Colombianen zoeken naar smaragd van hun leven

Duizenden Colombianen zoeken in modderige mijnen naar de steen, die hun leven materieel moet opwaarderen: smaragd. De edelsteen is na cocaïne een van de belangrijkste exportprodukten van het Zuidamerikaanse land.

Schouder aan schouder staan de smaragdzoekers te spitten. Mannen, vrouwen, kinderen en bejaarden, tot achter hun oren zitten ze onder het roet. Met duizenden tegelijk zoeken de semi-legale "guaqueros' in het mijnafval naar de steen die hun leven moet veranderen.

Op de beste plek - helemaal vooraan - werken enkele invaliden. Met grote behendigheid hanteert een broodmagere man die beide handen mist, zijn schop. Uit de stroom modder neemt hij een schep die hij even doorzoekt op een groene schittering. Dan volgt alweer een nieuwe schep. Voor een praatje is geen tijd.

De stroom modder die door een bulldozer de berg wordt afgeduwd, slingert zich tussen twee bergruggen door. Op de voorgrond is alles zwart - de modder, de guaqueros en de stalletjes met eten. Op de achtergrond schitteren daken van golfplaten tegen een groene bergrug. Dicht opeen staan hier de hutten waar de guaqueros 's avonds een plekje huren voor hun hangmat, en waar ze als ze succes hebben gehad hun geld verbrassen.

Rondom de smaragdmijn in Quipama heerst een opgewonden vrolijkheid - ingeven door spanning en hoop. De spanning dat de smaragd kan opduiken die alle ontberingen doet vergeten. De hoop dat de viezigheid, de ruzies, de honger en de ziektes niet voor niets zijn geweest. Ieder moment kan de ommekeer komen.

Voor de stroom modderig mijnafval hebben de guaqueros de geuzennaam "het strand' bedacht. Aan het strand wordt gelachen en wordt serieus gekeken. Maar momenteel is nergens sprake van een vechtpartij om een mooi plekje. Niet één keer is een scheldkanonade te horen. Niemand loopt opzichtig met wapens.

Lange tijd was de sfeer wel anders in het Colombiaanse "smaragdgebied'. De guaqueros waren hun leven geen moment zeker in de jaren dat verschillende jongens onderling de "smaragdoorlog' uitvochten. Ieder voor zich probeerden ze de lucratieve handel in de groene edelsteen onder controle te krijgen en schuwden daarvoor moord en doodslag niet. De afgelopen tien jaar stierven in de streek waar nog geen honderdduizend mensen wonen, zeker drieduizend mensen een gewelddadige dood.

De smaragdoorlog maakte het gebied - hemelsbreed nog geen honderd kilometer van de hoofdstad Bogotá - tot het gevaarlijkste van Colombia. Journalisten kunnen het gebied pas weer bezoeken sinds een half jaar geleden een vredesakkoord werd getekend. De twee smaragdhandelaren die een strijd voeren om de mijnen Coscuez en Peñas Blancas legden zich toen neer bij een vredesakkoord, onder auspiciën van Victor Carranza, de ongekroonde smaragdkoning van Colombia. De twee zijn nu samen met Carranza aandeelhouder van de maatschappij die de belangrijke mijn van Coscuez exploiteert.

De smaragd uit Colombia staat bekend als de beste ter wereld. De groene edelstenen uit de Sovjet-Unie, Pakistan, Brazilië en enkele Afrikaanse landen kunnen wat betreft grootte, kleur en helderheid niet tegen de Colombiaanse smaragd op. “We hebben geen serieuze concurrentie”, zegt Felix Antonio Ruoda, een smaragdkenner van het Colombiaanse ministerie van economische zaken.

Volgens de officiële statistieken exporteerde Colombia vorig jaar 117 miljoen dollar aan smaragd. Maar de meeste smaragd wordt Colombia uitgesmokkeld en het leidt weinig twijfel dat de werkelijke uitvoer zeker twee keer zo groot is. Smaragd zou daarmee na cocaïne, olie, koffie en kolen het belangrijkste exportprodukt van Colombia zijn.

Een indicatie van de omvang van de smokkel bieden de uitvoercijfers naar de Verenigde Staten. Vorig jaar exporteerde Colombia volgens de eigen cijfers smaragd ter waarde van zestien miljoen dollar naar de Verenigde Staten, terwijl de Amerikaanse douane het vijfvoudige aan smaragdinvoer uit Colombia registreerde. (Volgens de Colombiaanse cijfers importeerde Nederland helemaal niets aan smaragd uit Colombia.)

Ruoda vermoedt dat smaragd veel wordt gebruikt voor kapitaalvlucht. Colombianen of buitenlanders kopen voor hun pesos smaragden, die eenmaal naar het buitenland gesmokkeld harde dollars opbrengen.

Van de uitvoer die de Colombiaanse douane wel registreert, gaat negentig procent naar Japan. “Naar verluidt”, zegt Ruoda, “kopen de Japaners de smaragd om hun financiële reserves te versterken. De smaragd is immers zeer waardevast en is gemakkelijker te hanteren dan goud”.

Pag 16:

Illusie van een schatrijke toekomst houdt smaragdzoekers op de been

Tussen de guaqueros zijn de handelaren gemakkelijk te herkennen. Op de heuveltjes staan ze te wachten. Ze wagen zich niet in de blubber en zien er uit alsof ze net onder de douche vandaan komen: gewassen en geschoren, keurig in de kleren, behangen met gouden sieraden en een doek over hun schouder om het zweet van hun hoofd te deppen.

De onderhandelingen over prijzen voltrekken zich in alle rust. Een groepje handelaren bekijkt aandachtig een ruwe smaragd die een guaqero hen te koop aanbiedt. Ze houden de steen tegen het licht en ieder voor zich probeert de waarde in te schatten. De steen die ze bestuderen is kostbaar en de onderhandelingen trekken veel bekijks. De guaquero, een jongen van zo'n 35 jaar die nog een paar tanden in zijn mond heeft, lacht gespannen. “Hij is wel vijftien miljoen peso waard”, verzekert hij. De handelaren willen niet meer bieden dan acht miljoen peso (bijna 30.000 gulden) - altijd nog genoeg voor de aanschaf van een huis met erf.

De kunst van het opkopen van ruwe smaragd is goed in te schatten hoeveel steen verloren zal gaan bij het slijpen. Dat is geen eenvoudige zaak. In de werkplaats kunnen nieuwe oneffenheden opduiken die een steen waardeloos maken. “Een steen die je voor een miljoen koopt, kan in de werkplaats tien miljoen waard blijken. Maar het kan ook zijn dat er niets van overblijft”, zegt een handelaar en hij wijst naar voormalige collega's die her en der in de modder staan te spitten. Ze maakten ooit een verkeerde inschatting en verspeelden hun kapitaal.

In de tijden van de smaragdoorlog was geen vak zo gevaarlijk als dat van handelaar. De handelaren waren geliefde doelwitten voor overvallen omdat er geen banken in het smaragdgebied zijn, en overvallers er zeker van waren dat de handelaren òf smaragd òf geld op zak hadden.

“Een jaar geleden was de sfeer hier zeer gespannen”, zegt een handelaar. “Je deed alleen zaken met mensen die je kende, en in het bijzijn van wat vrienden.” Reizen over land was levensgevaarlijk en de mijnbouwmaatschappij Tecminas liet bij Quipama zelfs een vliegveld aanleggen.

Toch zweren de handelaren bij hun vak. Het is veel lucratiever dan zelf graven, verzekeren ze, en naar hun uiterlijk te oordelen hebben ze gelijk. Zodra de modder veel smaragd oplevert (de guaqueros zeggen dan dat "het afval glinstert') verveelvoudigt het aantal gelukszoekers zich razendsnel. “Je kunt dan over de hoofden lopen”, zegt Mario, een guaquero die eigenlijk schilder is. “Ze komen van heinde en verre op het gerucht af. Dan beproeven zelfs advocaten en gringos hier hun geluk.”

Momenteel is het slapjes. Mario laat wat kleine edelstenen zien die hij onlangs heeft gevonden. Ze zijn weinig waard: te licht van kleur en te veel beschadigingen. Als het hem een paar weken tegenzit, zoals nu, wast Mario de auto's van de handelaren. Dan heeft hij in ieder geval geld voor eten en een slaapplaats. Maar meestal vindt hij wel een paar kleine steentjes, verzekert hij, en daarmee verdient hij altijd nog meer dan met schilderen in Medellin. “Sinds ik hier werk kunnen mijn twee dochters naar de middelbare school”, zegt hij met gepaste trots.

Al drie jaar wacht Mario vergeefs op de grote slag. Hij weet dat ieder moment tussen de zwarte blubber de lang verhoopte smaragd kan fonkelen. Het is die gedachte die de guaqueros op de been houdt, die smaragdzoekers dwingt te blijven, ook al hebben ze al jaren geen geluk meer gehad.

De meeste guaqueros hebben wel een keer gemazzeld, maar slechts een enkeling verlaat het smaragdgebied als een welgesteld man. “De tweede dag dat ik hier was, vond ik een smaragd van een miljoen peso (ruim drieduizend gulden)”, zegt een guaquero. Een week later was het geld op, want bier en vrouwen zijn duur in het smaragdgebied. “Het is een illusie te denken dat je hier schatrijk kunt vertrekken”, zegt een guaquero die ooit in drie weken tijd twee miljoen peso verbraste.

Het is een kwestie van cultuur. Als een guaquero geld heeft, geeft hij het even snel uit als hij het heeft verdient. Want een èchte man, die gaat niet sparen, die gaat genieten van de geneugten van het leven die hij zichzelf al weer zolang heeft moeten ontzeggen.

Mario heeft zich intussen opgeworpen als gids. Met een grote schep over zijn schouders loopt hij naar het einde van het strand, naar de stalletjes die bestaan uit vier palen en een stuk landbouwplastic. Hele families zijn er druk met het bakken van empañadas, een soort gefrituurde broodjes met vlees of rijst. Tussen de etende mensen door loopt een vrouw gouden horloges te verkopen die ze op een stuk fluweel heeft bevestigd. “Achttien karaat, achttien karaat”, roept ze. Ze weet dat er tussen alle armoede ook rijkdom schuil gaat.

Even verderop verrijst boven de modder iets wat op een dorp lijkt. De smalle straatjes zijn nauwelijks begaanbaar, glibberig door de vele passanten. Mario reikt zijn schop aan als wandelstok. Het wemelt van de barretjes en de biljartzalen, een enkele met een betonnen vloer maar de meeste van onbewerkt hout dat zwart is geworden van de modder.

Her en der wordt gewerkt aan nieuwe bouwsels. “Vorig jaar is in het regenseizoen alles weggevaagd door de modderstroom”, zegt Mario. De huidige bouwsels staan er pas een jaar, gebouwd op de ruïnes van drie generaties voorgangers. Steeds zijn de bars en biljartzalen weer opnieuw op dezelfde gevaarlijke plek opgetrokken, want het is zaak zo dicht mogelijk bij het strand te zitten, daar waar het geld wordt verdiend.

De stroom modder waarin de guaqueros wroeten, is afkomstig van de maatschappijen die van de regering consessies hebben gekregen voor de winning van smaragd. Zij zorgen voor de legale export en de Japanners zijn hun belangrijkste klanten.

De "officiële mijnen' vormen enclaves van rust in het smaragdgebied. Wachters met revolvers op hun heupen schermen het mijnterrein af. Guaqueros mogen het terrein niet op en werknemers mogen het niet verlaten. Technisch is het mogelijk alle smaragd op het terrein van de mijn al uit de grond te halen, verzekert German Bernal, bedrijfsleider van Tecminas, de maatschappij die de mijn van Quipama exploiteert. Maar Tecminas laat bewust een deel van de smaragd in het afval zitten. “Anders zouden we een enorm sociaal probleem scheppen.” En dat sociale probleem zou zich ook tegen de maatschappij keren: Als het afval niets zou opleveren zouden de guarqueros zonder twijfel het terrein van de officiële mijn bestormen en bezetten. Er zijn naar schatting twintig keer zoveel guaqueros als mijnwerkers.

Binnen de hekken leven de mijnwerkers een kloosterbestaan. Drank en vrouwen zijn uit den boze. Er is alleen een biljart en een pingpongtafel. En de mijnwerkers krijgen negen dagen vrij, nadat ze drie weken aan één stuk hebben gewerkt.

Toch aarzelen guaqueros die een baantje bij de mijn kunnen krijgen, niet lang. In de mijn wordt de drie weken lange verveling goedgemaakt door de maandelijkste "dia del rebusque'. Op die "dag van inzameling' moet de mijnwerker smaragd zoeken in nieuw afgegraven grond, en het is dè kans om de steen van je leven achterover te drukken.

In de open mijn rijst een bergwand recht omhoog. Aan de voet daarvan rijden bulldozers heen en weer. Iedere keer als de machine een stuk grond heeft afgegraven, duiken tien mijnwerkers met kleine pikhouweeltjes op de brokstukken. Ze slaan de brokken aan stukken en zoeken tussen het zand naar een glinstering die smaragd verraadt.

De arbeiders worden op de vingers gekeken door een opzichter, die met een grote leren zak aan de zijlijn staat. Zo nu en dan loopt een mijnwerker naar de opzichter en verdwijnt een steen in de leren zak. Kleinere stenen mogen de mijnwerkers zelf houden. De opzichter moet er alleen op toezien dat de grote stenen voor de maatschappij zijn. Dat lukt niet altijd en dat is precies de reden die de "dia del rebusque' leuk maakt. Een mijnwerker vertelt dat hij er ooit in slaagde een steen van zes miljoen peso in zijn schoen te verbergen. “Het ging vreselijk pijn doen, maar ik moest blijven werken alsof er niets aan de hand was.”

Ook op de opzichter wordt toezicht gehouden, en wel door de "vertegenwoordiger van de aandeelhouder', in dit geval de zoon van een van de grote jongens. Over de pikorde kan geen twijfel bestaan. Met een revolver in zijn riem en een theedoek op zijn schouder, kijkt de "vertegenwoordiger' vanaf een natuurlijke verhoging toe. Hij stopt zijn bezoek een paar ruwe smaragdjes toe. De aandeelhouders kijken niet op een steentje meer of minder, zeker niet nu in de "na-oorlogse tijd' public relations belangrijk zijn geworden.

De officiële mijnbouwmaatschappijen is veel gelegen aan een verbetering van hun imago, dat is bezoedeld door het geweld in het smaragdgebied. In dat kader verzekert Bernal dat “de drugsmafia geen enkele invloed meer heeft op de smaragdhandel.” Waarover iedereen het eens is, is dat de drugsmafia veel invloed had in de smaragd-business. Het geweld in het gebied bereikte een eerste hoogtepunt toen de tweede man van het drugskartel uit Medellin, Rodrigo "El Mejicano' Gacha, het smaragdgebied onder controle probeerde te krijgen.

El Mejicano was geen gruweldaad te veel. Het verhaal gaat dat de drugsbaron op het verjaardagsfeest van zijn rivaal Gilberto Molina een van Molinas medewerkers uit een helikopter liet werpen, midden tussen de feestvierende menigte.

De dood van Molina en El Mejicano in 1989 leidde tot een nieuwe golf van geweld. Vooral rondom de mijnen Coscuez en Peñas Blancas ontbrandde een bloedige strijd om hun erfenis. Coscuez wordt intussen vreedzaam ontgonnen door de maatschappij waarin de voormalige kemphanen als aandeelhouders zijn verenigd.

Hoelang de vrede zal duren? Bedrijfsleider Bernal trekt een verbaasd gezicht. Eigenlijk vindt hij het stellen van de vraag ongepast. Iedereen is gelukkig met de huidige situatie, dus de vrede zal aanhouden. Anderen zijn skeptischer: De handel in smaragd is zo lucratief dat er steeds weer nieuwe zware jongens zullen komen die aandelen opeisen.

Voorlopig koesteren de guaqueros zich in de relatieve rust, blij als ze zijn dat ze hun familie buiten het smaragdgebied weer kunnen opzoeken. Maar ook zij behouden hun skepsis. Na een wandeling van twee uur laat guaquero Mario pas zijn spaarpot zien. Al dagen verbergt hij onder zijn tong een kleine maar mooie steen die enkele honderden guldens zal opbrengen. Voorzichtigheid blijft geboden.