Sovjet-clowns met gespierde slapstick

Voorstelling: Moscow nights, met Mimicrici, Bim Bom en Jazz Ballalaika. Regie: Rick Atwell. Gezien: 31-8 in de Stadsschouwburg, Amsterdam. Aldaar t-m 5-9. Nederlandse toernee t-m 5-10.

Hier word ik niet vrolijk van: een opgewekte zang- en dansgroep zet een Russisch lied in, maar één van hen zondert zich af en begint het Amerikaanse volkslied te zingen. Gaandeweg trekt die ene steeds meer anderen zijn kamp binnen en tenslotte barst het orkest (per geluidsband) uit in Chatanooga choo choo. In hun midden staat een Amerikaans vrijheidsbeeld met de hamer-en-sikkel-vlag in de hand.

Het moge in menselijk opzicht begrijpelijk zijn, maar artistiek schieten we er weinig mee op: zo'n Sovjet-groep zal in een nummertje Amerikaanse show bizz altijd te kort schieten en tegelijk verdwijnt er veel specifieks van de eigen amusementscultuur. Als dat het enige resultaat zou zijn van de onderneming Moscow nights - Russische artiesten, op Nederlands initiatief onder regie van een Amerikaanse choreograaf - hadden mijn bedenkingen de overhand.

Gelukkig is die scène een vergetenswaardige uitzondering. Rick Atwell blijkt alle artiesten in hun waarde te hebben gelaten, hij heeft er voornamelijk samenhang in gebracht. De losse nummers van de drie losse groepen lopen aardig in elkaar door, maar zijn in hun wezen niet aangetast. Het hoogst expressieve en vindingrijke clowns-kwartet Mimicrici brengt een gespierd soort slapstick, de zang- en dansgroep Bim Bom krijgt naast wat wezenloze Songfestival-nummertjes à la Michel Fugain óók de ruimte voor acrobatisch vertoon en het kwintet Jazz Ballalaika heeft een charmante mengeling van folklore en swing op het repertoire.

De show biedt, alles bij elkaar, genoeglijk vermaak met een imposante breakdance van de clowns tot slot, een vertederende pantomime-solo waarin Oksana Gusinskaja in haar eentje een danspaar speelt, en een spectaculair touwspringnummer waarin Lenin de arbeiders naar zijn pijpen laat dansen. Het komt waarschijnlijk vooral door de Russische artiestenscholen dat bij de meeste medewerkenden (er staan er 21 op het toneel) de veelzijdigheid zo groot blijkt te zijn. En het is een extra prestatie daarbij zoveel pretentieloosheid uit te stralen.