Noorse leidt bende ontvoerders in Peru; Onbekend in hoeverre Nederlanders zijn betrokken bij adoptiemafia

LIMA, 2 SEPT. Klein van stuk, trillende onderlip, een schoolschriftje met kleurenfoto's in de rechterhand. “We mogen dan arm zijn, maar daarom houden we nog wel van onze kinderen”, zegt Lidia Quenta de Godoy haast onhoorbaar. De emotie wordt haar te veel. “Alstublieft, helpt u ons om mijn kleindochter terug te krijgen”, snikt zij.

Op een van de kleurenfoto's tuurt een twee-en-een-half jaar oud meisje verlegen in de lens. Jurk met ruches, strikje in het haar. Maria de los Angeles heet zij. Sinds 3 mei van dit jaar, toen zij voor het huis van haar ouders in een marginale wijk van Peru's hoofdstad Lima werd ontvoerd, is zij spoorloos verdwenen. Als zij "geluk' heeft gehad, woont zij nu onder een andere naam in de Verenigde Staten, Italië of wellicht Nederland of Noorwegen. Misschien is zij ook wel dood en zijn haar nieren, longen en ogen gebruikt om een kindje in het Westen van donororganen te voorzien.

“Dit is de ergste misdaad die je je kunt voorstellen - de handel in menselijk vlees”, zegt een ernstig kijkende kolonel Arturo Rodrguez Treviño, chef van de divisie Ontvoeringen (Divise) van de Nationale Politie van Peru. Rodrguez en zijn twintig manschappen tellende Divise hebben de afgelopen weken de jacht geopend op een “internationale bende van kinderontvoerders”, zoals onderzoeksleider Carlos Chota het omschrijft. De bende wordt vermoedelijk geleid door een 45-jarige Noorse sociaal werkster die een aantal jaren terug nog in dienst was van de officiële Noorse adoptie-organisatie Adopsjonsforum.

De zaak kwam aan het rollen toen de politie van de stad Huancayo in het centrale Adesgebergte van Peru begin juni zes mensen arresteerde die verdacht worden van kinderroof in de sloppenwijken van Huancayo. De zes bekenden stuk voor stuk dat zij kinderen in Lima hadden doorverkocht voor 700 dollar per kind aan een blonde vrouw die zij alleen kenden onder de naam "La Gringa Gura', maar die volgens de politie de 45-jarige Noorse Gura Rames is. Mevrouw Rames zou de kinderen voor een veelvoud van 700 dollar - de schattingen variëren van 5.000 tot 25.000 dollar per kind - hebben doorverkocht aan kinderloze echtparen uit de VS en Europa, dank zij de bemiddeling van malafide advocaten en corrupte kinderrechters.

De handel in kinderen neemt volgens de Peruaanse autoriteiten hand over hand toe. Hoewel het aantal officiële adopties van Peruaanse kinderen door westerse paren zo'n twintig per maand bedraagt, beloopt het totale aantal een veelvoud hiervan. De schrijnende en nog steeds toenemende armoede in Peru alsmede de vuile oorlog tussen de guerrillabeweging Sendero Luminoso ("Lichtend Pad') en de veiligheidstroepen in vooral het Andesgebergte, leiden tot een sterke toename van wezen en dus adoptiekandidaatjes.

In het sjieke district Miraflores van de Peruaanse hoofdstad zijn hoogblonde echtparen met donkere zuigelingetjes in splinternieuwe kinderwagens een vertrouwd beeld. De Amerikaanse en Europese adoptie-ouders verblijven doorgaans enkele weken in appartementenhotels in Miraflores in afwachting van de voltooiing van de "tramite' (het papierwerk) rondom de adoptie.

“Een half jaar is het absolute minimum voor de adoptie van een Peruaans kind”, zegt directeur Luisa Lázaro van de officiële instantie INABIF. Mevrouw Lázaro kent de wanhopig makende Peruaanse bureaucratie - waarvan INABIF onderdeel vormt - maar al te goed. Adoptieouders die wordt voorgespiegeld dat zij hun kind binnen enkele weken dan wel enkele dagen mee naar de VS of Europa kunnen nemen, zijn veelal dolblij dat een "tramiteur' de route door het bureaucratische doolhof kan bekorten.

De bekorting van tramites houdt in Peru onveranderlijk het geven van steekpenningen in. Commandant Prado van Divise bevestigt dat in het geval van de snelle adopties veelal bedragen tussen de 15.000 en 25.000 dollar worden betaald.

De kern van de mafia bestaat uit zwaar onderbetaalde medewerkers van de Peruaanse justitie die er geen been in zien om in ruil voor steekpenningen geboorteaktes en andere documenten te vervalsen. Vorige maand arresteerde Divise drie advocaten die zich hieraan schuldig zouden hebben gemaakt. Twee van hen, beiden vrouwen, werden na korte tijd - en op "onverklaarbare wijze', zo meldde het gezaghebbende dagblad El Comercio fijntjes - weer vrijgelaten. Gebrek aan bewijs, zo luidt de officiële versie. Maar bronnen bij de Peruaanse politie zijn overtuigd van de kwalijke rol die de twee vrouwen hebben gespeeld. Een van hen zou het papierwerk in de zaak van de twee-en-een-half jarige Maria de los Angeles hebben verzorgd. Nadat Maria's moeder een wanhopige oproep had gedaan in het populaire televisieprogramma van de Peruaanse Tineke, "Aló Gisela', belde een anonieme man op die bekende deel te hebben uitgemaakt van de bende kinderontvoerders. De man noemde de advocate met name en zei dat het meisje voor het laatst is gezien in een hotel in Miraflores waar Italiaanse en Amerikaanse adoptie-ouders logeerden.

Bij een inval in dit hotel begin augustus ontdekte de politie dertien Italiaanse en Amerikaanse echtparen met even zoveel Peruaanse adoptiekinderen in de leeftijd van negen maanden tot twee jaar. In alle gevallen was geknoeid met het papierwerk van de kinderen. Enkele kinderen waren tegen de wil van hun natuurlijke ouders ter adoptie aangeboden. De Italiaanse ouders noemden de naam van een organisatie in Ancona, de "Asociazione Internationale Peril Diritto Dell Infanzia Alla Famiglia Il Nido', waarvan een vertegenwoordiger een adoptie in Peru had voorgespiegeld die slechts enkele dagen in beslag zou nemen.

De persoonsdocumenten van de echtparen werden in beslag genomen hangende het onderzoek. Enkelen van hen zitten nog steeds in het hotel. De openbare aanklager die het onderzoek leidt, werd een paar dagen na de inval telefonisch met de dood bedreigd. De politie hoopt dat de arrestatie van de Noorse meer licht zal werpen op het netwerk van kidnappers in Peru.

De Noorse zelf is intussen ondergedoken. Haar Peruaanse echtgenoot verklaart dat zij volkomen onschuldig is en dat getuigenissen tegen haar “een val” zijn. Volgens de echtgenoot weigert zij zich bij de politie te melden uit angst dat zij zal worden gefolterd. Indien schuldig bevonden, wacht de vrouw een gevangenisstraf van 10 tot 25 jaar.

Onbekend is in hoeverre Nederlanders zijn betrokken bij de Peruaanse adoptiemafia. De officiële Nederlandse adoptie-instanties zoals Wereldkinderen in Den Haag doen geen "zaken' met Peru. Jaarlijks doet een handjevol Nederlandse echtparen eigenhandig een poging een Peruaans kind te adopteren.