Partij-ideoloog B. Tromp over de crisis in de PvdA: Kok stond alleen maar op de rem

Als een moderne Jacques de Kadt stelde hij jarenlang het schrale intellectuele klimaat in de PvdA aan de kaak. Het leverde hem slechts hoon op. En nu de partijtop eindelijk luistert, althans sommigen ervan, is het eigenlijk alweer te laat. Partij-ideoloog B.A.G.M. Tromp over de diepere achtergronden van de crisis in de sociaal-democratie: “De PvdA loopt veertig jaar achter bij de rest van de maatschappij.”

“Een beetje merkwaardig is het natuurlijk wel. PvdA-rapporten staan tegenwoordig vol met opvattingen die ik vroeger al had en in de partij fel werden bestreden. Zo heb ik aan den lijve ondervonden dat er maar één ding erger is dan gelijk hebben in de politiek: te vroeg gelijk hebben. Dat vergeven ze je nóóit.”

En u vergeet het niet?

“Het vervelende is dat je in de PvdA nog altijd met macht moet dreigen als je iets wil bereiken. Dat je gewoon wilt functioneren, je normale baan en je andere bezigheden wil behouden - dat geloven ze niet. Wanneer ik een mening geef en laat weten dat ze dan wel even moeten luisteren, krijg ik de meest wonderlijke reacties. Oh, wil je in de Kamer? Of: maak er even een amendement van. Of: ach, jij bent "maar' een intellectueel.

Ik herinner me, in 1977 was dat, dat de vice-voorzitter van de afdeling Eindhoven mij kandidaat stelde voor de Eerste Kamer. Toen keek ik daar nog tegenop. Er was een vacature voor iemand die de portefeuilles buitenlandse zaken, defensie en cultuurpolitiek moest beheren. Laten we wel wezen: dat is een merkwaardige combinatie. En laten we ook toegeven: ze past precies bij mij.

Toen de vice-voorzitter mijn kandidatuur in de afdeling verdedigde en aangaf dat ik werkelijk zeer veel verstand had van buitenlandse politiek, was de boot aan. Kreten van afgrijzen klonken op! "Hij heeft er verstand van!' Dat ontbrak er nog maar aan! Ik heb het dan ook niet gehaald, want het gewest betwijfelde of ik voldoende oog had voor "de Brabantse zaak'.''

De toon is typerend voor prof. drs. B.A.G.M. Tromp, bijzonder hoogleraar Internationale Betrekkingen in Amsterdam, voormalig partijbestuurslid (van 1977 tot 1985 met een korte onderbreking), lid van de commissie-Van Kemenade, columnist (van Het Parool) en PvdA-ideoloog. Een loopbaan lang functioneert hij reeds als geweten van de Nederlandse sociaal-democratie, zij het dat achtereenvolgende leidende figuren hem niet als zodanig erkenden. Het had weinig invloed op zijn opinies. Onverstoord schreef hij voort over de fnuikende invloed van Nieuw Links op de partij-organisatie, de kortzichtige polarisatiestrategie, het beperkte zicht van zijn partij op de economische werkelijkheid en - niet in de laatste plaats - de dramatische gevolgen van het onvoorwaardelijke "nee' tegen de kruisraket. Steeds vaker werd hij onderwerp van harde, openbare aanvallen. En steeds weer had hij dezelfde onaantastbare reactie: mijn gelijk zal nog blijken.

De huidige crisis in de PvdA is in intellectueel opzicht dan ook Tromps finest hour. Weliswaar is zijn kritiek inmiddels goeddeels in officiële partijdocumenten vervat - met enige overdrijving kan het onlangs gepubliceerde werkstuk van de commissie-Van Kemenade worden gezien als een bondige samenvatting van zijn verzameld werk -, uit de handelwijze van partijtop en -kader van de laatste maanden kon men niet opmaken dat zij de adviezen al geheel hebben doorgrond.

Twee maanden geleden stelde de commissie-Van Kemenade voor de macht van de partijbaronnen te breken. De partij reageerde enthousiast. Vervolgens viel het WAO-besluit en de ene partijbaron na de andere sprak zijn onaanvaardbaar uit.

“Het rapport stelt in feite vast dat de PvdA een organisatie is die in zijn cultuur en structuur, de wijze waarop ze opereert, dertig tot veertig jaar achterloopt bij de rest van de maatschappij. Het gedrag van de gewestelijk bestuurders kan men beschouwen als een levende illustratie daarvan. Maar wie zijn deze bestuurders? Het zijn de mensen die vergeefs hebben geprobeerd een zetel in de Eerste Kamer, Tweede Kamer of het partijbestuur te krijgen en daarom maar gewestelijk bestuurder zijn geworden. Daar is namelijk nooit iemand voor, die functies worden stilzwijgend vervuld. De politieke macht die ze wordt toegeschreven is omgekeerd evenredig aan hun democratische legitimatie. De journalistiek maakt ze belangrijk. Als de partijtop met vakantie is belt iedereen de gewestelijk bestuurders omdat men denkt: dat is de partij. En er zijn er altijd wel een paar die dat misverstand graag in stand houden.”

Waarna de partijleiding een vergadering met ze belegt.

“Ja, die is zo stom om met ze te gaan confereren! De leiding heeft de laatste maanden natuurlijk in het algemeen buitengewoon klungelig geopereerd. In de eerste plaats via de presentatie van de plannen. Vervolgens met de inhoud ervan. En ook nog met de inschatting van de maatschappelijke kritiek. Laat je dat na, dan faal je.

“Maar ook als de PvdA wèl over goede ideeën beschikt, sta ik altijd weer te kijken van het politiek-tactische niveau van onze vooraanstaande partijgenoten. Ik geef toe dat ik dit zeg vanuit een rustige leerstoel waaruit ik mooie colleges over Machiavelli mag geven, maar van sommige hand- en vuistregels mag je toch hopen dat ze die kennen.”

“Toen Kok in 1986 op het schild werd geheven was ik de enige die schreef dat dit een zwaktebod voor de PvdA was. Voor het eerst in de geschiedenis van de Nederlandse sociaal-democratie moest er een nieuwe partijleider van buiten worden gevonden, iemand die niet gepokt en gemazeld was in de eigen gelederen. En zo'n partij is toch een heel merkwaardig wereldje. Als je daar dan van bovenaf wordt ingedumpt moet je wel heel veel verwerken. Hij heeft aan de andere kant in zijn eerste jaar een gouden kans laten liggen om een aantal dingen aan de orde te stellen. Op dat moment had-ie veel meer ruimte dan Joop den Uyl ooit heeft gehad. Maar hij deed niets, behalve op de rem staan.”

Kan hij het wel, de PvdA leiden?

“Hij is niet in staat geweest de partij uit het dal te halen. Hij zag wel in dat de partij hoognodig moest gaan regeren, maar heeft zich er te weinig voorbereid op wat dat zou inhouden. Hij dacht, net als eigenlijk de hele partij: als we eenmaal op de trappen van Huis ten Bosch staan, gaat het verder vanzelf. Dat is een grote strategische fout.

In de jaren tachtig heeft de PvdA voortdurend de indruk gewekt dat er een stelletje schurken in Den Haag zat te bezuinigen. De sfeer was: we zijn blij dat we er niet bij zijn en straks, als we weer regeren, zullen wij de zaken behouden of terugdraaien. Kok heeft daaraan toegevoegd dat hij wilde bewijzen dat de PvdA op de centen kan passen. Maar dat is een vrij abstracte doelstelling - we leven niet meer in de tijd van Drees, toen dat overigens ook geen doel op zich was.''

Kok heeft zijn toekomst in handen van het partijcongres gelegd. Verstandig?

“Ik vind het gênant. Het is voor het eerst in geschiedenis van de PvdA dat er een buitengewoon congres wordt belegd over de positie van de leider. Het is een puur zwaktebod.

“De diepere oorzaak van de huidige crisis in de PvdA is de systematische weigering van de PvdA-leiding de laatste vijftien jaar een debat te voeren over de toekomst van de verzorgingsstaat. Mensen die zeiden dat de crisis blijvend was, niet conjunctureel, werden weggehoond. Als je zo met een partij omspringt, moet je niet raar opkijken dat er een toestand als de huidige ontstaat.”

Hoe kon het zover komen?

“Ik herinner me de bespreking in de fractie van het rapport van Ritzen, Wöltgens en Van Kemenade in 1984. Dat is het laatste partijrapport over dit thema geweest. Bij die gelegenheid was Cees de Galan gevraagd te spreken, die een klassiek Keynisiaans verhaal hield. En daarmee was het gedaan. Gewoon, gedáán. In de PvdA leefde niet het besef dat we te maken hadden met een structurele crisis in de verzorgingsstaat.

Ik kan me nog herinneren dat Thijs Wöltgens aan de bar zei: dat verhaal van De Galan heb ik al zo vaak gehoord, maar het werkt niet. Zijn woorden vielen plat. En wat erger was: ook iedere andere keus werd vermeden. Het denken stond stil.''

Hoe zou de partij het thema nu moeten aangrijpen?

“Er zijn een paar structurele problemen. De kosten zijn steeds weer hoger dan de opbrengsten, waardoor het eigenaardige effect ontstaat dat er wordt bezuinigd als mensen het echt nodig hebben. Daarbij neemt de tendens toe regelingen steeds meer door elkaar te halen. De uitslag daarvan wordt, dat zeg ik nu al, dat de PvdA onder het mom van het in stand houden van de verzorgingsstaat uitkomt op een armoedestelsel: alleen mensen die helemaal niks meer hebben krijgen nog een bijstandsuitkering.

Je hoort steeds meer PvdA'ers over de AOW (Algemene Oudersomswet, red.) zeggen dat het onjuist is dat men daarop zonder inkomenstoets recht heeft. Maar men vergeet dat de AOW een standaardvoorbeeld is van de sociaal-democratische verzorgingsstaat. Een universele regeling voor iedereen, onafhankelijk van inkomen, zeer betaalbaar via premies. Er is niets mooiers. Het werkt voor iedereen, er zijn vrijwel geen uitvoeringskosten. Daaraan moet je niet morrelen.''

Tromp zou langs die weg het gehele systeem van uitkeringen willen organiseren: via premies opgebrachte verzekeringen met een permanent karakter en zonder enige vorm van inkomensafhankelijkheid. “Die flauwekul - die dingen als een "armoedetoets' - moet weg. Sociale verzekeringen moeten betrouwbaar en betaalbaar zijn. Desnoods verlaag je het percentage van de gegarandeerde uitkering, als je er maar voor zorgt dat de regeling tot in lengte van dagen blijft bestaan. Ik hoop dat er in de partij nog voldoende historisch bewustzijn is om hier uit te komen.

“Anders is het gevaar groot dat de PvdA degradeert tot een defensieve partij voor de sociaal zwakkeren. Niet de verworpenen der aarde zijn onze toekomst. We moeten opkomen voor de materiële belangen van een groot deel van de bevolking, gecombineerd met een betere inrichting van de samenleving.

“Daarbij moet ons idee van politiek veranderen. Nu wordt succes in de politiek afgemeten aan veranderingen. Terwijl de instandhouding van het bestaande, het beheer van de overheid, steeds belangrijker wordt. We zijn de afgelopen veertig jaar alleen maar bezig geweest met uitbreiding van de overheid. Terwijl je toch allang een omslag ziet, mensen die zeggen: hou eens op, zorg ervoor dat de stoep schoon is en het vuil op tijd wordt opgehaald. Instandhouding en beheer, het is in feite heel veel milieupolitiek, wordt steeds belangrijker.”

Dat is de toekomst van de sociaal-democratie?

“De PvdA vindt zijn historische bestaansrecht in het bestrijden van de uitwassen van het kapitalisme. Die uitwassen zullen blijven, in andere vormen dan vroeger, maar toch. De principes van winst maken en commercie treden steeds meer domeinen van het maatschappelijk leven binnen. Daar zitten buitengewoon kwalijke kanten aan, die bestreden moeten worden. "De markt is het mooiste allocatiemechanisme dat er bestaat, maar het is niet rechtvaardig': de uitspraak is van Friedrich von Hayeck, ik mag hem graag aan conservatieve theoretici voorleggen. En dus zal er altijd een grote politieke beweging nodig zijn die onrechtvaardigheden uit de markt tegengaat, zonder de voordelen ervan teniet te doen.”