Pavarotti: gespreide armen en een gouden stem;

ROTTERDAM, 2 sept. Wie Luciano Pavarotti wil aanraken, kan maar het beste lijfwacht worden. Overal waar de Italiaanse tenor is of spoedig zal komen, zijn zware jongens druk in de weer om de omgeving schoon te vegen en schoon te houden. Waarom ze daartoe voortdurend zenuwachtig heen en weer rennen, in mobilofoons spreken en alle fans van de operaster als potentiële moordenaars beschouwen, is een raadsel, maar draagt, zoals alles in de omgeving van Pavarotti, bij aan het gevoel iets sensationeels mee te maken.

Ook de keelproblemen van 's werelds beroemdste tenor leverden onbedoeld een bijdrage aan de opgeklopte spanning. Pavarotti moest concerten in Kopenhagen afzeggen, door problemen met de stem en even dreigde ook het concert in Rotterdam te sneuvelen. Maar op de persconferentie van vrijdag verzekerde iedereen, dat het gelukkig bijna over was en dat hij zondag zeker zou optreden. We konden rustig ademhalen en inderdaad, gisteravond zong Luciano zijn operadeuntjes, voor een negenduizendkoppig publiek in het uitverkochte Rotterdamse Ahoy Sportpaleis.

Pavarotti beschikt over een belangrijk werktuig om de spanning rondom zijn persoon te verhogen: hij komt steevast te laat. De repetitie zaterdag met het Rotterdams Philharmonisch, waar hij tot in detail alle aria's doornam, werd een paar uur uitgesteld. Op de persconferentie vrijdagmiddag in het Scheveningse Kurhaus liet de Maestro ruim een kwartier op zich wachten (wat volgens kenners nog meeviel), op de cocktailparty later op de dag duurde het bijna een half uur eer het hem uiteindelijk behaagde om zijn gezicht vijf minuten te laten zien. Wat zou de tenor in de tussentijd op zijn kamer doen? Zou hij nadenken over een interpretatie van de aria "Una furtiva lagrima' uit Donizetti's L'Elisir d'amore, die hij twee dagen later moet zingen? Zou hij het programma nog eens doornemen en eventuele wijzigingen aanbrengen? Of zou hij alleen maar zitten te wachten tot hij zin heeft om zich te vertonen?

Dat soort recalcitrante overwegingen verdwenen toen Pavarotti met een ontwapenende glimlach en een stralend buon giorno de tot perskamer omgebouwde Salon 1 van het Kurhaus betrad. Dit is hem dus - deze omvangrijke, vriendelijke man (170 kilo volgens het pulpblad Privé), die geduldig achter de tafel staat te wachten tot fotografen en cameramensen de bekende plaatjes hebben geschoten, die zich een glaasje jus gemengd met Perrier inschenkt en daarna gaat zitten om te antwoorden op de overbekende vragen van journalisten.

De persconferentie werd, zoals te verwachten was, een beschaafd spelletje kaatsen. Hoe gaat het met uw stem? Vèèry good! Waarom geeft u geen operavoorstelling in plaats van een concert? Een concert, beste man, is zo zwaar als twee opera's. Beschouwt u de stem als een instrument of als een deel van het lichaam? I have a very deep throat. Mijn stem zit in mijn lichaam, maar ik heb geleerd om haar mijn wil op te leggen en zo als een instrument te gebruiken. Bent u niet bang dat de populariteit en de artistieke integriteit met elkaar in aanvaring komen? Er zijn twee soorten mensen: critici en gewone mensen. De critici beschouwen zichzelf als superieur, maar je hoeft geen genie te zijn om muziek te begrijpen. Mensen die nog nooit in een theater zijn geweest, schrijven mij om te vragen waar ze operakaartjes kunnen kopen, als dat geen overwinning is! Hoe lang denkt u nog te kunnen zingen? Mijn vader zal zondag niet bij het concert aanwezig zijn omdat hij in de kerk moet zingen en hij is 78 jaar. Einde persconferentie. Want, iedereen zal er begrip voor hebben dat Luciano zijn stem moet sparen voor het concert van zondag, overigens het laatste van de tournee ter gelegenheid van zijn dertigjarig zangersjubileum.

Tijdens de vrijdagse cocktailparty, zondag gevolgd door een soortgelijk feestje vóór het concert en een diner-dansant na afloop, noemde ceremoniemeester Willem Duys de persconferentie een van de beste die hij ooit had meegemaakt, met zeer persoonlijke diepte-interviews. Maar de party speelde zich nu eenmaal af in een sfeer waarin alleen het beste, mooiste, duurste, enige waarde heeft. De creditcard-apparaten ratelden, als blijk dat de zeefdrukken van Pavarotti, voor prijzen tussen de vijf- en zestienduizend gulden, redelijk verkochten. In de zanger blijkt een schilder van uiterst kleurrijke en nogal naïeve doeken schuil te gaan. Tijdens de party zou Pavarotti zelf zijn zeefdrukken signeren. Ten minste zo werd het vooraf aangekondigd, maar na een zoen voor een rose gejurkt kleutertje - altijd leuk voor de fotografen - en een paar handtekeningen, gaf de tenor er de brui aan. Want de Maestro moest zijn nog steeds wat wankele stem een beetje sparen.

Zondag om tien over zeven begon dan eindelijk het concert. Willem Duys gaf de programmawijzigingen door. Na de ouverture uit Don Pasquale van Donizetti, waar Pavarotti's vaste dirigent Leone Magiera het Rotterdams Philharmonisch Orkest met meer vaart dan nuance doorheen leidde, kwam de maestro zelf. En hij deed wat er van hem verwacht werd: de immense sporthal vullen met zijn immense geluid.

De eerste noten waren een merkwaardige gewaarwording. Pavarotti stond op het podium, bewoog zichtbaar zijn mond, maar het overbekende geluid klonk uit de luidsprekers die hoog boven het podium hingen. Was dit leuker dan thuis naar het Hydepark-concert kijken, waarop de maestro in close-up te bewonderen was, en waarbij het geluid ook uit een luidspreker klonk? Tja, je wilt er geweest zijn, zei een meneer vooraf in de rij.

Maar goed, men kan zelfs van Pavarotti niet verlangen, dat hij een sportpaleis onversterkt vult met een serie hoge c's. Door zich zo veel mogelijk op de zanger te concentreren kon men af en toe de speakers vergeten, al werd die concentratie verstoord doordat medeklinkers als de p en de t soms ineens wat plofferig de zaal in knalden.

De eerste aria, uit L'Elisir d'amore van Donizetti, klonk nog wat fors, Pavarotti zocht naar de juiste balans. In de tweede had hij die gevonden en durfde hij af en toe een pianissimo te maken. Ik had de indruk dat Pavarotti wat onzeker was, na zijn keelaandoening, een indruk die werd versterkt door een nog net onder controle gehouden uitglijder aan het slot van een Verdi-aria. Maar misschien was het schijn, want verder verliep alles vlekkeloos.

De liefhebbers konden volop genieten, van Pavarotti's ontwapenende gebaren, de gespreide armen en de big smile, en natuurlijk de gouden stem, warm maar direct en zowel in de laagte als in de hoogte vanzelfsprekend. “Die hele kwestie van de hoge noten voor een tenor is treurig en een beetje belachelijk,” zegt Pavarotti in zijn autobiografie. “Je kunt de hele avond slecht zingen, maar dan laat je je krachtige hoge C horen en de mensen vergeven je alles. Daarentegen kun je drie uur zingen als een engel en met één mislukte hoge noot de hele avond bederven.”

Ik ben het niet helemaal met hem eens. Ik vraag me zelfs af of zijn stem niet juist in de laagte het meest indrukwekkend is. Maar zelfs dat doet er al lang niet meer toe: Pavarotti is Pavarotti en daarmee uit.

Het meest onder de indruk was ik zondagavond van de laatste serieuze aria, "Vesti la giubba' uit Pagliacci van Leoncavallo, waarin Pavarotti eindelijk alle dramatische registers van zijn stem lostrok, daarvoor was het toch een beetje automatische piloot-werk. In de daarop volgende Napolitaanse liederen, zoals Mamma en Non te scodar di me, voelde de Tenorissimo zich echt op zijn gemak. De eerste toegift droeg hij op aan zwerfkinderen, het goede doel waarvoor de winst van dit evenement is bedoeld. Na aftrek van de royale gages voor Pavarotti en zijn gevolg en voor het orkest, en van alle onkosten, party's, enzovoort, blijft er van de ongeveer zes miljoen gulden wellicht een half miljoen voor hen over.