Plan hoger lesgeld Ritzen valt slecht

DEN HAAG, 2 SEPT. Het onderwijs en de politiek wijzen de verhogingen van het lesgeld voor leerlingen van 16 jaar en ouder met bijna ƒ 300 af. Dit plan staat in de onderwijsbegroting. Ook het voornemen van Ritzen om leerlingen die meer dan één keer blijven zitten te beboeten met nog eens ƒ 250 extra lesgeld, ondervindt grote weerstand.

Het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) is “verbijsterd” over de plannen van minister Ritzen. “De verhoging van de lesgelden betekent voor veel gezinnen met schoolgaande kinderen een nauwelijks te overbruggen barrière”, aldus een woordvoerder. De compensatie die de lagere inkomensgroepen krijgen doet daar volgens het LAKS weinig aan af. Juist de sociaal zwakkeren worden door de plannen met de verhoging van het lesgeld en door de beperking van de studiefinanciering dubbel gepakt, aldus het comité.

De ABOP, de grootste bond van onderwijspersoneel, vindt dat met de nieuwste bezuinigingen in de onderwijsbegroting de tijden van Deetman zijn teruggekeerd. Deze bond verwacht dat door de boete van 250 gulden meer leerlingen voortijdig de school zullen verlaten.

Ook de onderwijsspecialisten van CDA en PvdA in de Tweede Kamer hebben grote moeite met de verhogingen van het lesgeld, zo blijkt uit hun eerste, voorlopige reacties. PvdA-woordvoerster T. Netelenbos wil proberen met alternatieven te komen. “Er zijn nog steeds genoeg gezinnen met hogere inkomens waar het nog steeds niet vanzelfsprekend is dat er veel geld aan onderwijs wordt besteed"", aldus Netelenbos.

CDA-woordvoerder W. van de Camp wijst op “ de nieuwste lastenverzwaring die de lesgeldverhoging voor de middengroepen betekent. De inkomens van tussen de 50.000 en 70.000 gulden worden al door andere maatregelen getroffen zoals die met het huurwaardeforfait. Daar komt die lesgeldverhoging weer eens bovenop”.

De financiële straf die Ritzen aan zittenblijvers wil geven vindt Netelenbos onevenwichtig. “Dat zittenblijven hoeft niet altijd de schuld van de leerling te zijn”, zegt ze. Van de Camp wijst financiële prikkels voor leerlingen in het voortgezet onderwijs niet op voorhand af.