Ritzen presenteert hoge rekening

DEN HAAG, 2 SEPT. Vorig jaar besloot minister Ritzen (onderwijs) het collegegeld tot 1994 jaarlijks met honderd gulden te verhogen. Begin dit jaar kreeg de bewindman toestemming van de Tweede Kamer om deelnemers aan het leerlingwezen 250 gulden en leerlingen in het voortgezet onderwijs honderd gulden meer te laten betalen. In de begrotingsplannen voor het volgend jaar moeten de deelnemers aan het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs er opnieuw aan geloven. In plaats van de aangekondigde honderd gulden verhoging dienen ouders volgend jaar driehonderd gulden meer bij te dragen.

De onderwijsconsument lijkt definitief ontdekt als mede-financierder van de onderwijsbegroting. Na tien jaar bezuinigen op personeelssalarissen, hoger onderwijs, en studiefinanciering meent Ritzen dat de rek uit de onderwijsbegroting is. Aan de personeelskosten die goed zijn voor meer dan tachtig procent van de onderwijsbegroting wil hij niet komen - met uitzondering van de wachtgelden. Net als vorig jaar spreekt de memorie van toelichting over een “prioriteit van dit kabinet voor de vrouw en man voor de klas”. En de moeizaam afgesloten hoofdlijnenakkoorden in het hoger onderwijs verbieden volgens Ritzen grote ingrepen in deze sector.

De minister van onderwijs heeft een filosofie voor de financiële aanslagen op de consument. Hij gaat uit van het profijtbeginsel dat begin jaren tachtig al door de liberale minister van onderwijs Pais werd geintroduceerd. “Deelnemers aan onderwijs moeten na de leerplicht meer verantwoordelijkheid nemen voor hun onderwijskeuze”, schreef Ritzen vorig jaar naar aanleiding van bezuinigingen op de studiefinanciering.

De nieuwe begroting voor 1992 biedt aanvulling uit de eigen ideologische erfenis. De socialist Ritzen constateert nu een “scheve verdeling in de onderwijsdeelname, dat wil zeggen dat de deelname aan onderwijs vooral geconcentreerd is bij groeperingen met een relatief sterke maatschappelijke positie.” Vandaar de lesgeldverhoging die voor de lagere inkomens in elk geval gedeeltelijk worden gecompenseerd. Vandaar ook dat deelnemers aan de Open Universiteit die al een studie achter de rug hebben - veelal ook afkomstig uit de hogere inkomensgroepen - vanaf 1993 flink meer moeten gaan betalen.

Het is de vraag hoe lang deze filosofie standhoudt. Van een ander principe dat Ritzen verleden jaar nog met evenveel verve verdedigde, is namelijk in de nieuwe begroting niets meer te vinden. Ritzen vond enige tijd geleden nog dat het bedrijfsleven in tijden van hoogconjunctuur best meer aan het onderwijs zou mogen betalen. Daarom stuurde hij het bedrijfsleven een "rekening' van 150 miljoen als bijdrage aan het beroepsonderwijs.

Het goed georganiseerde afweerapparaat van de werkgeversorganisaties sloeg de aanval vorig najaar echter soepel af. Het gevolg was dat Ritzen zijn toevlucht moest nemen tot verhogingen van het lesgeld in het leerlingwezen. De leerlingen in het voortgezet onderwijs hebben echter alleen het Landelijk Aktie Komitee Scholieren, bekend van de landelijke klachtenlijn tijdens examenperiodes, om weerstand te bieden aan armlastige ministers van onderwijs. Met de nieuwste lesgeldverhogingen lijkt Ritzen dan ook de zachte onderbuik van het lobby-apparaat in het onderwijs te hebben getroffen.

Dit blijkt eens te meer bij andere aangekondigde maatregelen zoals het "beboeten' van leerlingen die meer dan één keer blijven zitten of leerlingen die een omweg maken in het onderwijs die langer dan een jaar duurt. Deze maken deel uit van de discussie die de bewindslieden vorig jaar begonnen over zogeheten "ondoelmatige leerwegen'. Te veel leerlingen zouden omwegen kiezen door het onderwijs hetgeen tot onnodige, en voor de onderwijskas dure vertragingen zou leiden. Veel genoemde voorbeelden zijn leerlingen van HAVO of VWO die naar het MBO gaan, een opleiding die ook met een MAVO-diploma toegankelijk is.

Daarnaast zouden te veel ouders "te hoog inzetten' met hun kind door het naar een te hoog onderwijstype (bijvoorbeeld naar de HAVO in plaats van naar de MAVO) te sturen. Scholen zouden, bij gebrek aan leerlingen, aan deze druk onvoldoende weerstand bieden. Zitten blijven en voortijdig schoolverlaten zijn volgens de bewindlieden de gevolgen.

Pogingen van staatssecretaris Wallage dit voorjaar om met krachtige maatrgelen scholen tot een kritischer toelatingsbeleid te dwingen en daardoor meer leerlingen op de goede plaats te krijgen, mislukten. Voorstellen om de instellingen alleen nog te betalen voor elke gediplomeerde leerling (rendementsbekostiging) stuitten op krachtig verzet van de lobby van HAVO- en VWO-scholen. Deze "profiteren' het meeste van de verkeerde keuze van ouders. De financiële boete voor zittenblijvers is een nieuwe poging, maar dan via de girorekening van de ouders, om hun hoge ambities wat terug te schroeven.

Onderwijsconsument ontdekt als geldbron