Studie naar snelle trein via bestaande spoorlijn

LEIDERDORP, 2 SEPT. Het ministerie van verkeer en waterstaat laat nader onderzoeken of de bestaande spoorverbinding tussen Rotterdam en Amsterdam, via Delft, Den Haag en Leiden, toch onderdeel kan worden van het tracé voor de toekomstige hoge-snelheidstrein (HST) Parijs-Amsterdam. De vele protesten tegen de aanleg van een nieuwe tracé ten noorden van Rotterdam vormen hiervoor de aanleiding.

Dit vertelde K.H. van Hout, namens het ministerie van verkeer en waterstaat projectleider voor de HST, vanochtend in Leiderdorp. Daar was hij aanwezig bij de presentatie van een zogenoemde Lokale Effect Rapportage waarin de gevolgen van de snelle treinverbinding en de verbreding van rijksweg 4 voor de gemeenten Leiden, Alkemade, Jacobswoude, Zoeterwoude, Leiderdorp en Rijneveld gedetailleerd op een rij zijn gezet.

Het voorlopige standpunt van minister Maij-Weggen is dat er tussen Rotterdam en Schiphol een nieuwe lijn moet komen. Niettemin wil de minister “gezien de reacties van gemeenten, provincie en burgers beter inzicht in de mogelijkheden van de bestaande lijn”, zei Van Hout. Dit tracé, de "Oude Lijn' geheten, wordt door de NS toch al viersporig gemaakt. Als de HST daar definitief bijkomt, vergt dat extra maatregelen, vooral in Leiden en Delft, merkte de commissaris van de koningin in Zuid-Holland, mr. S. Patijn, vanochtend op.

De provincie is uitgesproken voorstander van het bestaande traject en weigert zelfs voor nieuwe tracés grond te reserveren. Wordt er van de Oude Lijn gebruik gemaakt, dan kan Den Haag tevens een stopplaats voor de HST worden. Volgens Van Hout maakt Den Haag daar ook kans op als er wel een nieuwe lijn wordt aangelegd. De trein zou dan, bijvoorbeeld in de spitsuren, af en toe de route over het bestaande tracé volgen.