Russen zingen opera recht uit het hart

Voorstelling: Mazeppa van P.I. Tsjaikowski door de Nederlandse Opera en het Ned. Philh. Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen. Met o.a.: Sergej Leiferkus, Anatoli Kotsjerga, Larissa Djadkova, Ljoebov Sharnina, Vitali Tarasjenko. Decors: Brothers Quay; kostuums: Nicky Gillibrand; choreografie: Lloyd Newson; regie: Richard Jones. Gezien: 1-9 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen met wisselende bezetting: 4, 7, 10, 13, 16, 19, 22, 25, 28-9; 1-10.

De Nederlandse Opera opende gisteravond - naar eigen zeggen - het Europese operaseizoen in het Amsterdamse Muziektheater met een enthousiast ontvangen en uitstekend gezongen nieuwe produktie van Tsjaikowski's Mazeppa. De vrijwel geheel met Russische zangers bezette voorstelling ging een paar weken geleden al met nagenoeg dezelfde cast in première bij de opera van het Oostenrijkse Bregenz, waarmee de Nederlandse Opera nu regelmatig samenwerkt: La Wally van Catalani en Samson et Dalila van Saint Saëns zullen hier naar toe komen, Harry Kupfers Amsterdamse produktie van Berlioz' Le Damnation de Faust gaat naar Bregenz.

Mazeppa, de in het westen nauwelijks bekende zesde opera van Tsjaikowski naar het gedicht Poltava van Poesjkin, gaat over de treurig verlopen liefde van het meisje Maria voor Mazeppa, de heerser over de Oekraïne aan het begin van de achttiende eeuw. Maria's ouders verzetten zich heftig tegen haar liefde voor de veel oudere man en haar vader Kotsjoebej geeft hem aan bij de tsaar omdat Mazeppa een opstand tegen hem wil beginnen. Maar Mazeppa laat Kotsjoebej folteren en ter dood brengen. De Oekraïne gaat uiteindelijk ten onder in een chaos, waarin Mazeppa rondzwerft als een hond. Maria blijft verweesd en geestelijk verwilderd achter: de opera uit 1884 eindigt met een Russische versie van de Italiaanse waanzinscène uit het begin van de vorige eeuw.

Mazeppa's streven naar onafhankelijkheid voor de Oekraïne, vorige week opnieuw werkelijkheid geworden, lijkt in deze tijd de opera een bijzondere actualiteitswaarde te verlenen. Regisseur Richard Jones heeft in de enscenering echter elke verwijzing naar het heden achterwege gelaten en toont het persoonlijke drama. Men kan daarover twisten, maar er zijn redenen voor: de handeling speelt zich wel af tegen die historische politieke achtergrond maar is er slechts gedeeltelijk mee vervlochten.

De historiciteit van Mazeppa maakt de opera wel interessant maar is niet de enige rechtvaardiging voor de handeling. Maar een politiek geïnspireerde uitbeelding zou natuurlijk wel hebben geresulteerd in het gecompliceerde dilemma hoe Mazeppa te karakteriseren: als een oude bok die nog een groen blaadje lust, als vrijheidsstrijder ten koste van alles, zelfs van zijn schoonvader, als een machtsusurpator die samen met zijn jonge vrouw een nieuwe dynastie wil stichten of gewoon als een egoïstische opportunist in relatie tot mens en maatschappij.

Het goede van Jones' enscenering is dat al die aspecten wel op een vaak subtiele manier net aan de oppervlakte komen, maar dat hij geen eenduidige uitspraken doet. De toeschouwer is zich hoe dan ook zeer bewust van de merkwaardige relatie van de handeling met het heden - "ben ik voor of tegen een onafhankelijke Oekraïne, toen en nu?'.

De titelheld Mazeppa ziet eruit als Mussolini, de fascist. Het publiek blijft zitten met een innerlijke verwarring van wisselende loyaliteiten met de heel geloofwaardig uitgebeelde personages, vooral Maria. Zij is het zielige maar ook terechte slachtoffer van haar dwepen met de autoriteit van Mazeppa, eerst uit onschuldige bewondering, later uit berekenend carrièrebewustzijn, wanneer zij zichzelf al naast Mazeppa als tsarina op de troon ziet.

De stevige, af en toe overrompelende produktie heeft de beste kwaliteiten die musicals kunnen hebben, met een hier op het operapodium lang niet gezien ouderwets naturalisme. De handeling, dankzij de boventitels perfect te volgen, is verplaatst naar het begin van deze eeuw, het perfecte midden tussen toen en nu. Het decor, een inventieve mengeling van anekdotiek en abstractie van de Amerikaanse gebroeders Quay, verwijst in zijn deconstructivisme al naar de kunst van vlak na de revolutie. Verder is er het natuurlijk eeuwig Russische: drank en etnische folklore, uitgebeeld in een spectaculaire dansscène. In de treurige slotacte dringen sentimentaliteit en melodrama zich sterk op, maar ze krijgen net niet de kans het stadium van larmoyantie te bereiken.

De overtuigende, meeslepende muziek van Tsjaikowski - tetterende fanfares en aangrijpende weemoedigheid - wordt onder leiding van Hartmut Haenchen door het uitstekend spelende Nederlands Philharmonisch Orkest met grote inzet uitgevoerd.

En de grotendeels Russische cast brengt niet alleen als geheel veel authenticiteit mee, maar heeft ook over de hele linie een fantastisch hoog peil. Het zijn allemaal grote stemmen, die hier recht uit het hart en met een vol gemoed zingen in solo-aria's, duetten en ensembles. Er is geen onderscheid te maken in belang van de bijdragen van Sergej Leiferkus (Mazeppa), Anatoli Kotsjerga (Kotsjoebej), Ljoebov Sharina (Maria) en Vitali Tarasjenko (Andrej). Het is gewoon "Varamatinee-kwaliteit'.