JEAN TINGUELY 1925 - 1991; Machines met vakantie

Jean Tinguely, de Zwitserse kunstenaar die vrijdag op 66-jarige leeftijd in Bern na een hersenbloeding stierf, maakte bizarre, onproductieve, rammelende, piepende, bewegende apparaten van schroot en oude machine-onderdelen. Omschrijvingen van de leuke, obstinate "anti-machines' of pogingen tot uitleg, als zouden Tinguely's machines de "scepsis over de onafwendbare technische vooruitgang' uitbeelden, klinken altijd te gewichtig, te plechtig en te geleerd, schreef S. Montag in 1983 in deze krant naar aanleiding van een Tinguely-expositie in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Hij pleitte er voor om Tinguely's creaties "machines met vakantie' te noemen, zoals de taal Opperlands van Battus "Nederlands met vakantie' is.

Voor Tinguely waren alle machines kunstwerken. Als jongetje van dertien (Tinguely werd in 1925 in Freiburg geboren en groeide op in Basel) knutselde hij in een beekje in een bos bij zijn huis van hout radertjes in elkaar. Ieder rad had een uitsteeksel dat op een leeg conservenblikje sloeg, en zo veroorzaakte zijn constructie een raadselachtig concert in het bos.

In de jaren vijftig ging hij naar Parijs en wilde kunstschilder worden. “Ik was een hopeloos schilder”, vond hij zelf. Geïnspireerd door de mobiles van Calder en de constructivisten en suprematisten begon hij bewegende abstracte reliëfs te maken. Kleine motortjes en radertjes deden de geometrische vormen bewegen. Tinguely's machines werden steeds groter en bizarder: hij schuimde schroothopen af om materiaal voor zijn installaties te vinden.

Hij baarde in 1959 op de Parijse Biënnale opzien met zijn Tekenmachine Métamatic nr. 17, die met wilde bewegingen met kleurpotloden (in latere versies met viltstift) tekeningen maakt. In de tuin van het Museum of Modern Art in New York bouwde hij van schroot een gigantische zichzelf vernietigende machine, getiteld Hommage à New York. De tien meter hoge machine bevatte onder meer een piano die zichzelf bespeelde, een varkensblaas die door uitlaatgassen gevuld werd en barstte, een tekenmachine, verschillende lawaai producerende elementen, en onderdelen die de machine zelf zou moeten afbreken. Anders dan gepland, vloog de piano in brand en weigerde de machine zichzelf te vernietigen. De Newyorkse brandweer moest uitrukken. Tinguely was verrukt. Hij had een machine gemaakt die een eigen leven was gaan leiden.

Tinguely had met zijn speelse en obstinate machines veel succes. Dadaïst Tristan Tzara omschreef Tinguely's kunst als "De succesvolle uitkomst van 40 jaar Dada'.

In de jaren zeventig ging Tinguely samenwerken met zijn tweede vrouw, de beeldhouwster Niki de St. Phalle, die grote vrolijk beschilderde vrouwenfiguren maakt. In de vijver voor het Centre Pompidou in Parijs maakten ze samen de Fontaine Strawinsky. In datzelfde Pompidou werd in 1989 een grote overzichtstentoonstelling van Tinguely's werk gehouden, waar vooral de Rotozaza, de ballenwerpmachine, bij kinderen groot succes had. Juichend voedden ze het apparaat met rode, witgespikkelde ballen, die met kracht naar alle kanten teruggeworpen werden.