Snelle Arabische bevolkingsgroei obsedeert demografen; Joodse staat steeds minder joods

Eén van de statistieken die de demografen in Israel het meest obsederen, is het geboortencijfer van Arabieren binnen de grenzen van Israel van na de oorlog in 1967. Demografen vergissen zich wel eens bij het voorspellen van toekomstige tendensen, maar zelden bij het registreren van statistische gegevens uit het verleden en het heden. Op het moment wonen er iets meer dan vier miljoen joden in Israel, terwijl het land (zonder de westelijke Jordaanoever en Gaza) ongeveer 900.000 Arabieren telt. Op de westelijke Jordaanoever en in Gaza zijn geen recente volkstellingen geweest, maar demografen die in deze gebieden werken, taxeren het aantal Palestijnen op dit moment tussen de 1,7 en 1,8 miljoen. Zij rapporteren dat er daar elke maand tienduizend kinderen bijkomen.

Professor Sergio DellaPergola, lid van de faculteit voor hedendaags jodendom aan de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem en expert op het gebied van joodse demografie, wees er al bijna een jaar geleden op dat van de totale bevolking in het gebied tussen de Middellandse zee en de rivier de Jordaan - met veronachtzaming van eventuele politieke en administratieve verschillen in het gebied - het percentage joden steeg van 17 procent rond 1930, tot 31 procent in 1945, tot 61 procent in 1960 en tot 65 procent in 1975.

Op het Israelische grondgebied van voor 1967, steeg het percentage joden van iets minder dan 50 procent in 1945 tot 89procent in 1960. In 1975 nam het af tot 86 procent, deels door de inlijving van Oost-Jeruzalem. Het joodse geboortencijfer in Israel van 1989 (gemiddeld 2,7 kinderen per vrouw) is vrij stabiel gebleven. Het Arabische geboortencijfer in Israel heeft echter enorme veranderingen ondergaan. Het geboortencijfer van Israelische Arabische moslims daalde, van een maximum van bijna tien kinderen per vrouw rond 1965, tot 4,6 in 1986. Het geboortencijfer van christelijke Arabieren is gedaald tot een niveau dat zelfs lager ligt dan dat van joden - 2,1 in 1985. We hebben in de afgelopen vier tot vijf jaar echter een stabilisatie van het geboortencijfer bij moslims gezien (4,7 1989), en een stijging (tot 2,6 in 1989) bij christenen binnen de Israelische grenzen van voor 1967.

Hoewel hun gegevens achterlopen, wijzen Europese experts erop dat het Arabische geboortencijfer op de westelijke Jordaanoever en in Gaza, is begonnen te dalen, maar nog ver boven het geboortencijfer bij de Arabieren binnen de grenzen van voor 1967 ligt.

Over het algemeen wordt het geboortencijfer op de westelijke Jordaanoever getaxeerd op zes en in Gaza op acht tot negen. Populatieoverzichten die regelmatig door het Isrealische bureau voor de statistiek worden gepubliceerd, houden rekening met een voortdurende afname zowel van het joodse als van het Arabische geboortencijfer, binnen en buiten de grenzen van voor 1967. De cijfers over de afgelopen vier tot vijf jaar bevestigen de weergave van het bureau voor de statistiek van de natuurlijke joodse bevolkingsaanwas, maar het niveau van de Arabische bevolkingsaanwas - binnen de grenzen van voor 1967 en op de Westoever en Gaza - is hoger dan oorspronkelijk was berekend. Emigratie van Arabieren uit de westelijke Jordaanoever en Gaza, die mede bijdroeg tot een vertraging van de bevolkingsaanwas in de jaren zeventig, nam in de jaren tachtig af.

Al deze ontwikkelingen op een rijtje, geven het beeld van een geleidelijke afkalving van de joodse meerderheid op de totale bevolking. Met een emigratiecijfer van nul, dat zo typerend was voor de jaren tachtig, en het gedwongen vertrek van Palestijnen uit Koeweit en andere Golfstaten, hetgeen Palestijnen niet direct zal aanmoedigen naar die landen te verhuizen, zou het percentage joden op de totale bevolking van Israel en de bezette gebieden (dat in 1990 ongeveer zestig bedroeg) in het jaar 2000 wel eens kunnen afnemen tot 56 procent. Statistici hebben uitgerekend dat nog eens 100.000 joodse immigranten de afkalving van de joodse meerderheid met een jaar zouden opschuiven. Met andere woorden, als de toekomstverwachting voor de verhouding tussen joodse en Arabische bevolking zou worden geschat op 50:50 in het jaar 2005, zou de komst van 500.000 immigranten uit de Sovjet-Unie de verhouding 50:50 met vijf jaar vertragen.

Als de demografen al door deze cijfers worden geobsedeerd, moeten de politici en de leiders van het land helemaal serieus gaan nadenken over de gevolgen van deze tendens nu en in de toekomst. Laten we een ogenblik aannemen dat de Palestijnen de voorwaarden van de Israelische regering voor de vredesconferentie accepteren en dat zij zo onder de indruk zijn van de retoriek van de Israelische functionarissen dat zij bereid zijn in te stemmen. Wat zou dan het resultaat zijn? Hoe zou het eindprodukt eruit zien? De Arabische bevolking in het hele gebied ten westen van de rivier de Jordaan vormt nu meer dan veertig procent van de totale bevolking. Als zij volledige rechten zou krijgen, waaronder het recht om te stemmen en om zich verkiesbaar te stellen, zou dat, theoretisch tenminste, betekenen dat veertig procent van de Knesset uit Arabieren zou gaan bestaan. Over vijftien jaar zou de verhouding 50:50 kunnen zijn. Zou Israel dan nog steeds de joodse staat zijn die zijn stichters voor ogen hadden?

Maar wat zou er gebeuren als er geen overeenkomst wordt gesloten? Zou een democratische samenleving als Israel een dergelijke grote minderheid accepteren zonder de Palestijnen van de westelijke Jordaanoever en Gaza dezelfde politieke rechten te verlenen? Kan er ooit vrede komen zonder die rechten?

Er bestaat geen vaste wetenschappelijke regel voor de omvang van een "toelaatbare' vijandige minderheid. Is het tien procent? Wordt het gevaarlijk bij twintig procent? Of zijn er omstandigheden waaronder een land, een verlicht land, zelfs het hoofd kan bieden aan een onvriendelijke minderheid die een kwart van zijn totale bevolking uitmaakt? Als het Palestijns-Israelische conflict totaal geïsoleerd zou zijn van de rest van het Midden-Oosten, als de Palestijnen etnisch, religieus en emotioneel niets met de rest van die, deels zo afschuwelijke en primitieve, Arabische wereld te maken zouden hebben, dan nog zou de omgang met veertig of vijftig procent van een dergelijke bevolking voor Israel een ernstig probleem vormen. Maar in het licht van de huidige situatie lijkt het of demografie, democratie en het vooruitzicht op vrede niet los van elkaar kunnen worden gezien.

Etnische en religieuze spanningen plegen zich niet zomaar op te lossen. Kijk naar Joegoslavië, naar de Sovjet-Unie en naar Noord-Ierland. Niet in alle gevallen lost verdeling van het land het conflict op en heelt dat de wonden, maar gegeven de cijfers van de demografen, is het de vraag hoe het joodse karakter van Israel bewaard kan blijven, hoe zijn democratische tradities en instellingen in stand blijven en hoe het streven naar een duurzame vrede succes kan hebben.