Licht aan het eind van de tunnel

Voor de Franse economie gloort licht aan het eind van de tunnel. In het tweede kwartaal van dit jaar bedroeg de economische groei 0,8 procent. Minister van financiën en economie Pierre Bérégovoy toonde zich een “beetje verrast” over dit cijfer. “Ik denk dat de heropleving van de economie zich deze herfst doorzet”, zei hij. De bescheiden groei (vooral veroorzaakt door de toename van de Franse export met 1,9 procent in het tweede kwartaal) steekt gunstig af bij de nulgroei in het eerste kwartaal en een negatieve groei van 0,2 procent gedurende de laatste drie maanden van vorig jaar. Deskundigen van het Franse ministerie van financiën verwachten dat de economische groei over het gehele jaar gerekend dichter bij de 1,5 dan bij een procent zal uitkomen.

Een beetje verrassend nieuws is welkom, want de meeste economische gegevens zijn minder rooskleurig. Het traditionele tekort op de Franse handelsbalans bedroeg eind juli 26 miljard franc, hoger dan het de laatste jaren was. De werkloosheid nam in een jaar met 255.600 personen toe (in vergelijking tot het cijfer van vorig jaar juli). Bijna 9,5 procent van de Franse beroepsbevolking is zonder werk. Verwacht wordt dat er eind dit jaar nog eens 100.000 werkzoekenden bijkomen, zodat het totaal aantal werklozen dicht bij de drie miljoen zal uitkomen.

Bij de presentatie van het groeicijfer over het tweede kwartaal verdedigde minister Bérégovoy nog eens zijn beleid van lage inflatie (met 3,3 procent over de eerste helft van de jaar een van de laagste in West-Europa), een harde franc en een beperkt begrotingstekort. Bérégovoy: “Er is geen alternatief voor dit economisch beleid van competitieve desinflatie dat in 1989 en 1990 een succes was. Wij hebben een hoge economische groei gehad, we hebben een miljoen banen geschapen, en sinds het begin van het jaar kennen we problemen die te wijten zijn aan een vertraging in de economische activiteiten op wereldschaal en aan de oorlog in de Golf”.

Bérégovoy richtte zich, zonder dat expliciet te zeggen, tot socialistische partijgenoten en vooral de vakbonden die steeds heftiger kritiek laten horen op het orthodoxe beleid van de "superminister' in het regering van Edith Cresson, die niet alleen voor financiën en economie maar ook voor de begroting en de buitenlandse handel verantwoordelijk is. Alle vakbonden en zelfs sommige werkgevers vragen zich af wat het nut is van een monetairistisch beleid met een lage inflatie als de werkloosheid maar blijft toenemen en de groei die nieuwe werkgelegenheid schept, mondjesmaat blijft.

De beperkte recessie die Frankrijk heeft doorgemaakt, is vooral veroorzaakt door de verminderde economische activiteit in eigen land. Consumenten stelden de aankoop van industriële produkten zoals auto's uit en industriële ondernemingen kondigden aan dat ze hun investeringen in 1991 met zes procent zouden verminderen tegen een toename met 11 procent in 1990. Veel ondernemingen "slankten af' wat veel banen kostte. De herstructurering van enkele grote ondernemingen, zoals Bull, Peugeot-Citroen en Michelin zal pas dit najaar in de werkloosheidsstatistieken worden uitgedrukt.

Premier Edith Cresson erkende afgelopen weekeinde dat de regering “geen middelen heeft” om de hervatting van de economische groei deze herfst nog een steuntje in de rug te geven. Verlaging van de rente, de zuurstofballon waarop het Franse bedrijfsleven al zo lang wacht, is niet mogelijk zolang de rente in Duitsland hoog blijft. Minister Bérégovoy prijst zich al gelukkig dat Frankrijk, anders dan de meeste buurlanden van Duitsland, twee weken geleden niet de verhoging van het Duitse disconto behoefde te volgen. Een "injectie' van de regering die tot een hoger begrotingstekort zou leiden, is evenmin aan de orde. Cresson: “Al onze mogelijkheden, en op dit punt ken ik geen taboe's, moeten geheel worden gebruikt voor acties om onze concurrentie te versterken en de werkgelegenheid te verbeteren”.

Voor Cresson is ook een (gedeeltelijke) privatisering van staatsbedrijven - wettelijk al mogelijk tot maximaal 49 procent - niet taboe. Maar de Franse premier verbindt daaraan wel de voorwaarde dat de financiële middelen die de staat door privatisering verkrijgt niet mogen dienen om de gaten in de begroting te stoppen. Cresson: “Dat zou absurd zijn”. Deze boodschap is mede gericht aan Bérégovoy die begin augustus besloot 20 procent van de aandelen van de nationale Credit local de France op de beurs te verkopen, een transactie die dit najaar 1,5 tot 2 miljard franc moet opbrengen. In het feuilleton over het "noch noch' dat president Mitterrand de Franse kiezers in 1988 beloofde (noch privatisering, noch nationalisering ) komt dus een nieuw politiek beladen hoofdstuk aan de orde. Met als inzet de vraag: aan wie moet privatisering ten goede komen, aan de staat, aan de betrokken bedrijven of, wat sommige vakbonden en werkgevers bepleiten, ter financiering van speciale "programma's' om de werkgelegenheid te bevorderen.