Brazilië en Colombia beperken koffie-export

ROTTERDAM, 3 SEPT. De koffieproducenten van Brazilië en Colombia willen tien procent van de produktie achterhouden om zo de koffieprijs op de wereldmarkt op te voeren. De prijs bevindt zich sinds het uiteenvallen van een internationaal koffiekartel in 1989 op een dieptepunt.

De aankondiging van de grootste koffieproducerende landen had vanochtend nog geen effect op de internationale markten. De aanvoer zal op zijn vroegst met ingang van 1 oktober worden verminderd en het succes van de actie zal in hoge mate afhangen van het aantal landen dat zich bij Brazilië en Colombia zal aansluiten. Ook al beheersen de twee landen 40 procent van de wereldmarkt, om een actie langere tijd vol te houden hebben ze de steun nodig van Aziatische en Midden-Amerikaanse producenten, zegt R. Vaessen, secretaris van de Vereniging van Nederlandse Koffiebranders en Theepakkers

Vaessen acht de vorming van een efficiënt producentenkartel “niet heel realistisch”. Volgens hem is het risico van free-riders tamelijk hoog. Bovendien zijn de meeste producerende landen voor de financiering van de exportbeperking - opslag van koffie - afhankelijk van de rijke consumentenlanden.

In 1989 viel een stelsel van exportquota, waaraan ook de consumentenlanden deelnamen, uiteen omdat de producenten het niet eens konden worden over de verdeling van de quota. Op 20 september zullen alle producenten in Londen bijeenkomen om een gezamenlijk hun standpunt te bepalen. Vervolgens zal er later deze maand overleg tussen consumenten en producenten plaatsvinden.