Hongaarse nostalgie

Het gebeurde tijdens de Olympische Spelen van Helsinki, dat een collega vroeg of ik de Hongaren al eens had zien trainen? Hij bedoelde de voetballers. Nee. Sinds de Oranje-ploeg met 5-1 al rap was afgedroogd door zich ten onrechte amateurs noemende jonge contractspelers uit Brazilië, was het voetbaltoernooi voor ons naar de achtergrond gedrongen. Maar overmand door nieuwsgierigheid ben ik die Hongaren eens gaan opzoeken en toen zag je een stel spelers, dat niet alleen absoluut balmeesterschap demonstreerde, maar ook tactisch heel ver was. Ze werden dan ook Olympisch kampioen, onder meer via een finale-zege op de Joegoslaven. In die jaren presteerden zij een serie van 26 overwinningen en zes remises, die het tijdvak 1950-1954 besloeg. Engeland ging er op Wembley met 6-3 en in Boedapest met 7-1 aan. Het was een fenomenale prestatie van in meerderheid artistieke spelers, die via een bekwame coach, Gustav Cebes, de rest van de wereld een tijdlang op het verkeerde been zette door techniek, fantasie, aanvalsdrift en op snelheid uitgevoerde aanvallen. Het was een genot dit elftal te zien voetballen.

Maar Vader Tijd, geholpen door de man met de zeis, heeft ervoor gezorgd dat er nog slechts vijf van die elf vaste krachten over zijn: Puskas, Hidegkuti, Buzanski, Grosics en Czibor. Puskas, de beroemdste van het stel, is nu 64. Hij weegt 110 kilo. Te veel van zijn eigen worstjes gegeten? Hij had in Spanje een worstfabriek, maar men herinnert zich hem daar als grandioos speler van Real Madrid, waar hij samen met Di Stefano de koosnaam van Real "het witte ballet' gestalte gaf, zeven jaren lang. Veel later coachte hij het Griekse Panathinaikos dermate goed, dat de Grieken de finale van de Europa Cup I haalden, waar Ajax hen overigens met 2-0 terugwees. Tegenwoordig traint Puskas Hellas Melbourne, een ploeg van Griekse emigranten in Australië. Hij is nog zeer geliefd in eigen land, maar komt daar zelden. Zijn tweede huis staat in Madrid.

De linksbuiten van destijds, Zoltan Czibor, ziet er tegenwoordig uit als een ambtenaar op een kadasterkantoor. Hij is nu 61 en placht Puskas tijdens de wedstrijd uit te maken voor iets dat de kat zojuist had uitgespuugd. Hij had ook werkelijk een hekel aan Puskas en ging, mede om hem te pesten, voor Barcelona spelen. Een korzelig kereltje, snel als het licht en brutaal als een mus. Grosics, de keeper, ziet er nog altijd elegant uit. Hij is van alles geweest: tv-commentator, trainer, clubpresident. Hij is even oud als de 66-jarige verdediger Buzanski - een keiharde, compromisloze bulldog. Hij was van het sterrenteam de enige die niet uit Boedapest afkomstig was. Zijn geluk was, dat er toen nog geen rode kaarten werden uitgedeeld. Ten slotte Hidegkuti, die als teruggetrokken middenvoor vele statische stopperspillen in zijn tijd voor schut zette. Hij kent twee buitenlanders, die zijn speelwijze zeer goed hebben overgenomen: Suares bij Inter en Bobby Charlton bij Manchester United. Momenteel is hij scout bij MTK en consulent bij de Hongaarse voetbalbond. Zijn hoofdhaar heeft zich bescheiden teruggetrokken, maar hij maakt een vitale indruk met zijn 69 jaren.

De anderen zijn overleden, in tegenstelling tot de Duitse WK-elf van 1954, waarvan alleen Otmar Walter is weggevallen. Zakarias ging als eerste (1980), in '83 gevolgd door Kocsis - de man met "het gouden hoofd' vanwege zijn fantastische kopstoten. Hij sprong van zijn balkon op de derde verdieping van een flatgebouw in Barcelona, toen hij van de artsen gehoord had dat zijn rechtervoet moest worden geamputeerd. In '84 stierven verdediger Lorant en rechtsbuiten Budai, in '87 gevolgd door de machtige middenvelder en aanvoerder Josef Boszik. De dood verraste hem toen hij thuis naar een wedstrijd uit het wereldkampioenschap in Argentinië zat te kijken. Linksback Lantos sloot de ogen voorgoed in '91.

De overlevenden hebben elkaar onlangs ontmoet. Voor de nazit, maar vooral ook om een naamloze vennootschap op te richten, die geld moet slaan uit hun vroegere faam. Het moet een import--exportfirma worden. “Wij handelen in alles”, zegt Puskas. “Gas, benzine, olie, textiel, alles. Vroeger konden we in eigen land weinig verdienen vanwege het regime.” Puskas was majoor in het leger, Boszik parlementslid. Ik weet niet, of dit lukken gaat. Nostalgie is ook niet meer wat het geweest is, zei Simone Signoret ooit. En het is ook al zo lang geleden. Maar iemand anders schreef, dat nostalgie zich geen enkele wet laat voorschrijven. Dat was ik en dat is misschien ook een klein beetje waar.