schouders veranderde. De vrouwen hielden de armen meestal langs het lichaam, terwijl de man de handen in de zij plaatste. De voetvrije rok liet korte, pittige passen toe. De Spaanse dansen zijn daarentegen vuriger en gericht op het imponeren van de danspartner en de toeschouwers. In het roffelende voetwerk van de man herkent men de voorloper van de huidige zigeunerdans.

Ook het Nederlandse dansensemble Folia van Dorothée Wortelboer maakt een uitstekende indruk door een precieze, maar ontspannen uitvoering. De begeleiding was in handen van The London Oboe Band, een dubbelrietblazersensemble dat bekendheid verwierf met 17de- en 18de-eeuwse muziek. De uitgevoerde dansen zijn reconstructies van choreografieën van de Franse dansmeester Louis Guillaume Pécour, die van 1687 tot 1729 als compositeur de ballet was verbonden aan de Parijse opera. De levendige dansen, met gevarieerde passen en elegante armbewegingen roepen het beeld op van lichtzinnige herderinnen en hun stoutmoedige vrijers.

De twee programma's van de Italiaanse groep Il Ballarino vielen echter tegen. In Dansen en Dansmuziek uit Hamburg - begeleid door Hespèrion XX o.l.v. Jordi Savall - vraagt de statige bassadanza om een entourage van marmer en kaarslicht. De hoofse gebaren, kleine sprongen en het eindeloze ogenspel verdragen geen kale omgeving. Bovendien springt free-lance historicus Andrea Francalanci nogal vrijmoedig om met de invulling van de choreografische leemten. Van de acht dansen op muziek van William Brade viel Der Satyrn Tanz bij het publiek het meest in de smaak. Hierin jaagt een luchtig geklede jongeman een groep nimfen na door het hele auditorium. Ook het Monteverdi-programma werd door de elf dansers technisch slordig uitgevoerd. In deze voorstelling gingen de begeleidende musici en zangers van de Academia Fontegara o.l.v. Sergio Balestracci met de eer strijken.