Wetmatigheid van de rechtsbenigheid

De meeste voetballers schieten een strafschop in de hoek, die de gemiddelde keeper als zijn sterkste beschouwt. Dat is misschien een reden dat penalties in die hoek zo vaak worden gestopt. Voor alle duidelijkheid: het gaat om de rechterhoek voor de spelers, de linkerhoek voor de doelman.

Deze wetmatigheid is een gevolg van de rechtshandigheid van de meeste keepers en de rechtsbenigheid van de meeste spelers. Twee redacteuren van de uitgeverij Swets & Zeitlinger hebben literatuurstudie en een mini-onderzoek gedaan naar dit verschijnsel. In het maandblad PSychologie dat deze week verschijnt, komen drs. R.S. van Gelder en P. Kindt met hun bevindingen.

Tachtig procent van de mensen is rechts, wat in dit geval wil zeggen dat ze het beste kunnen slaan met hun rechterhand en met hun rechterbeen het beste kunnen schoppen. Voetballers vormen op die regel geen uitzondering. Dat betekent dat het gemiddelde elftal met een tekort aan linksbenige spelers zit. Om voetbaltaktische reden zouden tenminste drie van de tien veldspelers - de linksachter, de linkshalf en de linksbuiten - linksbenig moeten zijn. Of tweebenig. Maar dat soort voetballers zijn er nog veel minder dan linkse schutters. Hoewel uit onderzoek blijkt dat ze in het topvoetbal wel oververtegenwoordigd zijn. Zij hebben het voordeel dat ze alle kanten uit kunnen, waardoor hun acties onberekenbaar zijn.

Een studie onder 167 Britse profkeepers wees uit dat er nauwelijks tweehandige doelverdedigers zijn. Meer dan tachtig procent bleek uitgesproken rechts. Terwijl de onderzoekers juist hadden verwacht dat er veel linkshandige keepers zouden zijn. De neurologische basis voor ruimtelijk inzicht is bij linkshandigen namelijk beter ontwikkeld dan bij rechtse meppers, wat bij het tegenhouden van ballen theoretisch een voordeel zou zijn.

Zouden spelers en keepers met deze kennis hun voordeel kunnen doen, vroegen Kindt en Van Gelder zich af. Zouden ze hun kans op succes kunnen vergroten als ze wisten wat de zwakke kant van hun tegenstander is? Zouden ze zich op zo'n confrontatie kunnen voorbereiden? Met dergelijke vragen in het achterhoofd hielden de twee redacteuren een enquête onder ruim twintig keepers en spelers. Tot dat gezelschap behoorden onder meer Hans van Breukelen, Jan Willem van Ede, Frans Hoek, de gebroeders Mühren, Jan Mulder, Ruud Geels en Rob Rensenbrink.

Het onderzoekje richtte zich op de ultieme krachtmeting tussen speler en doelman: de strafschop. Opvallend was al hoe de uitslag van dat duel in de herinnering van beide kampen verschilde. De keepers - allemaal op een na rechtshandig - zeiden dat ze zo'n dertig procent van de penalties stoppen. De tien spelers - vier rechtsbenig, vier linksbenig, twee tweebenig - schoten er, naar eigen zeggen, negen van de tien in.

Opvallend was ook dat tweederde van de keepers de bal het liefst uit de linkerhoek plukt. Dat lijkt onlogisch omdat juist aan die kant hun slechte linkerhand zit, maar in dit geval blijkt rechtsbenigheid belangrijker dan rechtshandigheid. Bij rechtsbenige mensen dient het linkerbeen als afzetbeen. Rechtsbenige keepers springen dus het makkelijkst naar links.

Van de tien spelers schieten er acht de penalty het liefste in de rechterhoek. Dat is dus juist de hoek, waar de meeste keepers de bal graag willen hebben. Maar dat kan de spelers weinig schelen. Niet meer dan dertig procent zegt bij het nemen van een strafschop te letten op de houding en beweging van de doelverdediger. In een eventuele sterke kant van hun tegenstander zijn ze niet geinteresseerd.

Keepers zijn wel geneigd zich degelijk voor te bereiden op de hebbelijkheden van hun opponenten. Hun interesse gaat daarbij vooral uit naar aanloop, schietbeen en baan van de bal. Van Hans van Breukelen is bekend dat hij een kaartenbak bijhoudt met gegevens van schutters. Andere doelverdedigers halen hun informatie uit kranten, van tv, van hun trainer of bij collega's.

Volgens trainer Jan Reker, die systematisch videobeelden van strafschoppen analyseert, zijn aanvallers bij het nemen van penalties creatiever dan verdedigers. Verdedigers nemen minder risico en schieten met het rechterbeen in de rechterhoek, daarbij kiezend voor de kortste afstand naar het doel. Aanvallers schieten vaak diagonaal. Rechts- of linksbenigheid maakt in dit geval niets uit.