WAO-schande II

Ook het nieuwe WAO-plan is een schande. Neem een paar minuten de tijd voor het concrete rekenvoorbeeld in deze column en vorm uw eigen mening. U zult zien dat er nog veel meer aan de hand is dan dat volgend jaar de lonen met vier à vijf procent zullen stijgen terwijl veel WAO-uitkeringen worden bevroren.

Ik verwacht dat in de komende weken de politiek wel een concessie zal doen voor de zogenaamde "harde' gevallen in de WAO die jonger zijn dan vijftig jaar. Daarna kunnen de politici al die andere (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte mensen aanraden om flink te zoeken naar werk. Voorstanders van een ingreep in de bestaande uitkeringen spreken over de positieve "prikkel': gaat de uitkering honderden guldens per maand omlaag, dan wil de WAO-er het misschien nog eens proberen op de arbeidsmarkt.

Maar hoe moeilijk is het in Nederland voor een WAO-er om nog betaald werk te krijgen? Een WAO-er die werk zoekt moet "concurreren' met gezonde mensen. Dat gaat als volgt. Ik gebruik ronde cijfers, maar de berekening is conform alle huidige regels. Een WAO-er heeft een slechte rug of versleten knieën, is ooit volledig afgekeurd voor een baan met een dagloon van tweehonderd gulden en ontvangt dus een uitkering à zeventig procent van tweehonderd gulden, dat is honderdveertig gulden per dag. Hij zou in staat zijn licht werk te verrichten waarvoor het gangbare loon honderd gulden per dag is. De baas zou hem graag aannemen om de elektrische slagboom te bedienen, toezicht te houden op de postkamer, of chef te zijn van het magazijn. Zeker wanneer het loon lager zou mogen zijn ter compensatie voor een wat rustiger werktempo en een grotere kans op ziekte.

Al betaalt de werkgever deze hypothetische WAO-er maar vijftig gulden per dag, dan is nog steeds iedereen beter af. De WAO-er die weer werkt houdt recht op een gedeeltelijke uitkering à vijfenvijftig procent van tweehonderd gulden, dat is honderdtien gulden en ontvangt ook een loon van vijftig gulden. Totaal honderdzestig gulden voor de werknemer, twintig gulden meer dan de uitkering. De werkgever is vijftig gulden per dag goedkoper uit, een heel royale compensatie voor het in dienst nemen van een WAO-er en het WAO-fonds spaart ook nog dertig gulden per dag uit.

De cijfers in mijn voorbeeld zijn afkomstig van experts, maar diezelfde deskundigen waarschuwen dat er in de praktijk een complicatie is. Toestemming is vereist van de kleine commissie en die zal er hoogstwaarschijnlijk niet komen. Misschien hebt u nog niet veel gehoord over de kleine commissie, maar dat is een orgaan van elke bedrijfsvereniging. Vier leden - twee vakbondsbestuurders en twee vertegenwoordigers van werkgevers - vegaderen daar over ieder individueel geval van een WAO-er die zou kunnen werken tegen een wat lager loon. De vergaderaars ontvangen daarvoor een presentiegeld van 425 gulden. Officieel is dat per vergadering, maar omdat het GAK geen bezwaar heeft tegen de fictie van drie vergaderingen op een dag, is dit bedrag haast een uurtarief. Vakbondsmensen dragen hun honoraria af aan de bond die er op steunt als een substantiële bron van inkomsten.

Belangrijker nog dan de excessieve kosten van de kleine commissie zijn de besluiten. Toestemming voor een lager loon wordt zelden gegeven, omdat de vakbond dit ziet als concurrentie voor haar gezonde leden. Ook al is de WAO-er bereid om te werken, en de werkgever in staat om een geschikte baan aan te beiden, de bondsbestuurders in de kleine commissie spreken bijna altijd hun veto uit over voorstellen waarbij de WAO-er een salaris ontvangt samen met een gedeeltelijke uitkering. Er zijn dus geen wetten of regels die WAOers, werkgevers en hun medische adviseurs ruimte bieden voor gehandicaptenplaatsen, nee, er is een kleine commissie waarin beroepsbestuurders van de bonden ieder individueel geval kunnen blokkeren. Tien jaar geleden traineerden de bonden de verbeteringen in het leerlingenstelsel; nu houden ze WAO-ers weg van de arbeidsmarkt. Steeds met hetzelfde bekrompen argument: ongewenste concurrentie voor onze leden.

Schandelijk is ook hoe sommige kleine commissies kunnen opereren als de medische adviseurs en de arbeidsdeskundigen adviseren tot omscholing met behoud van uitkering. Opnieuw zijn er geen rechten voor de WAO-ers, maar vergadert men over ieder individueel geval. Insiders noemen de kleine commissie van de bedrijfsvereniging voor de gezondheidszorg en de maatschappelijke en culturele sector als kras voorbeeld van een bureaucratie waar deskundige voorstellen voor omscholing van WAO-ers vrijwel geen kans maken. Ook hier is dat wel te begrijpen vanuit het nauwe eigenbelang van de vakbond, maar is dat ook in het algemeen belang?

In de woorden van prof. Noordam, de hoogleraar sociaal zekerheidsrecht in Groningen: “Er is veel voor te zeggen om de uitvoeringsorganisatie, voorzover gericht op reïntegratie primair te benaderen vanuit het belang van de arbeidsongeschikten en niet vanuit het belang van sociale partners. In dit verband zou ik er voor willen pleiten om ideeën als door de VVD, de GMD en de gehandicaptenraad naar voren zijn gebracht serieus te bestuderen. De vakbeweging is naar eigen opvatting de enige representant van de uitkeringsgerechtigden, maar die opvatting wordt niet door iedere uitkeringsgerechtigde gedeeld, getuige de grote, vaak uiterst deskundige organisaties van uitkeringsgerechtigden.”

Kortom, ook bij de WAO blijkt hoe gevaarlijk een corporatistische organisatie kan zijn voor mensen (WAO-ers) die niet welkom zijn in het SER-gebouw of in de kantoren van de bedrijfsvereningingen. Vaak valt dat niet zo op, omdat in het felle publkicitaire licht van Stichting van de Arbeid of SER zulke welluidende tripartite overeenkomsten op papier worden gezet. Nog geen jaar geleden plaatsten de vakcentrales hun handtekening onder een document dat van alles beloofde over de integratie van zieken en gehandicapten. Echter, in de obscure vergaderzalen van de bedrijfsverenigingen kunnen de bondsbestuurders heel ander standpunten innemen, niet meer vanuit het belang van de gehandicapten, maar vanuit het enge bondsbelang. Een te sterke bewering? Lees dan nog eens de brief die eenendertig FNV-bestuurders op 6 augustus verstuurden aan de PvdA. Ferme taal over de werkgevers die een zwak sociaal beleid voeren, maar geen woord over loonsubsidies, loondispensatie of scholing van WAO-ers. Nee, wat de bonden zelf graag willen bijdragen aan reïntegratie blijft beperkt tot hernieuwde actie voor arbeidsduurverkorting. Intussen handhaaft de politiek de machtspositie van de bonden in bedrijfsverenigingen en in de kleine commissie waar het gaat om de belangen van de WAO-ers. Het kabinet dwingt de WAO-ers met lagere uitkeringen naar de arbeidsmarkt, maar geeft de bonden het recht om in ieder individueel geval toestemming te weigeren: een inconsistent beleid waarvan veel WAO-ers het slachtoffer zijn.