Call Rush op onze nationale trots

In de maand augustus konden alleen de bedrijven van Gorbatsjov en Timmer de omzetstilte op de Optiebeurs verbreken. Op de eerste dag van de maand maakten de mannen uit Eindhoven goede cijfers over het tweede kwartaal bekend en daar teert het aandeel nog steeds op. Of zijn er mensen die al iets meer weten over het derde kwartaal en daarom blijven kopen en de koers steeds verder opjagen?

De beweging lijkt veel op de typische Philips-wave die niet stoelt op cijfers of duidelijk uitgesproken en concrete verwachtingen, maar op het Philips-gevoel van grote en kleine optie-beleggers die met allerlei slimme combinaties miljoenen aandelen blokkeren. De honderdjarige blijkt ondanks alles nog steeds onze nationale trots. Ons Philips. En die oranje-trots gloeit ook voor Eindhovense Paul Onshuis, want we praten natuurlijk niet meer over Haarhuis.

Gorbatsjov begint steeds meer te lijken op Cor van der Klugt, de voorganger van Timmer. Hij deed heel veel voor de company, maar de communistische "Philistroika' en het elimineren van de klemmende, contra productieve bureaucratie op het hoofdkantoor gingen te langzaam, volgens zijn collega's. De vijftien divisies willen ieder hun eigen boontjes doppen en behoudende krachten moeten de laan uit. Een ideaal klimaat voor sterke mannen en een eigen Timmer, in de persoon van Boris Jeltsin. En zo staat de Sovjet-Unie aan het begin van een schokkende reorganisatie waarvan de gevolgen even moeilijk te voorspellen zijn als die bij Philips. Bedrijven lijken vaak op landen en andersom.

De Optiebeurs lijkt weer helemaal een Philips-beurs, net als in het verleden. In een betrekkelijk vlak beursklimaat met weinig omzet, zoals nu, kan er dus toch een fonds zijn dat zorgt voor leven in de brouwerij. Dat komt mede, hoewel je dat nooit precies kan vaststellen, door de in absolute zin lage optiepremies, die zijn afgeleid van de koers van Philips. Particuliere beleggers vinden dat prettig. Er is veel voor te zeggen om ook zulke laag geprijsde index-opties in de notering op te nemen, maar dat doet de Optiebeurs niet. Men richt zich liever op het Grote Internationale Geld, met slechtlopende en zware index-opties, dan op particulieren. Heel merkwaardig.

Kunnen beleggers die de opwaartse beweging van Philips met argwaan bekeken, tot nu toe, nog meedoen in het optiespel? Dat hangt af van de persoonlijke visie. Wie gelooft in een lagere koers, moet eens naar de puts kijken. Gisteren in de loop van de dag stond het aandeel op 36,80 gulden (slot 37,00) en de put april 1992 (loopt nog bijna acht maanden) uitoefenprijs 40 gulden deed 3,90 gulden. De werkelijke (intrinsieke) waarde van die optie is 3,20, want je kan een aandeel dat 36,80 kost op de Effectenbeurs aan het beursplein,op het Rokin verkopen voor 40 gulden door de optie uit te oefenen. De aan- en verkoopkosten verkleinen die marge uiteraard.

De koper van die put-optie betaalt, in theorie, maar 70 cent aan extra tijdswaarde; 3,90 min 3,20. Dat is niet veel voor een periode van acht maanden. Deze optie is niet zo in trek bij beleggers: april duurt nog lang, de uitoefenprijs ligt te ver van de beurskoers en iedereen wil calls hebben. Zie ook de 25 meest verhandelde opties op pagina 12 in de editie van gisteren: de eerste 5 opties zijn calls.

Door de belangstelling voor de call-opties is het aantal uitstaande koop-opties opgelopen tot circa 350 duizend stuks; 35 procent van het beurstotaal. Dat is een sterke beweging die voorlopig nog doorzet als beleggers aandelen en call-opties Philips blijven kopen. Alleen een schok (bij voorbeeld Rode Maandag) kan een ommekeer veroorzaken. In dit geval is dat niet zo waarschijnlijk, want zo'n driekwart van de nog af te wikkelen calls zit in de meerjarige opties (waarvan bijna 100 duizend in de call oktober 1993) en die beleggers laten zich niet zo gauw wegjagen. Daarom kies je geen strategie met langlopende opties.

Er lijkt dus geen keus: Philips gaat verder omhoog en daar kan je van profiteren door call-opties te kopen. Nu ja, dat wil bijna iedereen en daarom zijn de optiekoersen aan de hoge kant; door meer vraag dan aanbod. Een ander nadeel is de geringe elasticiteit van de opties. Het aandeel moet flink (2,50 gulden) oplopen om wat te verdienen. Je moet dus echt geloven in Philips als je nu nog kortlopende call-opties koopt.

De call rush zorgt voor betrekkelijk goedkope put-opties. De put april 35 kost ongeveer 1,50. Als je niet helemaal gelooft in Philips, dan is die optie, of een andere put, de speculatie waard.