Een kwestie van geweer of geweten

BONN, 3 SEPT. Mag van "eenvoudige' dienstplichtige soldaten en grensbewakers worden verlangd dat zij naar eigen geweten bevelen van meerderen en de wetten van hun land toetsen aan fundamentele beginselen van recht en menselijkheid? En mag van zulke "kleine soldaten' ook worden gevraagd dat zij, met alle risico's die dat voor henzelf zou meebrengen, weigeren om sommige bevelen uit te voeren?

Deze zeker in de Duitse geschiedenis niet onbekende vragen hebben de eerste dag beheerst van een gisteren in Berlijn begonnen strafproces tegen vier vroegere DDR-grenssoldaten. Zij worden ervan beschuldigd op 6 februari 1989 aan de Berlijnse Muur de 20-jarige republikflüchtige Chris Gueffroy te hebben doodgeschoten en een medevluchteling zwaar te hebben verwond. Het vermoedelijk langdurige proces heeft plaats in het Berlijnse paleis van justitie, waar in 1918 de moordenaars van Rosa Luxemburg en communistenleider Karl Liebknecht en na de Tweede Wereldoorlog nazi-rechters terechtstonden.

Aan de grens van de DDR met de Bondsrepubliek, en aan de Muur, is sinds 1949 omstreeks 4.400 keer militair geweld gebruikt tegen mensen die probeerden de DDR te ontvluchten, wat volgens DDR-recht strafbaar was. Vluchtpogingen aan de zwaarbewaakte grens moesten grenswachten zonodig met vuurwapens verhinderen, conform het zogenoemde Schiessbefehl. In totaal zijn ruim 200 Oostduitsers bij zulke vluchtpogingen gedood, met Gueffroy als laatste. De soldaten die nu terecht staan kregen destijds van het DDR-regime een "eervolle vermelding', een onderscheiding, een paar dagen buitengewoon verlof en een huldiging met koud buffet.

Het proces is het eerste in zijn soort en trekt vooral in Oost-Duitsland grote aandacht. Dit temeer omdat er in verband met het gehate Schiessbefehl nog geen strafproces is geweest tegen de vroegere "grote vissen', bijvoorbeeld leidende SED-politici als staatschef Erich Honecker en Stasi-chef Mielke of hoge militairen. De 79-jarige Honecker bevindt zich nog in de Sovjet-Unie, de 84-jarige Mielke is wel aangehouden en op vijf verschillende gronden in staat van beschuldiging gesteld, maar hij verblijft wegens zwakke gezondheid en dementie al geruime tijd in een gevangenis-ziekenhuis. De Duitse boulevard-pers heeft het nu begonnen proces al geplaatst in het teken van “de kleine man moet hangen, de grote gaat vrij uit”.

De raadslieden van het kwartet probeerden gisteren allereerst, maar vergeefs, om met vragen als hierboven, en verwijzingen naar eertijds geldende DDR-wetten, de principiële grondslag van de aanklacht te ontkrachten. Zij wezen er voorts op dat er geen grondrecht bestaat aangaande de vrijheid om het eigen land te verlaten (maar een recht van staten om daaromtrent eigen regels te stellen) en dat de Bondsrepubliek in de jaren zeventig (in het Grundlagenvertrag) de DDR had erkend en daarmee ook de rechtsregels van die staat. Zij vroegen het proces af te gelasten of de aanklacht tenminste eerst voor te leggen aan het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe. De rechtbank weigerde dit verzoek.