Laat Wim Kok PvdA-voorzitter worden

“Een partij sterft met haar leider”, stond er vorige week op de cover van het weekblad Vrij Nederland. Gelukkig voor de toch al zo getergde PvdA-politici was het slechts de aankondiging van een verhaal over de communistische partij van de Sovjet-Unie. Want of het nu over de crisis in de Sovjet-Unie gaat of over de crisis in de Partij van de Arbeid; de koppen boven de artikelen zijn bijna inwisselbaar. Elke vergelijking is natuurlijk ongepast, maar wat zijn de overeenkomsten zo nu en dan frappant. Ginds vecht president Gorbatsjov voor zijn positie, hier doet Wim Kok hetzelfde. Daar is het partijkader of wat daar nog van over is in totale verwarring, bij de PvdA is het niet anders. En wat beide crises vooral gemeen hebben is de chaos.

De onrust kwam begin deze zomer enigszins aarzelend op gang, maar de afbraak van de PvdA gaat nu snel. Een deel van het electoraat was sinds de verkiezingen voor de gemeenteraad van vorig jaar en die voor de Provinciale Staten begin dit jaar al weg. De kiezer die op zoek was naar aansprekend beleid zocht zijn heil bij D66, de gedesillusioneerde stemmer bleef thuis. Daar is deze zomer de "boze' kiezer bij gekomen: de man of vrouw die als gevolg van de voorgenomen bezuinigingen op WAO en ziektwet het vertrouwen in de PvdA of "onze Wim' heeft verloren.

Inmiddels is de volgende fase al weer aangebroken. Na de kiezer keren nu ook de functionarissen de PvdA de rug toe. De uitkomst van het eerste globale debat in de Tweede Kamer over de omstreden kabinetsvoorstellen (waar ook nog eens de ontkoppeling tussen lonen en uitkeringen aan was toegevoegd) was voor het PvdA-Kamerlid De Visser vorige week woensdagavond aanleiding zijn parlementszetel op te geven. Diezelfde avond had oud ABVA-KABO-voorzitter (thans gemeenteraadslid) Van de Scheur zijn partijlidmaatschap al omgezet in een voorwaardelijk lidmaatschap. Hetzelfde deed het andere "erkend' dissidente Tweede Kamerlid Moor. Alledrie hebben zij hun lidblijven van de partij afhankelijk gesteld van de uitkomsten van het buitengewone congres over de toekomst van de sociale zekerheid.

Voorlopig hoogtepunt van de afgelopen week was natuurlijk het vertrek met onmiddellijke ingang van partijvoorzitter Sint en het verzoek van partijleider Kok om een vertrouwensvotum van het congres dat daarvoor nog deze maand bijeen zou moeten komen. Het vertrouwen van het bestuur heeft hij dit weekeinde na de zoveelste sessie in de bossen van Doorn wederom gekregen. Kok mag van het partijbestuur minus twee tegenstemmers doorgaan. Een stemverhouding die naar alle waarschijnlijkheid indicatief is voor het later deze maand te houden "vertrouwenscongres'. Waarna de discussie binnen de PvdA weer vrolijk verder kan gaan, want echt besloten is er op dat moment natuurlijk nog niets.

Dat Kok behoefte heeft aan een uitspraak van zijn partij is alleszins begrijpelijk. Er wordt nu te veel over hem gesproken. “Ik wil niet blijven bungelen”, zei hij afgelopen vrijdag, wat in elk geval weer eens een andere typering is dan de in de politiek sinds de affaire Van Aardenne gebruikelijke kwalificatie 'aangeschoten wild'. Tegelijk kan nu al worden vastgesteld dat een congres dat louter gaat over de vertrouwensvraag natuurlijk niets oplost. De onrust gaat daarna gewoon weer door, want de inhoudelijke discussie - waarmee alles is begonnen - is verschoven naar het voorjaar. Wat dat betreft zijn de vergaderaars van de PvdA stuk voor stuk goede leerlingen van Den Uyl. Als die bij agendapunt twee zijn zin niet had gekregen, probeerde hij het een paar uur later bij de rondvraag nog eens.

Het doet erg gekunsteld aan om de persoonlijke discussie en de inhoudelijke discussie die zo nauw met elkaar zijn verweven uit elkaar te trekken. De normale gang van zaken is dat een politiek verantwoordelijke zijn positie verbindt aan een programma en niet andersom. De partij dient te kiezen voor een bepaalde koers waarna Kok - om een sinds twee weken gevleugelde uitdrukking van hem te gebruiken - kan zeggen dat hij dat al dan niet zal meemaken.

De discussie in de PvdA blijft ook doorgaan omdat er een nieuwe voorzitter moet worden gezocht. En dan komt Kok opnieuw voor de vraag te staan of hij dat kan meemaken. Eigenlijk was Sint de meest ideale partijvoorzitter voor hem. Er waren weliswaar zo nu en dan fricties, maar in hoofdzaken steunde zij de partijleider. Dat is onder haar illustere voorgangers Van den Berg en Ien van den Heuvel toch wel eens anders geweest. Toen was er sprake van een permanent conflict tussen Amsterdam (waar het partijbureau is gevestigd) en de partijgenoten aan het Haagse Binnenhof.

Dat Sint partijleider Kok in de tweede fase van de WAO-crisis voor de voeten zou hebben gelopen door te dreigen met een kabinetscrisis is zwaar overdreven en kenmerkt eerder de paniekstemming in de PvdA. Wat Sint halverwege vorige maand in een interview met de Volkskrant zei (nadat alle partijgeledingen inclusief partijleider Kok hadden uitgesproken dat de WAO-voorstellen moesten worden aangepast) was dat als de PvdA het niet eens zou kunnen worden met het CDA, dit uiteindelijk zou kunnen uitmonden in een kabinetscrisis. Het was meer een kwestie van logica dan een politieke stellingname. Premier Lubbers - toch al zo begaan met het lot van de PvdA - deelde deze analyse van Sint enkele dagen later nota bene volledig. Wat Sint niet deed, hoewel Kok het wel zo heeft opgevat, is dreigen met een kabinetscrisis. Integendeel, de dag voor het Volkskrant-interview zei ze nog in een gesprek met deze krant in de eerste plaats te zoeken naar een inhoudelijke uitweg voor de problemen omdat ze niet de weg wilde opgaan “die ons regelrecht in een kabinetscrisis brengt”. Bij de beoordeling van Sint was de tijd voor nuances reeds voorbij. Zij verkeerde na haar periode van onbereikbaarheid, terwijl de partij ineenstortte, reeds in het stadium dat alles wat ze zei tegen haar kon worden gebruikt.

Wie de partij ook gaat leiden, Kok zal er altijd problemen mee hebben. Met de keuze van een nieuwe voorzitter wil de partij een daad stellen. Dus komt er of een vertegenwoordiger van de nu morrende basis, of een "anarcho liberale sociaal democraat' waar Balie-directeur Rottenberg model voor staat. In elk geval krijgt Kok iemand naast zich die vindt dat het anders moet.

Dat doet de vraag rijzen òf er wel een partijvoorzitter moet komen. De nu afgetreden partijvoorzitter Sint wees het afgelopen weekeinde in een toelichting op haar vertrek al op de bijna onmogelijke positie van een voorzitter die rekening moet houden met drie machtscentra: het partijbestuur, de Tweede Kamerfractie en de bewindslieden. Dat is buitenstaanders ook al opgevallen. Toen de Noorse premier Brundtland dit jaar op bezoek in Nederland was en ook bij haar sociaal-democratische vrienden langs ging kon ze er op het laatst geen touw meer aan vast knopen. Ze had een partijleider ontmoet die Kok heette, een leider die Wöltgens heette en een leider die zich Sint noemde. “Wie is nu jullie echte leider?”, schijnt ze vertwijfeld bij de Rotterdamse burgemeester Peper te hebben uitgeroepen.

Waarom moet de PvdA naast de partijleider annex aanvoerder van de sociaal-democratische bewindslieden en de fractievoorzitter eigenlijk ook nog een voorzitter hebben? Het leidt alleen maar tot ellende. De ervaring in de PvdA is dat het driehoofdig (en in tijden van oppositie: tweehoofdig) leiderschap vooal een garantie is voor interne politieke verdeeldheid. Voor de nu al overbelaste Kok maakt het niets uit of hij naast de officieuze titel partijleider nog eens wordt opgezadeld met het voorzitterschap. Het zal de duidelijkheid alleen maar ten goede komen en spaart bovendien ook nog een jaarsalaris uit. Als partijleider zit hij ook nu al qualitate qua bij de bestuursvergaderingen. Met de partij als organisatie hoeft hij zich niet te bemoeien: daarvoor is er ook nu reeds een full-time en bezoldigde secretaris aanwezig.

Wim Kok als voorzitter van de PvdA is wellicht zelfs de enige oplossing om het volledig uiteenvallen van de partij te voorkomen. De twee hoofdstromingen in de partij die het debat domineren sluiten elkaar nagenoeg uit. Vandaar ook Koks aarzelende optreden tot nu toe. Er is de 'vrije studierichting' die met alle dogma's uit het verleden wil breken en steeds meer gecharmeerd raakt van het pragmatisme van D66. Iemand als Rottenberg, pleitbezorger van het informele debat en van de vije gedachtenwisseling, valt daaronder. Maar ook VARA-voorzitter Van Dam past in die categorie. Volgens hem komt de PvdA er alleen maar bovenop als er net zo drastisch wordt gereorganiseerd als bij de VARA. “De PvdA zou er ook goed aan doen zich te bevrijden van de zeurkousen en zuurpruimen die daar nu de toon zetten”, zei hij deze zomer in een vraaggesprek met Vrij Nederland.

Aan de andere kant zijn er de vertegenwoordigers van de stromimg die de PvdA graag herinnert aan de reden waarom de partij ook al weer was opgericht. Ze heten Han Lammmers of Jan Schaefer. In hun ogen is er slechts nog een toekomst voor de PvdA als nu allereerst de vertrouwensbreuk met de vakbeweging wordt hersteld. Wat daarvoor nodig is valt te lezen in de grote advertenties van de gezamenlijke vakcentrales waarin tegen de kabinetsvoorstellen over ziektewet en WAO wordt geageerd.

Een vergelijk tussen beide richtingen lijkt nauwelijks mogelijk. Keuze voor het één, houdt tevens een keuze in tegen het ander. De beruchte tweedeling van Joop den Uyl loopt dwars door de PvdA. De kloof wordt met de dag breder. Maar tegen Kok heeft geen van beide kampen zich nog uitgesproken. Als politiek leider moet hij toch al vorm geven aan de discussie over de toekomst van de PvdA. Dus waarom ook niet als voorzitter?