Sport in DDR was sprookjespark

TOKIO, 2 SEPT. De speculaties liepen ver uiteen. “Wir gewinnen 27 Medaillen” rekende Sport Bild zijn lezers onlangs voor. Bondsvoorzitter Helmut Meyer hield het voorzichtig op twaalf en cheftrainer Bernd Schubert kwam in een optimistische rekensom uit op twintig. “En misschien wel meer.” Duitsland werd de grote verliezer van de derde wereldkampioenschappen atletiek. Vier jaar geleden waren de beide Duitslanden samen nog goed voor 34 medailles op het WK in Rome, in Tokio was de oogst nog maar half zo groot.

Nu misstaat zeventien maal eremetaal niet bepaald achter de Sovjet-Unie (28) en de Verenigde Staten (26), feit blijft dat de aftakeling van 's werelds verfijnste prestatiesysteem zich voor de atletiek in een aanzienlijk sneller tempo heeft voltrokken dan menigeen had gedacht. Gustav Schwenk van de Deutsche Sport Hochschule uit Keulen voorspelde kort geleden nog dat het zwart, rood en geel in Tokio en ook volgend jaar bij de Olympische Spelen in Barcelona bij de meeste huldigingen zou wapperen. Een verenigd Duitsland ging een gouden tijdperk tegemoet, waaraan pas tegen het einde van deze eeuw een einde zou komen. Hij zat er een paar jaartjes naast.

In hoog tempo keert het oostelijke deel van Duitsland terug naar een niveau met een normaler aantal sporthelden op een bevolking van zeventien miljoen. Wat in Tokio te zien was is nog altijd voornamelijk het resultaat van een met alle - toegestane en onoirbare middelen - opgebouwd potentieel. Maar inmiddels is voor topsporters het uitzicht op een zorgeloze toekomst weggevallen, de royale overheidssteun verdwenen en de wetenschappelijke begeleiding die jarenlang de dopingcontroles stelselmatig wist te omzeilen, stopgezet. Door het massa-ontslag van de zeshonderd fulltime trainers moeten de topsporters hun eigen weg zien te vinden. Het sportieve wonder van de DDR is niet veel meer geweest dan een sprookjespark met menselijke bezienswaardigheden.

Pag 17:

Seoul "dopingfilter' Krabbe

De eerste zorg voor de Duitse bond was dan ook dat imago kwijt te raken. De laatste resten van de pharmaceutica moeten plaatsmaken voor een biologisch dynamisch gekweekte talenten. Iedere schijn van dopinggebruik moet vermeden worden. Katrin Krabbe, in Tokio goed voor goud op de 100 en 200 meter, mocht ondanks de verstoring van de teamgeest weliswaar later naar Japan reizen, maar dan wel alleen als ze via het trainingskamp in Seoul zou komen om daar een dopingtest te ondergaan. “Waarom ik altijd?” had ze gevraagd, nadat ze dit seizoen al ten minste vijftien keer was gecontroleerd. “Omdat je dan als de best gecontroleerde honderd-meterloopster aan de start kunt gaan”, antwoordde professor Manfred Steinbach van de Duitse ploeg. Die was als de dood voor een positieve Duitse controle bij de wereldtitelstrijd en had daarom Seoul als "filter' voorgesteld.

Krabbe kreeg, net als clubgenote Grit Breuer, toestemming om zich afzonderlijk van de ploeg voor te bereiden. In het trainingskamp werd gemopperd over de bevoorrechting van de sprintkoningin. Om de samensmelting van de Duitse teams, die op het vorige grote kampioenschap om de Europese titels in Split nog afzonderlijk aantraden, zo goed mogelijk te laten verlopen werd een grote ploeg van 96 atleten (in een verhouding oost-west van 60-40) afgevaardigd. Vaak stond er nog een muurtje tussen de kampen en de foute wissel gisteren op de 4x100 meter estafette van uitgerekend de enige Westduitse in het gezelschap, Sabine Richter, zal geen steentje hebben bijgedragen aan de afbraak ervan.

De Duitsers zijn niet de enigen die nog iets te evalueren hebben. Arie Kauffman, technisch directeur van de KNAU (Atletiek Unie), kondigde aan dat na terugkeer in Nederland de titelstrijd nog eens onder de loep zal worden genomen. Om in de sfeer te blijven gebeurt dat onder het genot van een Japans etentje, hoewel water en brood beter op zijn plaats zouden zijn. Kauffman haalde een oud plan uit de kast dat voorziet in afgeslankte nationale selecties (alleen voor toppers, dus die kunnen heel klein blijven) en gedecentraliseerde trainingen voor de subtop. Toppers zullen meer gebruik moeten maken van de medische voorzieningen die de bond ter beschikking stelt.

Zijn aanvankelijke bewering dat niemand onterecht was meegegaan naar Tokio zwakte Kauffman op de slotdag af. “Misschien wel omdat ik meer te weten ben gekomen”, luidde de verklaring. De harmonie met de persoonlijke trainers, de rust in de ploeg, de gezellige sfeer en de goede medische begeleiding hebben niet geleid tot het verwachte resultaat. De enige die een medaille haalde was Erik de Bruin (zilver bij het discuswerpen) en die claimt bij herhaling “alles alleen” te doen.